‘Ik verwacht veel van een lamp’

Michael Anastassiades staat bekend om zijn bedrieglijk eenvoudige lampontwerpen. „Ik probeer zoveel mogelijk informatie te verwijderen, tot ik de naakte essentie overhoud.”

Foto Michael Anastassiades

Een driedimensionale, lichtgevende Mondriaan. In de etalage van Mobilia, een woonwinkel in Amsterdam met een goed gevoel voor de tijdgeest, hangt een opvallende kroonluchter. Of misschien is ‘lichtsculptuur’, of beter nog ‘lichtmobile’, een betere omschrijving. Vier ranke, zwartgemoffelde metalen buizen van verschillende lengtes zijn steeds haaks met elkaar verbonden. Dat resulteert in een lijnenspel vergelijkbaar met dat op de zogenoemde neoplasticistische schilderijen van Mondriaan; de rode, gele en blauwe kleurvlakjes kun je erbij denken. Bij twee buizen is aan een uiteinde een lichtgevende bol aangebracht. Als de winkeldeur opent, danst de lichtmobile door de luchtverplaatsing in de ruimte.

De plafondlamp, Mobile Chandelier 1, trekt de aandacht van passanten, zegt Rini Scherpenisse, eigenaar van Mobilia. „Hij hing nog niet, of de eerste mensen kwamen de winkel al binnen om vragen te stellen.”

Scherpenisse zag de lamp vorig jaar tijdens de Salone, de jaarlijkse meubelbeurs in Milaan. Hij hing in de stand van de Brits-Cypriotische lichtontwerper en lichtproducent Michael Anastassiades, samen met nog een stel andere kroonluchters. Scherpenisse viel voor de eenvoud van de ontwerpen. Precies de aandachtstrekkers voor zijn etalage waar hij al een tijdje naar op zoek was.

Nooit eerder kocht hij zulke dure lampen in. Anastassiades maakt zijn lichtmobiles op bestelling en ze kosten per stuk hetzelfde als een nieuwe Volkswagen Polo. Toch hangen er nu twee in zijn etalage. Scherpenisse: „Collega’s zullen me misschien voor gek verklaren. Maar ik geloof in deze lampen.” En het prijskaartje van 18.000 euro dan? Dat heeft gewoon tijd nodig, zegt hij met een lach. „Heel veel klanten overwegen er een aan te schaffen.”

De blits met een kroonluchtersysteem

Michael Anastassiades (1967) is dé lichtontwerper van deze tijd. Vijfentwintig jaar geleden begon hij met het ontwerpen van lampen voor eigen gebruik, die hij later in eigen beheer in productie nam. De laatste jaren heeft zijn carrière een vlucht genomen en werkt hij ook in opdracht. Zijn lampen voor het Italiaanse Flos zijn bijvoorbeeld bestsellers, en allerlei andere grote fabrikanten hebben inmiddels ook bij zijn studio in Londen aangeklopt.

In tegenstelling tot de exclusieve ontwerpen die Michael Anastassiades in eigen beheer produceert, zijn z’n industrieel vervaardigde lampen heel betaalbaar. Zonder uitzondering gaat het om bedrieglijk eenvoudige ontwerpen. Bijvoorbeeld een lichtgevende bol, achteloos bevestigd aan een doodsimpel messing voetje. Of een kegelvormig plafondlampje met een ellenlang snoer, dat de gebruiker als een draadsculptuur door de kamer kan spannen – een lamp die uitnodigt tot creativiteit en de ruimte bepaalt.

En deze maand introduceert Flos Arrangements, een kroonluchtersysteem waarmee Anastassiades een jaar geleden in Milaan al de blits maakte. Negen geometrische gevormde led-lampen – een vierkant, cirkels, staven – kunnen naar wens worden gecombineerd tot een lichtgevende schakelketting.

Op het moment van gesprek is Anastassiades in Londen druk in de weer met de ontwerpen die hij vanaf 17 april zal presenteren op de komende Salone in Milaan. Dit keer niet alleen lampen, maar ook meubels. Op de vraag wat we precies kunnen verwachten, antwoordt hij: „Daar mag ik niets over zeggen. Het moet een verrassing blijven.”

Wat betekent kunstlicht voor u?

„Dag en nacht zijn er niet zonder reden. Probeer dus niet met een lamp van de nacht een dag te maken. Een lamp is geen opzichzelfstaand object, maar iets wat moet functioneren in een ruimte. En ’s avonds heb je ander, zachter licht nodig dan overdag, zodat je tot rust komt.”

Uw eerste lamp was de Anti-Social Light (2001), een lamp die dimt bij geluid. Wat wilde u daarmee?

„Ontwerpen is voor mij altijd onderzoeken. Het leek me destijds interessant om een interactieve lamp te maken, een lamp die alleen functioneert als je haar eigenaardigheid accepteert. Als je in gesprek gaat dimt het licht, en als je zwijgt brandt de lamp. Met die psychologische barrière moet de gebruiker zien te dealen.”

Wat staat voor u als ontwerper voorop?

„De zoektocht naar tijdloosheid is denk ik het meest opvallende kenmerk van mijn ontwerpen. Het is een kwaliteit die in veel hedendaags design ontbreekt. Wat een ontwerp tijdloos maakt? Tijdens het ontwerpen probeer ik zoveel mogelijk informatie te verwijderen, net zolang tot ik de naakte essentie overhoud. Die strip down esthetics hanteer ik niet alleen om visuele redenen, maar ook om tot de gewenste tijdloosheid te komen. Eenvoudige, vertrouwde vormen gebruiken, zoals de bol, draagt ook bij aan die tijdloosheid. Net als de kwaliteit van materialen en afwerking. Geen verchroomd plastic, maar materialen als messing, dat met de loop der jaren alleen maar mooier wordt. Duurzaamheid, dat is producten ontwerpen die niet weggegooid hoeven te worden.”

Naast ontwerper bent u ook producent. Bent u een goede zakenman?

„Ik moest mijn eigen ontwerpen wel produceren, want niemand anders deed het. Door het zakendoen heb ik geleerd welke producten commercieel succes hebben. Die kennis is belangrijk als je voor grote bedrijven werkt. Bij mijn eigen label kan ik doen wat ik wil en maakt het niet zoveel uit of ik vijf exemplaren van een lamp verkoop of maar eentje. Maar als ik voor anderen werk voel ik de verantwoordelijkheid om iets succesvols te maken.”

Toen de gloeilamp in 2009 werd verboden, sprak de Duitse lichtontwerper Ingo Maurer luidkeels schande over de beroerde kwaliteit van de alternatieven. Had hij gelijk?

„Ja, Maurer had zeker een punt. Voor de perfecte gloed van de gloeilamp was de led-lamp toen nog geen adequaat alternatief. Die radicale breuk met het verleden was ook best curieus. Gelukkig heeft Maurers protest iets losgemaakt en een impuls gegeven aan het onderzoek naar led-lampen die warmer licht geven.

„Vlak voor het verbod op de gloeilamp had ik net de eerste lampencollectie van mijn eigen merk gelanceerd. Die lampen waren gebaseerd op de fysieke vorm van de klassieke gloeilamp. Lastig, want toen had je nog geen led-lampen in de vorm van peertjes. Nu wel, al geven die nog altijd niet hetzelfde warme licht. Maar ik denk dat het een kwestie van tijd is.”

U bent vijftien jaar yoga-leraar geweest. Heeft yoga invloed op uw ontwerpen?

„Onbewust wel, denk ik. Yoga heeft mijn manier van kijken beïnvloed. Ik test nieuwe ontwerpen altijd zelf uit. Mijn huis is altijd een soort laboratorium geweest. Soms test ik lampen vele jaren voor ze in productie gaan.

„Ik verwacht veel van een lamp. Proportie is bijvoorbeeld cruciaal: een lamp moet zich goed tot ons verhouden. En dan doel ik niet zozeer op het fysieke volume van de lamp, maar op de hoeveelheid licht die de lamp verspreidt. Ik laat niets aan het toeval over. Soms duurt het wel een jaar of twee voordat een ontwerp naar mijn zin is.”

De laatste jaren benaderen grote fabrikanten u voor allerhande opdrachten. Wat hoopt u over vijf jaar te doen?

„Hetzelfde als nu. Ik ben niet zo’n ontwerper die droomt van het ontwerpen van steeds grotere producten. De uitdaging is om vernieuwende ontwerpen te maken. Dat is een proces dat nooit verveelt.”