Brieven

Brieven

Ik werd treurig van het artikel ‘Verliezers zijn homo’s, dacht ik’ (24/3). Twee heteroseksuele tophockeyers, Valentin Varga en Laurence Docherty, bevestigen eerst wat stereotypen over homo’s en vervolgens doen ze zich voor als kampioenen van homotolerantie. ‘Vieze homo’ is een scheldwoord, maar met ‘homo’ als zodanig hebben zij geen probleem. En als je in een yell roept ‘We gaan die homo’s inmaken’, heeft dat dus geen negatieve connotatie. Binnen tophockey heerst een machocultuur. Maar volgens Verga en Docherty ligt daar het probleem niet. Nee, Thijs de Greeff, die worstelde omdat hij zijn teamgenoten niet van zich wilde vervreemden, had ‘gewoon’ uit de kast moeten komen. Het probleem schuilt echter juist in die cultuur. Daarin horen homo’s niet thuis. Homo’s, dat zijn verliezers. Of het zijn hockeyers die pas na hun carrière uit de kast komen en dan als trofee van tolerantie worden tentoongesteld. De Greeff wijst erop dat het niet om hém gaat, maar om jongens die nu hockeyen, en overwegen te stoppen vanwege de repressieve intolerantie en negatieve framing van homo’s. Homofobie en machocultuur gaan hand in hand. Verschrikkelijk is de uitsmijter van het artikel: de opluchting dat de yell gehandhaafd blijft. Want stel je voor dat die heterocultuur zou moeten inbinden. De heteroseksuele mannen die zich vastklampen aan hun machocultuur, dát zijn verliezers. Zij houden koste wat kost vast aan hun benepen privileges en oeroude cultuur van uitsluiting en discriminatie.

    • Eloe Kingma