Mohammed Alloush trekt op afstand aan de touwtjes in Oost-Ghouta

De Syrische en Russische legers veroverden bijna heel Oost-Ghouta. Alleen de rebellen in Douma houden stand. Politiek leider Mohammed Alloush denkt niet aan opgeven.

Foto Denis Balibouse/EPA

Met gevaar voor eigen leven gingen vorige week een paar honderd inwoners van Douma de straat op. Dit keer niet uit protest tegen de Syrische president Bashar al-Assad, verantwoordelijk voor meer dan tienduizend burgerdoden in deze voorstad van Damascus. Déze demonstratie was gericht tegen rebellenbeweging Jaish al-Islam (Leger van de Islam). Belangrijkste eis aan de rebellen: vertrek, zodat een bloedbad wordt voorkomen.

Hun lot hangt af van één man, de politiek leider van Jaish al-Islam: Mohammed Alloush. De groep weigert zich over te geven, zoals wel andere rebellengroepen in de regio Oost-Ghouta hebben gedaan. Vorige week maandag weersprak Alloush de lezing van het Russische leger dat Jaish al-Islam bereid zou zijn om de wapens neer te leggen. „Dat is een leugen”, zei Alloush tegen persbureaus.

Om de druk op te voeren, kondigde het Syrische leger aan dat ze een „grote militaire operatie” voorbereiden om de rebellenenclave te veroveren.

Geen vrees

Voor bombardementen hoeft Mohammed Alloush (47) niet te vrezen. De donker bebaarde Syriër brengt zijn tijd niet door met tientallen andere families in bedompte kelders zoals de inwoners van Douma. Voor hem geen gebrek aan water, voedsel of medicijnen. Hij is wel in Douma geboren, maar vertrok na een studie islamitische wetgeving aan de Universiteit van Damascus naar Medina in Saoedi-Arabië om verder te studeren. En hij is daar gebleven.

Onduidelijk is of Alloush de afgelopen zeven oorlogsjaren Syrië überhaupt heeft bezocht. Toch is hij degene die afgelopen weken met Rusland onderhandelde over een gevechtspauze. Alloush zorgde ervoor dat hulpverleners Douma konden bezoeken en dat gewonde en ernstige zieke bewoners werden geëvacueerd.

Lees hier een verhaal over inwoners die Oost-Ghouta wel verlieten

Van een grote uitstroom van vluchtelingen was alleen geen sprake. Volgens de Amerikaanse Syrië-expert Joshua Landis, schrijver van het veelgelezen blog Syria Comment, houden de naar schatting tienduizend zwaarbewapende rebellen van Jaish al-Islam de bevolking grotendeels gevangen. „De inwoners van Douma dienen als wisselgeld”, zegt Landis.

Charismatische neef

Mohammed Alloush komt uit een vooraanstaande salafistische familie. Binnen deze tak van de sunnitische islam willen moslims zo letterlijk mogelijk de voorschriften van profeet Mohammed navolgen. Zijn oom was een belangrijke imam die in de jaren zeventig vluchtte naar Saoedi-Arabië vanwege zijn politieke en religieuze opvattingen.

De eerste demonstraties tegen president Assad in het voorjaar van 2011 waren een buitenkans voor de familie Alloush. Mohammed, die na zijn studie werkte als zakenman, begon vanuit Saoedi-Arabië geld in te zamelen voor salafistische gewapende groepen. Zijn bondgenoot was zijn charismatische neef Zahran. Die begon zijn eigen islamitische militie, gebruikmakend van het ondergrondse salafistische netwerk in Douma.

„In Douma is er een eeuwenlange geschiedenis van verzet tegen de overheid. Dat was al zo in de Ottomaanse tijd”, zegt de Syrische journalist Ibrahim Hamadi, die werkt voor de in Londen gevestigde Arabische krant Al-Hayat. De journalist stelt dat de miljoenen dollars aan financiering van Saoedi-Arabië de doorslag hebben gegeven voor de machtsovername van de salafisten. Dat kwam door de gifgasaanval van het Syrische regime op 21 augustus 2013, waardoor naar schatting 1.700 doden vielen. Tot grote frustratie van Saoedi-Arabië weigerde het Westen militair in te grijpen. Reden voor de Saoediërs om milities te bewapenen die het opnamen tegen het regime van Assad.

Door de militaire leiderschapskwaliteiten van Zahran groeide Jaish al-Islam uit tot een van de machtigste Syrische rebellengroepen. Het creëerde in delen van Oost-Ghouta een parallele salafistische staat met eigen rechtbanken en gevangenissen. De strijd was niet alleen gericht tegen het Syrische regime, maar ook tegen seculiere activisten.

Diplomatieke gezicht

Machtsuitbreiding in andere delen van Syrië ging echter een stuk moeizamer. Vooral Islamitische Staat (IS) bleek een geduchte tegenstander. Door de onderlinge gevechten tussen radicale rebellengroepen werden er geen serieuze pogingen gedaan om Damascus aan te vallen.

Zahran probeerde wel samen te werken met andere milities en bracht in 2015 een provocerende video naar buiten met duizenden marcherende militanten die hem een saluut brachten. Het leidde uiteindelijk tot zijn dood. Hij werd te populair en daarmee gezien als een bedreiging voor president Assad. Op kerstavond 2015 maakte een – vermoedelijk Russische – raket een einde aan zijn leven.

Zijn dood was het begin van de diplomatieke carrière van Mohammed Alloush. In de Saoedische hoofdstad Riad werd hij door de Syrische oppositie gekozen als de belangrijkste onderhandelaar. Tijdens deze conferentie, eind december 2015, ontmoette journalist Hamidi de nieuwe oppositieleider. Hij was „zeer strijdlustig”, vertelt Hamidi. Voor het eerst zouden de politiek leiders van radicale rebellengroepen deelnemen aan indirecte vredesbesprekingen met het Syrische regime.

Doel was duidelijk

Het doel van Alloush was duidelijk, zo vertelde hij aan Hamadi. „Iraanse milities moesten vertrekken uit Syrië”. Zijn angst is, denkt Hamadi, dat Syrië steeds meer op het shi’itische Iran begint te lijken waar sunnieten zijn verdreven naar afgelegen provincies of zijn gevlucht naar het buitenland.

Terwijl Alloush opklom tot belangrijkste vertegenwoordiger van de Syrische oppositie, verzwakte de militaire kracht van Jaish al-Islam door de aanhoudende bombardementen van Syrië en Rusland, en de strijd om de opvolging van neef Zahran. Andere radicale groeperingen grepen hun kans om delen van Oost-Ghouta te veroveren.

Op diplomatiek niveau weet Alloush tot nu toe geen overwinningen binnen te halen. Tijdens een VN-top in Genève met het Syrische regime stapte hij op als belangrijkste onderhandelaar. Op een vredesconferentie in Astana, georganiseerd door Rusland, Turkije en Iran, speelde hij geen rol van betekenis. Het akkoord over ‘de-escalatiezones’ werd gesloten zonder handtekening van de oppositie. Het Syrische regime won vooral tijd; na een korte gevechtspauze begonnen dit jaar de bombardenten op Oost-Ghouta weer.

Met de naderende nederlaag van Jaish al-Islam verliest Saoedi-Arabië haar laatste militaire troef in Syrië. Het enige wat Alloush resteert, is voorkomen dat zijn milities worden geëvacueerd naar Idlib. Deze provincie herbergt talloze radicale groeperingen die Jaish al-Islam te gematigd vinden omdat Alloush met het Assad-regime onderhandelde. Evacuatie betekent zeker een einde.

    • Huib de Zeeuw