Foto Thijs Wolzak

‘We zouden een ministerie van Toekomst moeten hebben’

Ontwerper Joris Laarman is verrukt over de nieuwste technieken. „Ik wil van de wereld een mega-inspirerende plek maken, maar mijn kleinkinderen moeten er ook nog willen rondlopen.”

Lang zag ik technologie als iets positiefs. Ik vond alles vooral fascinerend. Maar sinds ik kinderen heb, plaats ik meer kanttekeningen. Ik bedoel: de wereld wordt steeds digitaler en efficiënter, maar efficiënter is niet per se altijd leuker. We zijn mensen, geen robots.”

In bijna alles wat Joris Laarman vertelt, klinkt iets door van die dubbelheid. Het enthousiasme over de fascinerende, nieuwe mogelijkheden die kunstmatige intelligentie, robots en biotechnologie ons bieden. Maar ook zorg: hoe houden we onze toekomst menselijk, speels en groen?

Laarman (38) is een Nederlands ontwerper die de afgelopen vijftien jaar wereldberoemd werd met zijn experimentele ontwerpen, waarbij hij pioniert met opkomende technologie.

Zoals bij de Bone Chair (2006), een stoel die werd ontworpen met een digitale techniek om auto-onderdelen lichter te maken. Het ontwerp is gebaseerd op het groeiprincipe van botten; de computer berekent waar de constructie dik en stevig moet zijn, en waar licht en dun. Met wetenschappers uit de biotechnologie ontwikkelde hij in 2010 de Half Life Lamp, een lamp van levende, lichtgevende cellen van vuurvliegjes. En in 2011 werd Laarman door de The Wall Street Journal uitgeroepen tot ‘Innovator of the Year’, samen met onder meer Tesla-baas Elon Musk.

Momenteel reist zijn expositie Joris Laarman Lab: Design in the Digital Age, georganiseerd door het Groninger Museum, door de VS. Zo’n 35 musea, van het Museum of Modern Art,tot het het Centre Pompidou en het Rijksmuseum, hebben werk van hem in hun collecties.

Een bijzonder project in Amsterdam nadert zijn voltooiing: een door robots uit roestvrijstaal geprinte voetgangersbrug van twaalf meter lang die straks aan de Ouwezijds Achterburgwal komt te liggen. Laarman is niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp, ook de techniek om staal te printen – die bestond nog niet – werd door hem ontwikkeld, met zijn bedrijf MX3D.

Foto Thijs Wolzak

„Ik zie de kern van wat ik doe als het vertellen van een verhaal in beeld. Het verhaal over hoe onze tijd aan het veranderen is”, vertelt hij in zijn werkplaats, een oude textielfabriek in Amsterdam-West waar zijn Joris Laarman Lab en zijn productiebedrijf Bits and Parts zijn gevestigd. Met behulp van computergestuurde freesmachines en zelf ontwikkelde staalprinters maakt hij daar met zijn team meubels en andere objecten.

„Eigenlijk is deze werkruimte al te klein vanaf het moment dat we er in 2005 introkken. We hebben nu twee werkplaatsen, in Amsterdam-West en in Noord, en wonen zelf in het centrum. Mijn vrouw Anita Star, met wie ik samen het Lab oprichtte – zij is filmmaker – en ik willen met onze drie kinderen verhuizen naar een nieuwe plek waar alles bij elkaar zit, waar we kunnen wonen en werken. We zijn nu in gesprek met een projectontwikkelaar over een woon-werkplek vlakbij Amsterdam, in een bos op een oud Navo-terrein. Niets is nog zeker, maar het lijkt een ideale plek.”

Waarom?

„Dan kunnen de kinderen lekker het bos en de natuur in, zonder dat we ons zorgen hoeven te maken over verkeer. En de stad is dichtbij. De kinderen hoeven dan ook niet van gedesignde speelplaats tot iPad non-stop ge-entertaind te worden. Ik kan me niet voorstellen dat dat goed is. Je moet als kind, als mens, je eigen oplossingen vinden. Je moet je eigen waarheden ontdekken. En om je eigen gedachten en persoonlijke ideeën te ontwikkelen, heb je ook leegte en tijd nodig. Je moet je kunnen vervelen.”

Zoals jij opgroeide op het platteland?

„Ik ben geboren in Borculo en opgegroeid in Warnsveld bij Zutphen. We verhuisden vaak, soms woonden we in vakantiehuisjes of oude boerderijtjes totdat een nieuw huis in een nieuwbouwwijk klaar was. We zaten vaak in de middle of nowhere. Ik heb dat als prettig ervaren. Ik was nooit echt alleen, ik heb een broer en een zus. Je kon erop uit. Onderzoeken en zelf dingen knutselen.”

Je had een computerloze jeugd. Je partner schrijft in het boek Joris Laarman Lab, dat verscheen ter gelegenheid van je reizende expositie in Amerika: ‘Wij zijn een overgangsgeneratie die nog weet hoe je een liefdesbrief schrijft en ook de simkaarten van onze oude telefoons koesteren.’

„Daarom zoek ik steeds verband tussen traditie en de nieuwe technologie. Ik zie de waarde van beide werelden. Ik heb nog dingen opgezocht in encyclopedieën, maar ook op de eerste zoekmachines. Ik heb dat enthousiasme voor al dat nieuwe nog steeds.”

Toch lijk je niet alleen maar enthousiast.

„Technologie is aan de ene kant magisch, maar het is ook bedreigend voor mooie, menselijke dingen. We hebben er vaak geen idee van hoe snel alles zich ontwikkelt, wat er allemaal staat te gebeuren. Kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto’s, biotechnologie, smart cities, huizen vol technologie. Artificiële intelligentie is binnen een jaar of tien slimmer dan de mens. Eigenlijk zijn alle experts die het ontwikkelen het daarover eens. En wat denk je van al die biotechnologische tools? Over vijftien jaar geloven onze kinderen niet meer dat we ze gewoon op goed geluk en op natuurlijke wijze op de wereld hebben gezet. Ik kan me voorstellen dat we binnenkort allemaal worden gemonitord. Dat computers registeren wat we eten en onze gezondheid meten, en naar aanleiding daarvan ons adviseren. Het is aan de ene kant natuurlijk waanzinnig interessante informatie, maar wat betekent dat allemaal voor ons, en voor de aarde? Computers doen het vertrouwen in de menselijke intuïtie afnemen. Daar zijn we veel te weinig mee bezig. Ook de politiek. De democratie gaat er ook door veranderen. We zouden een Ministerie van de Toekomst moeten hebben.”

En wat moet dat Ministerie van de Toekomst doen?

„Beter in kaart brengen welke ontwikkelingen op ons af komen. Zodat we ons daarop kunnen voorbereiden. Bewustere keuzes kunnen maken. Bij ons huis, in het centrum van Amsterdam, willen ze bijvoorbeeld een enorme ondergrondse parkeergarage bouwen. Ik denk dan meteen: maar over vijftien jaar heeft niemand meer een eigen auto. Dus kun je het geld veel beter aan andere dingen besteden.”

Aan welke dingen?

„Neem Amerika. De tech-elite daar heeft ongelooflijke macht en mogelijkheden. Ik was laatst in San Francisco op bezoek bij de voormalig ceo van Autodesk [een sofwarebedrijf voor computer-aided design]. Een fascinerende man, een echte ‘maker’, die in zijn werkplaats Google-oprichter Larry Page leerde lassen omdat ze een vliegende auto wilden bouwen. Het was een lachwekkend en letterlijk voorbeeld van hoe die mensen steeds meer op Griekse halfgoden beginnen te lijken. Dit soort mensen bepalen, waarschijnlijk met de beste intenties, waar miljarden mensen op hun computers naar kijken, ze werken aan vliegende auto’s en zijn grootschalig aan het investeren in onderzoek naar onsterfelijkheid. Technologie van mythische proporties. Tegelijkertijd is de armoede in Amerika enorm. Als je dat ziet…

Lees ook het interview met de Nederlandse hoogleraar machine learning Max Welling over kunstmatige intelligentie: ‘Europa moet zorgen voor de morele balans’

Wat heb je gezien?

„Ik heb nu een reeks exposities in Amerika en heb mijn ouders, ze zijn midden zestig, meegenomen op een reis van New Orleans naar Memphis. Hoe vaak krijg je nou de kans om met je ouders nog zoiets mee te maken, zo’n ervaring te delen? Er zijn natuurlijk boeiende plaatsen, Graceland, de Sun Studio, de geboorteplaats van de rock-’n-roll in Memphis. Maar je rijdt toch voornamelijk door een desolaat landschap waarin vrijwel alles kapot is. En het contrast tussen arm en rijk is enorm. Het viel me weer op wat voor rasoptimist mijn vader is; zelfs in de somberste streken zag hij de romantiek nog.”

Gebouwen moet je niet alleen vormgeven op basis van wat accountants en advocaten vinden

Joris Laarman

Je hebt ook zorgen over sociale media.

„Steeds meer mensen zitten op sociale media. Maar maakt digitaal contact ons minder eenzaam? Ik zag laatst een onderzoek over sociaal contact en dat elkaar tegenkomen op straat, een praatje bij de bakker, een van de belangrijkste factoren is om lang en gelukkig te leven. En dat dat voor je gezondheid van groter belang is dan stoppen met roken of drinken. We zijn geen robots, maar mensen met basale menselijke behoeftes. Daar hoort ook toeval, schoonheid en speelsheid bij. Daar ligt mijn uitdaging als ontwerper; van de toekomst een mega-inspirerende plek maken met al die technologie, waar ook mijn kleinkinderen nog willen rondlopen.”

Hoe doe je dat?

„Stedenvorming moet je niet alleen aan bedrijven overlaten. Gebouwen moet je niet alleen vormgeven op basis van wat accountants en advocaten vinden. Dan verlies je schoonheid en menselijkheid. En geluk. Ik ben onlangs benaderd door Sidewalk Labs, een zusterbedrijf van Google. Die willen bij Toronto, aan de oever van Lake Ontario, als experiment een futuristische, gecomputeriseerde stadswijk opbouwen. De basis is technologie toepassen waarbij de mens centraal staat. Hoe maak je zo’n wijk duurzaam, gezellig maar ook veilig, met zelfrijdende auto’s en zo. Ze willen input van ons. Ik heb een onderzoek gedaan naar zelfrijdende auto’s voor een grote autofabrikant: ik zou graag iets willen ontwikkelen waarbij je ook eens op een onverwachte plek uitkomt. Dus niet iets wat alleen maar efficiënt is, maar dat ook speels is – iets emotioneels.”

Je bent dus niet alleen somber.

„Ik zie overal mogelijkheden. Hoe mooi zou het zijn als in steden een nieuw soort werkplaatsen ontstaan, waarbij computertechnici en ambachtslieden samenwerken met klanten. In zulke werkplaatsen kunnen dan met digitale fabricagetechniek nieuwe, hoogwaardige voorwerpen op maat worden gemaakt. Zo neem je ook mensen die nu een ambacht hebben geleerd op een vmbo of mbo mee in de digitale revolutie. Wij werken in onze studio ook al met die combinatie van ambachtslieden en computerprogrammeurs. Om die nieuwe manier van werken te stimuleren hebben we in 2014 de Maker Chairs ontwikkeld. We hebben online ontwerpen beschikbaar gemaakt, waarmee je meubels, die zijn opgebouwd uit printbare delen, als puzzelstukken zelf in elkaar kunt zetten. De infrastructuur staat nog in de kinderschoenen, maar de weg van maker naar klant wordt door digitale techniek steeds korter.”

Het verandert ook de rol van de ontwerper?

„Ik ben eigenlijk meer een spil in een netwerk van mensen en informatie, en maak eerder een soort digitale programma’s, dan een kant-en-klaar ontwerp. Daarnaast is het systeem aan het veranderen: hoe dingen ontworpen worden, hoe en waar dingen geproduceerd worden, hoe dingen vermarkt, gekocht en gerecycled worden. Ik kan nu een ontwerp digitaal maken en online aanbieden, en iemand aan de andere kant van de wereld kan het in zijn buurt laten maken van lokale grondstoffen. Er zijn ook nieuwe platforms zoals Patreon.com. Die bieden je als creatieve maker de mogelijkheid om via een soort abonnementensysteem, waar kunstliefhebbers steeds een kleine som geld betalen, een salaris te verdienen. Ik zie overeenkomsten tussen wat nu gebeurt met de rol van de ontwerpers en de tijd van het begin van de Industriële Revolutie.”

Ik ben geen kunstenaar en ook geen wetenschapper. Ik bevind me daar tussenin

Joris Laarman

Welke overeenkomsten?

„Destijds probeerden ontwerpers uit te vinden hoe ze met nieuwe technieken vorm konden geven aan industrieel te produceren dingen. Assemblage, massaproductie, mechanische gereedschappen, geometrische vormen. Op eenzelfde manier probeer ik nu vorm te geven aan dingen, maar dan in samenhang met ontwikkelingen van onze tijd. Ik zie wat ik maak als prototypes waarmee we nieuwe mogelijkheden verkennen. Het is spannend, en ook onvermijdelijk dat de tijd, met de snelle technische ontwikkelingen, zulke al of niet iconische ontwerpen weer inhaalt.”

Je wilt pionieren.

„Ik ben geen kunstenaar die alleen maar bezig is met zijn creatieve zelfexpressie. Dat vind ik niet interessant. Ik ben ook geen wetenschapper, in de zin van dat het me puur om de techniek gaat. Ik bevind me daar tussenin. Ik wil met de nieuwste technologie naar mogelijkheden en nieuwe vormen zoeken en eigen werk maken. Ik ontwikkel creatieve ideeën die ik in samenwerking met veel mensen realiseer. Neem nu de twaalf meter lange voetgangersbrug die we voor de binnenstad van Amsterdam gemaakt hebben. Die komt aan de Ouwezijds Achterburgwal over de gracht te liggen. Veel experts zaten in eerste instantie met ongeloof naar onze experimentjes te kijken. Maar het is gewoon te gek om dat proces, het materiaal, de techniek, de computerprogramma’s, allemaal zelf te ontwikkelen en, niet te vergeten, dat er investeerders zijn die in onze plannen geloven.”

In deze video introduceert Laarman zijn voetgangersbrug.

Waarom een brug?

„We wilden iets op een grotere schaal maken, om te laten zien wat je met deze nieuwe techniek kan. Zo kwamen we – hij richtte MX3D op met partners Gijs van der Velden en Tim Geurtjens – op het idee voor een brug over de Amsterdamse grachten. Om de nieuwste techniek te verbinden met de oude historie, in het middeleeuwse hart van Amsterdam, de Wallen.. Er hebben veel partijen aan meegewerkt. Het ontwerp dat we met hulp van Heijmans en Arup hebben ontwikkeld is digitaal; hoe het materiaal met de krachten omgaat is door het Alan Turing Institute berekend. Ik wilde dat het er organisch uitzag maar voortkwam uit de data van analyses. Het lijkt bijna een Art Nouveau-object, omdat het de natuurlijke patronen van krachtlijnen volgt. De industriële tijd ging over geometrische vormen door de beperkingen van industriële machines, maar onze digitale tijd gaat veel meer over organische vorm en slimme cellen die in elkaar over kunnen vloeien. En omdat we een veilige brug wilden maken, is de brug ook voorzien van digitale monotoring, zodat voortdurend de sterkte en de conditie in de gaten worden gehouden.”

En nu is het project klaar?

„De overspanning is klaar maar er moeten nog drie ornamentele uiteindes worden geprint. Het plan was aanvankelijk om de brug zichzelf te laten printen in de stad. Ik heb erover gesproken met de toenmalige burgemeester Eberhard van der Laan en wethouder Kajsa Ollongren. Ze waren enthousiast. Maar het is een druk gebied, de Wallen. En tijdens het lassen komen er gassen vrij. En je mag niet onbeschermd in het laslicht kijken. We konden geen betaalbare, veilige oplossing bedenken. Uiteindelijk hebben we de brug gemaakt in onze werkplaats in Amsterdam-Noord. Daar is hij te bekijken door het publiek. Je kunt via mx3d.com een afspraak maken voor een rondleiding. We willen graag laten zien hoe we dit hebben gemaakt. Het is een wereldprimeur. En dit is nog maar een beginnetje. Dat robotlasprinten gaat een grote vlucht nemen.”

Wanneer komt de brug in de stad te liggen?

„Dat hangt van de gemeente Amsterdam af. De brug is nu bijna klaar, maar de kades moeten nog worden opgeknapt, en het is nog niet bekend wanneer dat klaar is. We zijn nu op zoek naar een goed moment om de brug dit jaar tentoon te stellen.”

Joris Laarman in zijn lab MX3D, op de roestvrijstalen, geprinte voetgangersbrug.Foto Thijs Wolzak

Wat is je volgende project?

„Ik heb nu vijftien jaar heel hard gewerkt en merk dat ik me graag weer op één ding wil concentreren. Misschien even stoppen met exposities. Misschien dat we iets met film gaan doen, op een minder abstracte manier vertellen over nieuwe ontwikkelingen.”

Vertellen als design, hoe moet ik dat voor me zien?

„Al onze ontwerpen zie ik als momentopnamen van onze tijd in transitie. Als je over honderd jaar naar die dingen kijkt, moet je eraan kunnen aflezen wat er gaande was. We werken nu aan een tijdlijn-app die je kan personaliseren. Daarin vind je data en grafieken over enorm veel ontwikkelingen in de wereld, de verwachte groei van computerkracht, macro-economische cijfers per millennium, beurskoersen, politieke ontwikkelingen per jaar, wetenschappelijke ontdekkingen, bevolkingsgroei, klimaatdata, geluksindexen, enzovoorts. En daar kan je dan ook persoonlijke gegevens bij invoeren, wat jij doet, welke muziek je luistert, hoe gelukkig jij je voelt. Het is interactief. Je kunt lagen aan- en uitschakelen die jij belangrijk vindt, zaken die voor de vormgeving van jouw leven belangrijk zijn.”

De moderne mens als spin in een informatieweb.

„Op onze reizende expositie in de VS hebben we zo’n tijdlijn levensgroot afgedrukt, over het Lab. Daarin kun je bijvoorbeeld vinden dat het Lab is opgericht in 2003. Er waren toen nog 6,3 miljard mensen op aarde; de Verenigde Staten vielen Irak binnen, 50 Cent bracht Get Rich or Die Tryin’ uit; het eerste menselijk genoom was in kaart gebracht; het internet was in opkomst, maar er was nog geen Facebook, iPhone of YouTube. Zulke dingen. Het is gebaseerd op mijn interesse in vooruitgang, geschiedenis en toekomst. Op mijn twaalfde begon ik al met het bijhouden van een dagboek, met wat er gebeurde en hoe ik me voelde, en dat gaf ik vorm in een grafiek.”

Lag daar de kern om ontwerper te worden?

„Dat is nooit een vooropgezet idee geweest. Ik vond als kind verhalen verzinnen en vertellen leuk, zulke tijdlijngrafieken maken, en ik kon goed tekenen, net als mijn vader. Toen zei mijn leraar handvaardigheid op de middelbare school: ‘Waarom ga je eigenlijk niet naar de kunstacademie?’ Daar had ik nog nooit bij stilgestaan. Ik heb toen de vooropleiding in Arnhem gedaan, maar ik vond dat allemaal veel te vaag. Op de open dag van de nieuwe designacademie in Eindhoven trof ik wel een energie aan waartoe ik me aangetrokken voelde. Ik vond het een magische plek vol waanzinnig inspirerende docenten. Toen ik belandde bij de richting waar docent Gijs Bakker van Droog Design aan het hoofd stond, over conceptuele vormgeving, viel het kwartje echt.”

Je bent in 2003 cum laude aan de Design Academy afgestudeerd.

„Een van de projecten uit mijn studietijd was de ornamentele klimwand Ivy, die we monteerden in een flat in Eindhoven in het trappenhuis. Daar kun je nu niet alleen de lift of de trap nemen maar ook naar de eerste en tweede verdieping klimmen. Totaal niet efficiënt, maar wel leuk en gezond. Dat speelse, afwijken van het gebruikelijke systeem. Dat zat er vanaf het begin in.”