Recensie

Frustrerend vage film over koloniale geest

Arthouse De prominente Argentijnse regisseur Lucrecia Martel levert met ‘Zama’ een complexe film af over de koloniale blik op de ‘Ander’. Veel verhaal biedt ze niet.

Koloniale verhoudingen in historisch Paraguay in ‘Zama’.

Don Diego de Zama is een bestuurder die werkt voor de Spaanse kroon in Asunción, de hoofdstad van Paraguay. Het is een afgelegen plek waar hij eigenlijk niet wil zijn. Hij doet verwoede maar vergeefse pogingen te worden overgeplaatst naar Argentinië, waar hij na jaren afwezigheid herenigd hoopt te worden met zijn vrouw en kinderen.

Dit is de plot van Zama, de historische film van Lucrecia Martel, die zichzelf met eerdere films als La niña santa en La mujer sin cabeza op de kaart zette. Zama is een eigenzinnige bewerking van de gelijknamige roman uit 1956 van cult-auteur Antonio di Benedetto, waarvan vorig jaar een Nederlandse vertaling op de markt kwam.

In een van de eerste scènes zien we Zama een groepje inheemse vrouwen begluren die zich insmeren met modder. Als hij betrapt wordt, slaat hij de vrouw die hem achtervolgt. Maar eigenlijk is begluren niet het goede woord: Martel toont hem liggend in de duinen, luisterend naar de vrouwen die spreken in een taal die hij niet begrijpt. Deze scène illustreert zowel de koloniale thematiek van de film, waar macht, geweld en heimelijke fascinatie voor een vreemde cultuur samenkomen, als de stilistische benadering van Martel. Het luisteren van Zama toont het belang dat Martel hecht aan (offscreen) geluid. We horen veel natuurgeluiden en Zama wordt geassocieerd met de zogenaamde Shepardtoonladder, een eindeloos dalende toonreeks die de vervreemding van de hoofdpersoon benadrukt. Hij wil daar niet zijn, maar wegkomen lukt ook niet: de door hem zo verlangde overplaatsingsbrief van de koning komt maar niet; Zama varieert zo op Becketts Wachten op Godot.

Lees ook het interview met regisseur Lucrecia Martel over haar nieuwe film tijdens IFFR

Doordat er nauwelijks plot is, maakt Martel het de kijker lastig. Zama is tegelijk obscuur en glashelder. Opeenvolgende scènes lijken nergens toe te leiden maar geven wel inzicht in de koloniale omstandigheden waarin Zama opereert. De hoofdpersoon heeft een kind bij een creoolse vrouw maar tegelijkertijd zijn zinnen gezet op de Spaanse vrouw, echtgenote van een minister, die in Asunción woont. Zijn hunkering naar haar is al even vergeefs als zijn verlangen naar overplaatsing. Hij ziet Paraguay als achtergebleven land, ver weg van de Europese beschaving. De Spaanse vrouw op wie hij zijn zinnen heeft gezet idealiseert Europa ook. Beiden scheppen zo de dichotomie tussen achterlijkheid en beschaving, die het eurocentrisme (nog steeds) zo eigen is.

Hoewel soms frustrerend vaag is Zama incidenteel dan weer te expliciet over wat de film wil vertellen over koloniale en patriarchale verhoudingen, machtsverschillen en de blik op de ander. Martel onderstreept dat deze thematiek niet alleen historisch maar ook contemporain is. Ze voegt nog een tijdslaag toe: de muziek van Los Indios Tabajaras, die inheemse en westerse klanken vermengt, stamt uit de tijd dat Di Benedetto zijn boek publiceerde, eind jaren vijftig.

Dat soort vervreemding zoekt Martel graag op, getuige ook de grappige scène waarin opeens een lama kalm het beeld inloopt en het beeld waarin een paard zich omdraait en recht in de camera kijkt.

    • André Waardenburg