‘Kabinet moet meer doen om veestapel te laten krimpen’

Klimaatakkoord Technologische vernieuwingen zullen de uitstoot van broeikasgas door de landbouwsector onvoldoende temperen, aldus de Raad voor de leefomgeving en de infrastructuur.

Foto Koen Suyk

Om de afspraken van het klimaatakkoord in Parijs te halen, zal de veestapel in Nederland onvermijdelijk kleiner moeten worden. Dat concludeert de Raad voor de leefomgeving en de infrastructuur (Rli), een adviesorgaan van de regering, dinsdag in een rapport. Het advies is opgesteld in opdracht van het vorige kabinet.

Volgens de Rli zijn maatregelen noodzakelijk. Nederland moet in 2050 95 procent minder broeikasgas uitstoten dan in 1990. Op dit moment is de landbouw verantwoordelijk voor 10 procent van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. Wanneer er geen extra stappen worden gezet, is die uitstoot in 2050 even groot als de maximale hoeveelheid broeikasgassen die Nederland dan in zijn geheel mag produceren, meldt de Rli.

Dat is zo’n grote opgave dat alleen technologische landbouwvernieuwingen niet genoeg zijn, zegt Krijn Poppe, voorzitter van de commissie die het advies heeft opgesteld. De raad merkt overigens ook op dat de veehouderij reductiedoelstellingen van 2020 waarschijnlijk niet gaat halen.

Technische maatregelen

Het kabinet is geen voorstander van inkrimpen van de veestapel. In het regeerakkoord van Rutte III staat dat om klimaatdoelen te halen technische maatregelen zoals mestverwerking „de voorkeur [hebben] boven volumebeperkende maatregelen”.

In het plan van de Rli krijgen boeren zogeheten emissierechten, zoals in de industrie ook gangbaar is, die recht geven op een bepaalde hoeveelheid uitstoot van broeikasgas. Boeren mogen dan zelf bepalen voor welke dieren ze hun emissierechten gebruiken. Die rechten zouden dan stapje voor stapje worden ingeperkt, om zo de uitstoot geleidelijk terug te brengen. Minder dieren zouden volgens het Rli niet alleen gunstig zijn voor het klimaat, maar ook voor het milieu, het landschap en de biodiversiteit.

Voor boeren en andere agrarisch ondernemers moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over hoeveel broeikasgas zij straks mogen produceren, betoogt het Rli. Dat voorkomt dat zij onnodige investeringen doen, zoals een grote nieuwe stal die vanwege aangescherpte regelgeving deels leeg komt te staan.

Consumenten

Het klimaat is volgens het rapport ook een zaak voor consumenten: zij moeten minder vlees, zuivel en eieren eten en meer plantaardig voedsel. Daar moet de overheid een rol in spelen, zegt Poppe, die ook verbonden is aan de universiteit van Wageningen. Een mogelijkheid zou zijn om vlees van het lage (nu 6 en volgend jaar 9 procent) naar het hoge btw-tarief (21 procent) te verplaatsen. Die prijsverhoging is te verdedigen, zegt Poppe. „We hebben jarenlang te weinig betaald voor dierlijke producten, omdat de kosten voor het milieu en CO2-uitstoot niet mee zijn geteld.”

Daarnaast kan de consument op hogere prijzen reageren door meer groente en fruit te eten. Dat zou de overheid moeten promoten, volgens het advies van de Rli. „We hebben ook zeer succesvolle campagnes gehad voor melk en kip, dus waarom zou je dat niet kunnen doen voor producten die plantaardig zijn?”

    • Geertje Tuenter