Column

DNArcisme

De afgelopen weken heb ik verschillende familieverhalen voor de volgende generatie vastgelegd. Gelukkig is er bij ons thuis al flink wat stamboomonderzoek gedaan, waardoor ik me kan richten op belevenissen van de voorgaande generaties.

„Dat is gewoon DNA-narcisme”, zei mijn zus toen ze ontdekte waar ik mee bezig was. „Of wacht: DNArcisme!” Toen ze hiervan was bijgekomen, vervolgde ze met: „Wat is dat toch, bij mij op bridge zitten talloze pensionado’s die obsessief bezig zijn met hun herkomst. Ik begrijp het ergens ook wel hoor, dan heb je je loopbaan erop zitten en was die lang niet zo spectaculair en dus ga je maar in het verleden spitten om een legitimatie te vinden voor het feit dat je je zo speciaal voelt.”

Ik zei maar even niets. Mijn zus staat altijd vooraan als er weer een laatste rustplaats van een familielid is gevonden. Een paar jaar terug zijn we nog op vooroudertoerisme geweest naar een Schotse abdij waar een verre voormoeder (1043-1095) begraven lag. Bij aankomst bleek het graf al eeuwen geleden geruimd. Mijn zus werd toen boos op de suppoost.

Deze week was ik bij mijn oudtante, om het levensverhaal van mijn overgrootvader (1900-1972) op te tekenen. Daar word je niet blij van: hij diende bij het KNIL, bracht de oorlog door in de Changi-gevangenis, nam daarna deel aan de politionele acties en eindigde als alcoholist. Mijn oudtante heeft geen idee van wat hij allemaal in het leger heeft gedaan, maar wel dat zijn bestaan op het laatst van paniekaanvallen aan elkaar hing.

Van dat heftige nieuws moest ik even bijkomen. Mijn oudtante sloeg een arm om me heen. Zij is ook al druk bezig met data verzamelen. Ik moest denken aan de sneer van mijn zus, dat genealogie niet meer dan verkapte zelffelicitatie is. Zijn we daarom nu allemaal op zoek? Omdat het aansluit bij onze op hol beslagen zelfbewondering? Mijn oudtante haalde haar schouders op.

„Ik kan me niet voorstellen dat je niet op zijn minst een beetje nieuwsgierig bent naar hen die het leven aan je doorgaven. Mijn eigen moeder was strenggelovig en zag daarom uit naar het hiernamaals: eens horen welke avonturen haar voorouders hebben beleefd! Wat voor lol zij met onze genen hebben gehad! Nu er tegenwoordig steeds minder mensen in een leven na de dood geloven, is stamboomonderzoek het dichtst dat je bij je voorland kunt komen. Verhalen achterhalen, zodat die verre familieleden meer zijn dan wat data, een geboorte- en een sterfplaats.”

Dat het, om het met Reve te zeggen, niet onopgemerkt is gebleven. En dat wij later misschien ook wel even herinnerd worden, voordat het universum ons weer als kruimels van de rok af klopt.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.