Je hele leven zit in de eettafel

Vroeger was de eettafel klein, zodat hij in de keuken past. Nu is het een hangplek voor de hele dag. De ontwikkeling van de tafel tot de hart van het huis.

Foto Carrie Mae Weems

Er is een foto van mij als baby op een donkerbruine bielzen tafel. Als een kleine boeddha, omringd door asbakken, sigarettenrook, beugelflessen bier en langharige jongvolwassenen, onder het schijnsel van een emaillen fabriekslamp. Die tafel herinner ik me uit mijn kindertijd, omdat je op de onregelmatige bielzen niet kon kleuren en in de spleten ertussen je fiches verdwenen als je een spelletje deed. Het was een onding, dat waarschijnlijk alleen zo lang mocht blijven, omdat hij te zwaar was om naar het grof vuil te tillen. Daarna kwam er een ronde uitschuiftafel die weer andere gebreken had. Het blad lag niet al te stevig op de middenpoot, als je er aan één kant op leunde, rolden de spruitjes van je bord. Nu staat er in het ouderlijk huis een grote houten tafel waar je met z’n tienen aan kunt eten, kaarten, praten, ruzie maken. Mijn vader zit altijd aan het hoofd, vaak met zijn laptop opengeklapt.

Hoewel een goede eettafel tijdloos is, is de tafel wel degelijk meegeëvolueerd met de manier waarop we leven. Nog niet eens zo heel lang geleden waren koken en eten gescheiden. De keuken was klein, hooguit stond er een klein tafeltje. De grote tafel heette de eetkamertafel. In veel huizen was de eetkamer een vertrek voor zon- en feestdagen. Voor het eten ging er een tafelkleed op tafel. Mijn grootmoeder legde dat over het Perzisch kleedje, waardoor het voelde alsof je bord op mos stond. Niks kookeiland of open keuken. Deur dicht, anders kreeg je etensluchtjes in huis. Nu bouwen we huizen met grote open keukens, met de tafel als verbinding tussen keuken en woonkamer.

Hangplek voor de hele dag

Er zijn heus nog woningen met kleine, aparte keukentjes. En er zijn ook huizen zonder eettafel – in het Verenigd Koninkrijk schijnt een kwart van de huishoudens er geen te hebben, schreef Julian Baggini in Deugden van de tafel. De filosoof schrijft dat het eerste wat hij zijn hospita vroeg toen hij op kamers ging een klaptafeltje was om aan te kunnen eten. Beschaafde mensen eten aan tafel, ook als ze alleen zijn. De Britse thuiskok Nigella Lawson heeft geen tafel nodig om te eten – na haar scheiding at ze het liefst in bed. Maar in haar keuken staan wel twee tafels. Een klein bistrotafeltje om alleen aan te eten, en een meterslange tafel om aan te wonen: ze schrijft er, ze leest de krant, eet er met kinderen en vrienden.

Bij veel mensen zou de eettafel rood oplichten als je een warmtekaart van het huis zou maken. Na het eten klappen we de laptop nog even open. En gasten dirigeren we niet meer naar de zithoek voor een digestief. De eettafel is een hangplek voor de hele dag.

Christien Starkenburg (52) noemt de tafel een shared space, de enige analoge plek in huis, de plek waar je samen bent met anderen. Zij heeft met haar man in Leeuwarden de winkel Jan de Jong Interieur, een instituut in Noord-Nederland, waar ze in de loop der jaren steeds grotere tafels is gaan verkopen. „Vroeger vond ik een tafel van 1 meter 80 al huge. Nu is tweeënhalve meter heel normaal, vooral buiten de Randstad, waar de huizen groter zijn. En van de weeromstuit wordt de zithoek steeds kleiner.”

Deze foto’s komen uit de Kitchen Table Series (1990) van de Amerikaanse fotograaf Carrie Mae Weems. Onlangs bracht uitgever Damiani de serie uit in boekvorm.
Foto’s Carrie Mae Weems

De uitschuiftafel is op z’n retour en wat haar klanten ook niet meer kopen is een set identieke stoelen. „De één knoeit veel, de andere heeft een hernia, de derde houdt kantoor aan tafel – kies de stoel die bij je past, met de tafel als onnadrukkelijk rustpunt.”

De tafel van nu, schetst ze, is al een jaar of acht groot en van massief hout. Een stamtafel. Een kloostertafel. Hij is robuust, wat niet hetzelfde hoeft te zijn als lomp.

In woonbladen zie je nu veel marmeren tafels. „Prachtig. Maar ga er eens aan zitten met blote armen. Het voelt altijd koud. En als je een lepel laat vallen schrik je je een hoedje.” Starkenburg heeft het niet zo op trends. „Wonen wordt steeds meer mode. Maar een tafel is het tegenovergestelde van mode. Een tafel moet houvast bieden, troost.”

Daarom ook hout. Hout heeft een ziel, leeft mee. „Als je net een tafel van 3.000 euro hebt gekocht wil je geen krassen, maar in de loop der jaren krijgt hout een mooi patina.”

De kinderen hebben erop gedanst, er is geknutseld, eindeloos getafeld, woedend met spullen gesmeten, wijn gemorst. Alweer een buts, een kras, een vlek en een kring – je hele leven zit in die tafel.

Ronde tafels voor moderne huizen

„Hoe digitaler de wereld, hoe analoger de tafel”, zegt Starkenburg. Natuurlijk, er zijn ook tafels met vakjes voor snoeren en apparaten, maar de meeste mensen willen een tafel „die zich niet laat veroveren door de techniek.” Haar indruk wordt gestaafd door onderzoek dat Ikea deed onder duizenden mensen in 22 landen: we zijn de hele dag online, maar als we samen aan de eettafel zitten, gaat in 47 procent van de gezinnen de telefoon aan de kant. Het verlies aan contact wordt goedgemaakt aan tafel.

Driekwart van de tafels die Starkenburg verkoopt is rond of ovaal – al kan dat ook komen doordat ze de voordelen zo overtuigend brengt. „Moderne huizen zijn vaak hard en hoekig, een ronde tafel geeft een vloeiende lijn. Een rechthoekige tafel kan vaak maar op één manier in de ruimte staan, met een ronde of ovalen tafel kun je schuiven. En iedereen aan tafel heeft een gelijkwaardige plek.”

De Nederlandse ontwerper Joris Laarman is wereldberoemd en was volgens The Wall Street Journal zelfs ‘Innovator of the Year’. Lees ook het interview met hem: ‘We zouden een ministerie van Toekomst moeten hebben’

Bij Arco, dat al meer dan honderd jaar meubels produceert, zien ze dezelfde trends als bij Jan de Jong. Met twee verschillen: bij Arco worden nog steeds vooral rechthoekige tafels verkocht. Of rechthoekige tafels met afgeronde hoeken, zoals een kiezelsteen, zodat je elkaar net wat beter kunt aankijken. „En tegenover die steeds grotere tafels is er ook juist vraag naar kleine tafels, voor kleinere huishoudens in de grote steden”, zegt Jorre van Ast (38), ontwerper en directeur van Arco.

Tafels voor de hele dag

Dat de tafel het hart van het huis is geworden, blijkt ook uit de koers van de meubelmakers in Winterswijk. „We hebben een paar jaar geleden gezegd: we richten ons helemaal op ‘tafelen’.” Aan de grote tafels die Arco verkoopt, kun je met een beetje schuiven de hele dag doorbrengen. De Essenza bijvoorbeeld, daarvan was de grootste uitvoering twintig jaar lang 2.80 meter. Sinds kort is die te krijgen tot 3.60. Drie meter zestig! Reken maar uit hoeveel borden, laptops, tekeningen en Lego-bouwwerken je daarop kwijt kunt.

Foto’s Carrie Mae Weems

Aan de Trestle, een recent ontwerp van Van Ast, is te zien wat tegenwoordig met robuust hout wordt bedoeld. Niet een stel onbewerkte treinbielzen, maar ook niet het puntgave noestvrije hout uit onder meer Oost-Europa dat Arco veel heeft gebruikt. „In plaats van het materiaal bij de vorm te zoeken, gebruiken we nu eikenhout uit de buurt en hebben we het materiaal de vorm van de tafel laten bepalen.” Dat levert een tafel op met een 45 millimeter dik blad, mét noestjes. En stevige schragen als onderstel. Net als de eerste tafel die Van Ast voor zichzelf maakte toen hij als student op kamers ging. „Ik herinner me het niet precies, maar dat moet haast wel een deur op schragen zijn geweest.”

De eerste tafel die Starkenburg kocht, toen ze 24 was, had alles wat haar ideale tafel van nu niet heeft. Een stalen onderstel met een rechthoekig zwevend tafelblad van glas. Het was de LC6, een ontwerp van Le Corbusier uit 1928 dat nog steeds wordt verkocht. Hoewel hij voor Starkenburg als eettafel heeft afgedaan, gebruikt ze ’m nog steeds, maar nu als werktafel. Dat ze er niet meer aan eet, doet niets af aan het ontwerp, en nog minder aan Le Corbusier en zijn filosofie: ‘goed design is zichtbaar gemaakte intelligentie’. Een goed ontwerp raakt bovendien nooit uit de mode. Als het omgekeerde ook geldt, is dat hoopgevend. Dan zien we de bielzen tafel uit mijn kindertijd nooit meer terug.

    • Martine Kamsma