Commentaar

Excessief geweld Israël is over de schreef en contraproductief

Vrijdag kwamen zeventien Palestijnen om in gevechten met het Israëlische leger aan de grens tussen Gaza en Israël. Meer dan 750 Palestijnse demonstranten raakten gewond. Het waren de zwaarste ongeregeldheden in Gaza sinds 2014 – en de kans is groot dat er op korte termijn meer bloedige botsingen volgen.

In de aanloop naar het zeventigjarig bestaan van de staat Israël, op 14 mei, hebben Palestijnen meerdere demonstraties gepland om aandacht te vragen voor hun grieven. Want dat is al zeventig jaar de schaduwzijde van de Israëlische staat: Palestijns leed. Voor de Palestijnen is 15 mei de jaardag van de ‘nakba’, de catastrofe, toen honderdduizenden Palestijnen van hun grond werden verdreven.

Vrijdag hadden zich aan de grens naar schatting 35.000 Palestijnse demonstranten verzameld. Kleine groepjes demonstranten rukten op naar het hek tussen Gaza en Israëlisch grondgebied, gooiden met stenen en brandbommen en staken autobanden in brand. Israël wilde de demonstranten op afstand houden.

Het hoge aantal slachtoffers wettigt de vraag of het Israëlische geweld in verhouding stond tot de dreiging. Human Rights Watch heeft Israël ervan beschuldigd vanuit veilige positie het vuur te hebben geopend op demonstranten waarvan geen acute dreiging uitging. Er circuleren diverse filmpjes van de gevechten. Op een daarvan zou te zien zijn hoe een man die kort daarvoor op 200 meter van de grens autobanden in brand had gestoken van achteren dodelijk wordt geraakt. Het Israëlische leger zegt dit voorval te zullen onderzoeken.

De beste manier om de ware toedracht boven water te krijgen en de situatie te deëscaleren zou een onafhankelijk internationaal onderzoek zijn naar de gebeurtenissen, zoals de EU heeft gevraagd. In de VN-Veiligheidsraad hielden de VS zo’n onderzoek tegen.

Het gewelddadig optreden van Israël richt de internationale aandacht op de uitzichtloze en mensonterende situatie van de Palestijnen in Gaza. Israël en Egypte hebben het kleine gebied, waar naar schatting 1,9 miljoen mensen wonen, al tien jaar in de tang. Hamas, dat er sinds 2007 aan de macht is, is niet in staat het gebied te besturen. De werkloosheid is hoog. Zeventig procent van de bevolking is afhankelijk van buitenlandse hulp, veertig procent van de huishoudens heeft niet genoeg te eten. Op sommige dagen is er maar vier uur stroom. Veertig procent van de bevolking heeft maar vier tot zes uur per dag water, elke drie tot vijf dagen.

Het geweld onderstreept ook nog eens het schrijnende gebrek aan vooruitgang bij het oplossen van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Jared Kushner, de schoonzoon van president Trump, zegt te komen met een vredesplan, maar intussen kiest de president de kant van Israël, onder andere door de Amerikaanse ambassade te verplaatsen van Tel Aviv naar Jeruzalem, een verhuizing die voor 15 mei zijn beslag moet krijgen. De Palestijnen vinden de Amerikanen daarom geen geloofwaardige gesprekspartner.

Israël heeft uiteraard het recht om zijn grens te verdedigen. Maar Israël heeft ook de plicht om vreedzaam protest toe te staan en is gehouden slechts in het uiterste geval proportioneel geweld te gebruiken. Schieten op demonstranten die geen acute dreiging vormen is niet acceptabel. En bovendien contraproductief. Alleen terughoudendheid, aan beide kanten, kan de komende weken een ramp voorkomen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.