Foto Olivier Middendorp

De tribune van de vergane voetbalclub Haarlem als ideale samenleving

Voetbalcultuur

Freek van Kraaikamp stond jarenlang als supporter op de tribune bij de inmiddels verdwenen profclub Haarlem. Het inspireerde hem tot een roman, Elitepauper. Een ode aan de rauwheid van de voetbalcultuur. „Voetbal interesseert me geen reet, maar ik hou van foe-bal.”

Toen hij „een jaar of vijftien, zestien” was, stapte Freek van Kraaikamp met een paar jongens van school in Sassenheim op lijn 51 naar Haarlem. Hij droeg een rode, gewatteerde Kappa-jas, en een rode pet – „dan lijk je toch iets groter”. HFC Haarlem speelde die vrijdag thuis tegen Go Ahead Eagles. Van Kraaikamp stond die avond voor het eerst op de Noord-tribune. De uitslag kan hij zich niet meer precies herinneren – „heel slecht was het, 1-5 of zo”– maar hij was vanaf dat moment Haarlem-supporter voor het leven. Of in ieder geval tot en met 25 januari 2010, de dag dat de profvoetbalclub failliet werd verklaard.

Van Kraaikamp is nu 33 jaar. Als hij destijds niet in bus 51 was gestapt, was hij naar eigen zeggen niet geweest wie hij nu is. Hij had misschien zijn studie een jaar of vijf eerder afgerond, maar zijn Haarlem-jaren waren de meest vormende periode in zijn leven. Dat er „een paar scherpe randjes” aan zaten, een „beetje burgerlijke ongehoorzaamheid”, die „collateral damage” neemt hij voor lief.

De supporter is schrijver geworden. Vorige maand kwam zijn debuutroman uit: Elitepauper. „Een ode aan de rauwe voetbalcultuur” noemt hij het zelf. Dit is zíjn verhaal – „ik ben niet de stem van de voetbalsupporter, ik ben een strijder voor de vrije voetbalcultuur” – aan de hand van zes citaten uit het boek.

Het is tuig, je vindt het idioten, of je noemt ze afkeurend ‘supporters’. (…) Maar wat weet je eigenlijk echt van ze?

„De tribune is voor mij de ideale samenleving. Dat houdt geen stand voor miljoenen Nederlanders, dag in dag uit. Maar gewoon een middagje in de week, is het voor mij het ideaalbeeld. Op de tribune staat de tijd stil, jongetjes blijven altijd jongetjes. Dat is het grootste verschil tussen iemand op zijn werk en op de tribune. Neem een dikke gozer die als student op de tribune terechtkomt. Na zijn afstuderen krijgt hij een mooie baan op de Zuidas, maar op de tribune is het dan nog steeds: ‘Hé dikke, ga eens bier halen.’”

„Dat vind ik heel waardevol, heb ik ook nodig. Geen gedoe. Je ziet steeds minder primaire reacties. Mensen zijn eerder gekwetst en als je gekwetst bent, heb je gelijk. Ik snap natuurlijk ook wel dat je je aanpast aan je omgeving. Als ik bij mijn schoonmoeder op de bank zit, zeg ik ook niet: ‘Hé dikke, ga eens bier halen’. Terwijl ik dat misschien wel denk.”

In onze wereld doe je er pas echt toe als je een bijnaam hebt.

„Ik ben een sucker voor bijnamen. De mijne? Paranoia Freek. Het was bij mij altijd van ‘we missen de bus’ of ‘we zijn te laat’. Bijnamen ontstaan in het moment. En die beklijven of ze beklijven niet. Denk dat er meer bijnamen niet vallen dan wel. Er verwisselt nog steeds weleens iemand van bijnaam. Ik ben nu Elitepauper. Of De Schrijver. De vriendengroep is ook het belangrijkste in het hele verhaal. Haarlem mag dan niet meer bestaan, die vriendschap, die loyaliteit is nooit opgehouden. Ik zie al die jongens nog steeds, we drinken nog steeds bier.”

„Een van onze jongens is onlangs overleden. Van ons was er een man of honderd op die dienst. Wij nemen dan het voortouw, zorgen dat er spandoeken gemaakt worden, fakkels ingeslagen. We zijn inmiddels allemaal tussen de dertig en veertig, maar iedereen pakt meteen weer zijn rol op. Ik was penningmeester. Binnen een dag stond er een kleine tweeduizend euro op de rekening. Met één appje: ‘Draag bij naar draagkracht’. Dat is plichtsbesef. Zie ik in de wereld om me heen veel minder.”

Je positie binnen de groep is af te lezen aan je plek op de tribune.

„De hiërarchie is duidelijk. Dat voel je, je groeit erin. Op de tribune ga je van buiten naar binnen, het filtert zich vanzelf. Voor je het weet ben je Haarlem-supporter. Terwijl ik in principe niets met de club heb. Dat krijg je niet uitgelegd. Geef je je geld aan uit: uitwedstrijden, thuiswedstrijden, vrijdagavond naar de club, zaterdagavond naar een houseparty. En het gaat nooit gepaard met één pilsje, er komt drugs bij kijken. Ja, dat kost gewoon een hoop knaken. En al verwordt het tot een hinderlijke onderbreking van een gezellig dagje met de jongens, voetbal is wel de aanleiding van ons samenzijn. Je gaat ook gewoon, zonde om niet te gaan.”

„Het is wel een bepaald slag mensen, je moet een vorm van zelfkastijding hebben wil je op die ijskoude Noord-tribune blijven staan, seizoen in, seizoen uit. ‘Daar waar de gevoelstemperatuur altijd vijf graden lager lag’. Zelf heb ik er acht, negen seizoenen gestaan. Terwijl voetbal me geen reet interesseert.”

Ik haat voet-bal, maar ik hou van foe-bal.

„Voet-bal, dat zijn er heel veel. Die kijken op woensdagavond voor de 28ste keer in vijf seizoenen Chelsea-Barcelona, waar inmiddels de voorhoedes inwisselbaar zijn. Als ik nu naar het stadion zou gaan… Het rookverbod bij PSV, dat door Thijs Slegers [perschef] wordt onderbouwd als ‘de topsportlifestyle van PSV en haar supporters’. Bij Ajax gaat het over de Tunnelclub, terwijl de hele directie overhoopligt. Ik raak volledig de connectie kwijt tussen waarvoor ik naar het voetbal zou gaan en wat ik om me heen zie gebeuren.”

„Foe-bal is cultureel erfgoed. Je gaat met je opa en je pa naar het stadion toe, in een gebreide trui van je oma. En vervolgens groei je op in het supportershome waar je je biertje drinkt. Je scheldt op elkaar, je scheldt op de spelers, je wordt onderdeel van de club, de club wordt onderdeel van jou. Daar loop ik warm voor. En dat zie je momenteel alleen nog maar bij de amateurs. Zelfs bij Emmen zit je tegenwoordig op een net gespoten kuipstoeltje.”

„Mijn boek speelt zich af in 2014, ik schep een te romantisch beeld waarvan ik echt wel weet dat het niet standhoudt. Maar ik verlang er wel naar. En het boek en dat gevoel is club- en stadionafhankelijk. Je kunt het zo vertalen naar Duitsland of Engeland. Ook daar zijn supporters vervreemd van hun club en de huidige voetbalwereld. We hebben het er weleens over. Of ik er weer sta als Haarlem morgen wordt opgericht. Niet als het Red Bull Haarlem wordt. Het moet wel op mijn eigen romantische voorwaarden.”

De KNVB heeft ieder ‘matchday-gevoel’ vakkundig verkracht door de opzet van het speelschema.

„Het is natuurlijk niet ideaal als je op maandagavond om acht uur in Helmond moet zijn. Wij gingen naar Veendam, Helmond, Emmen. Als je dat tien jaar lang doet, dan loop je wel een keer tegen een draai om je oren aan. Daarna ga je naar de wedstrijd en naar huis. Heb je weer twee weken iets om over te praten.”

„Naar een bekerwedstrijd in Emmen mochten geen uitsupporters mee. We hadden iets gedaan, of het was carnaval. We gingen toch. Stond in Emmen de plaatselijke agent uit Haarlem, die natuurlijk iedereen kende. Zijn we naar Den Bosch gegaan waar we een wereldavond hebben gehad. Dat zijn de dingen die beklijven. Ik zou ook de periodetitel kunnen noemen die we ooit bij Fortuna Sittard pakten. Natuurlijk was dat mooi, maar niet zo mooi als met meegesmokkelde flesjes Bacardi in je schoenen keihard verliezen van Go Ahead Eagles.”

Om echt waardig te vechten moet je vooral weten wanneer je moet stoppen.

Locking horns, kijken wie de sterkste is. En dan weer weg. Het is over als het respectvol is geweest. Aan die associatie van voetbalsupporters met geweld draag ik met mijn boek bij. Maar voor mij is dit verhaal zoveel meer dan die paar vechtpartijtjes. Voetbalsupporters zijn echt niet allemaal laaggeletterde idioten. Ze hebben af en toe een andere communicatievorm dan gangbaar is of dan we willen zien, maar dat maakt ze nog niet debiel.”

„Die rauwe cultuur verdwijnt? Ja, het wordt steeds cleaner, minder primair, voorgekookt. Kijk naar Ajax en Ziyech. Ziyech is boos, de supporters zijn boos. Dan krijg je een hele overanalyse hoe de supporters zich verhouden tot de club, hoe de supporters zich verhouden tot Ziyech, hoe Ziyech zich verhoudt tot de club, dat-ie Marokkaans is en of dat misschien een rol speelt. Terwijl ik denk: die supporters hebben alle recht om boos te zijn, want hij speelt niet lekker. En Ziyech krijgt van alles over zich heen en denkt: ‘Fuck you’. Als dat nou het enige verhaal is, dan kan je daarna gewoon weer bier gaan drinken.”

    • Rogier van 't Hek