Column

Ruilbeurs afgelast

Ik had hier als Belg graag een aankondiging voor een ruilbeurs op de Belgisch-Nederlandse grens in Baarle-Nassau gepubliceerd. Een ruilbeurs ter herstel van het evenwicht in de sport ons beider landen. Statistisch was de kans immers klein dat 32 jaar na Adrie van der Poel een Nederlander zondag de Ronde van Vlaanderen zou winnen.

Dan konden jullie even goed hopen op een nieuwe Elfstedentocht terwijl Donald Trump sneller voor een tweede ambtstermijn zal worden verkozen dan dat jullie nog eens gaan schaatsen op natuurijs in Friesland.

Wij hadden de klassieke coureurs in de aanbieding, jullie de ronderenners. Het is verdorie veertig jaar geleden dat een Belg nog eens een rittenwedstrijd van drie weken won (Johan Demuynck de Ronde van Italië in 1978).

Voor jullie Girowinnaar Tom Dumoulin hebben wij, Belgen, veel over. Ik dacht onder meer aan een paar Rode Duivels die Oranje nog eens naar een groot toernooi kunnen helpen. Voor alle zekerheid: Eden Hazard en Kevin De Bruyne waren geen optie, maar Axel Witsel, Yannick Carrasco en misschien zelfs Romelu Lukaku konden jullie zomaar krijgen. Net als de hele stad Antwerpen. Dan plassen jullie meteen tegen de eigen kathedraal.

En we hadden op de ruilbeurs uiteraard ook onze klassieke coureurs in de aanbieding. Jullie hadden zomaar Greg Van Avermaet, Philippe Gilbert en Oliver Naesen gekregen in ruil voor die ronderenner die ons een zomer vol koersgeluk kan bezorgen.

Maar toen kwam Niki. Terpstra verwees met zijn zegetocht in het gearticuleerde landschap van de Vlaamse Ardennen mijn plannen en de al gedrukte ruilbeursflyers naar de prullenmand. Ik besefte onmiddellijk dat mijn plan geen steek meer hield, want jullie zijn niet langer op zoek naar de renner die de Ronde kan winnen. Jullie hebben hem.

Nog een geluk dat Niki Terpstra afgelopen zondag een Vlaamse zanger citeerde: „Ik bouwde op, ik bouwde op, ik bouwde. Het bloed steeg naar mijn kop. Het was de liefde, het was de liefde voor de koers.”

Eddy Planckaert glimlachte en ik zag dat de woorden van Raymond van het Groenewoud troost brachten. Bij Planckaert, niet bij mij. Het besef dat niet België, maar Nederland hét koersland bij uitstek is, steekt.

Na het schrijven van deze woorden vlijde ik me rustig neer op een met zijden lakens opgedekt bed. Ik nam een overdosis pillen bij de hand om vredig heen te gaan.

Maar op het allerlaatste moment bedacht ik me. Ik wacht wel tot de Rode Duivels op 15 juli in Rusland wereldkampioen zijn geworden.

Dit is de eerste column van Karl Vannieuwkerke voor NRC. Hij is presentator bij de Vlaamse omroep VRT.