Diarree

Anne Hermans is huisarts in Nieuw-Zeeland. Ze schrijft columns op basis van haar ervaringen.

‘Somatisatie is het vertalen van psychische onlustgevoelens in lichamelijke klachten.” Ik zak wat dieper weg in de bank en lees verder:

„Een kwart van de patiënten die een huisarts ziet, presenteert zich met somatiserende symptomen.”

Als ik aan mijn patiënt van vorige week denk met zijn buikpijn en diarree, voel ik me plotseling misselijk. Een kwart van de patiënten! Ongelooflijk dat we er als huisartsen dan toch zo slecht mee om kunnen gaan.

Een longontsteking, gebroken arm of abces is makkelijk: wat antibiotica, een gipsje, lekker snijden. Maar al die psychische stress, die dan ook nog eens niet als zodanig gepresenteerd wordt, maar als buikpijn, hoofdpijn, diarree of moeheid …

We focussen op het uitsluiten van kanker of infecties. En als alle onderzoeken normaal terug zijn gekomen, geven we ze de plakker ‘prikkelbare darmsyndroom’ of ‘chronische vermoeid’ en zien ze het liefst nooit meer terug. ‘Lastige patiënt’ noemen we ze in het overleg met collega’s.

Een krampende pijn trekt door mijn buik. Ik ren naar de wc en moet dan ongewild lachen: zelf ben ik net zo goed een ‘lastige’ patiënt!

Ik maak me al dagen zo veel zorgen dat ik geen goede dokter ben voor mijn patiënten, dat ik er letterlijk buikpijn en diarree van heb. Maar in plaats van mijn stress aan te pakken, heb ik eergisteren mijn ontlasting voor een kweek opgestuurd uit angst voor campylobacter of giardia.

Ik hoor mijn partner binnenkomen met onze dochter. Hij klopt op de wc-deur. „Je weet toch dat we over tien minuten in het zwembad hebben afgesproken?”

Ik zucht. „Ik denk dat ik deze middag even oversla. Beetje buikpijn.”

„Nog steeds?”, klinkt het verbaasd. „Dat heb je nu al een week. Moet je dat niet laten onderzoeken?”

„Nee joh!” lach ik. „Gewoon prikkelbare darmsyndroom. Als ik er niet op focus is het zo weer over.”

Als ze de deur uit zijn, log ik in op het netwerk van de praktijk. Ik schrijf een paar verwijzingen en scroll door mijn inbox. Dan gaat de telefoon. Terwijl ik opneem, valt mijn oog opeens op een rood, dikgedrukt resultaat achter mijn naam: „Norovirus.” De meest besmettelijke van alle buikgriep!

Mijn adem stokt als ik denk aan alle vrienden die de afgelopen dagen bij ons te eten zijn geweest.

„Anne!” Vanuit de verte dringt de stem van mijn vriend tot me door. „John belde net. Ze komen niet zwemmen omdat hun hele familie opeens aan het overgeven is.”

    • Anne Hermans