Kabinet grijpt niet in bij loonsverhoging banken

Minister Hoekstra (CDA, Financiën) schrijft in een brief aan de Kamer dat het juridisch niet mogelijk is om iets aan vaste beloningen te doen.

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën (D66) en Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) in de Tweede Kamer. Bart Maat/ ANP

Het kabinet zal niet ingrijpen als ING besluit om de beloning voor topman Ralph Hamers alsnog te verhogen. Volgens minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) is het juridisch onmogelijk „vaste beloningen aan te pakken”.

Dat schrijft hij dinsdagmiddag in een brief aan de Tweede Kamer in aanloop naar een debat over de ophef die vorige maand ontstond over de voorgenomen salarisverhoging van de bestuursvoorzitter van ING met 50 procent. Na maatschappelijke druk van zowel politici als klanten trok de raad van commissarissen van ING het voorstel in. Vorige week bleef president-commissaris Jeroen van der Veer de voorgenomen salarisverhoging verdedigen. Hij wekte bij een hoorzitting in de Tweede Kamer de indruk dat de loonsprong van 2 tot 3 miljoen op termijn gewoon zal doorgaan.

Hoekstra wijst erop dat zijn voorganger Jeroen Dijsselbloem (PvdA) in 2014 wel heeft geprobeerd om in te grijpen in vaste beloningen voor bestuurders in de financiële sector maar dat hij daarbij was teruggefloten door de Raad van State. Volgens de juridisch adviseur bij wetsvoorstellen zouden „eventuele maatregelen gericht op vaste beloning” in strijd zijn met het „recht op eigendom” uit het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). „Om diezelfde reden zie ik ook af van verdergaande maatregelen voor alle financiële ondernemingen,” schrijft Hoekstra aan de Tweede Kamer.

Enkele oppositiepartijen hebben onlangs een initiatiefwet ingediend waarbij de minister van Financiën juist meer bevoegdheid zou moeten krijgen om loonsverhogingen in de financiële sector ongedaan te maken.

Wel overweegt de minister drie minder ingrijpende wettelijke maatregelen rond beloningen in de financiële sector. Sinds 2015 is de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen van kracht, die met name het bonusbeleid van financiële instellingen drastisch heeft beperkt. Hoekstra wil deze wet op drie punten aanscherpen.

Openbaar rekenschap

Allereerst wil hij een wettelijke verplichting voor het terugvorderen van een deel van al uitgekeerde vaste belonigen van een bestuurder als blijkt dat de overheid opnieuw met staatssteun moet ingrijpen. „Hierdoor worden bestuurders persoonlijk verantwoordelijk gehouden als de belastingbetaler (mede) opdraait voor verliezen van falende banken (of verzekeraars)”, aldus Hoekstra. Een dergelijk voorstel voor een zogenoemde ‘claw back’-sanctie deed VVD-fractielieder Klaas Dijkhoff vorige maand.

Daarnaast wil het kabinet een minimale – maar nog nader te bepalen – periode vaststellen waarin bestuurders die in aandelen worden betaald, die aandelen moeten vasthouden. ING had in het voorstel om de loonsverhoging van topman Ralph Hamers grotendeels in aandelen uit te keren, die hij dan minimaal vijf jaar niet zou morgen verkopen. Hoekstra wil nu onderzoeken of zo’n wettelijke termijn voor alle financiële instellingen mogelijk is.

Tot slot vindt Hoekstra dat banken en verzekeraars zich uitgebreid „openbaar rekenschap moet geven” over hun beloningsbeleid. Een verklaring achteraf in het jaarverslag volstaat niet. De verantwoordelijke raad van commissarissen zou vooraf al moeten uitleggen „op welke wijze de beloningen van bestuurders en medewerkers zich verhouden tot de maatschappelijke functie van de onderneming”.

Het kabinet realiseert zich dat dergelijke maatregelen aanzienlijk verder gaan dan in andere landen, dus een negatieve invloed kunnen hebben op het investeringsklimaat in Nederland, en mogelijk nog altijd in strijd zijn met het EVRM. Om die reden wil minister Hoekstra eerst advies inwinnen van „relevante stakeholders”, zoals vakbonden, aandeelhouders en commissarissen. Hij wil „secuur afwegen wat de voor- en nadelen van de mogelijke maatregelen zijn en in hoeverre deze wenselijk zijn”.