Hier is de bezorgservice ook een zorgservice

De randen van Nederland Zeeuws-Vlaanderen loopt leeg. Scholen, winkels en openbaar vervoer verdwijnen, de vakantiebusiness rukt er op. De mensen ondergaan het gelaten. „Hier voelt men zich geen Hollander en geen Belg.”

Kranen kleuren de blauwe lucht van Cadzand-Bad grijs. Bouwvakkers werken op hoge steigers tussen witte strandtorens in aanbouw. Borden beloven een bruisende toekomst: te koop, te huur, te boeken. Zes exclusieve landbouwkavels, twaalf luxe zomerappartementen, wonen in de duinen met hotelservice.

Drie kilometer verderop, in het dorpshuis naast de kerk in het oude Cadzand, drinken predikant Irma Nietveld en scriba [secretaris van de kerkgemeente] Jos Bakker koffie. Ze vertellen wat er allemaal verdwenen is in de gemeente Sluis sinds Nietveld hier in 2008 kwam wonen. De bus en twee dorpsscholen, in Retranchement en Nieuwvliet. De banken waar ouderen hun geldzaken regelden – terwijl de meesten van internet niets moeten hebben.

In Cadzand, een dorp van 600 inwoners vlak bij de grens met België, groeien de verschillen. Terwijl de kust wordt volgebouwd voor gefortuneerde toeristen, verdwijnen voorzieningen voor bewoners. Hoe ervaren zij het leven, in een gebied waar je voor boodschappen steeds verder met de auto moet?

Het rood van de daken van het gloednieuwe Roompot-vakantiepark steekt fel tegen de lucht af. In de sporthal ernaast wordt tegelijkertijd gegymd, gevoetbald en gebadmintond. „Je probeert de boel rendabel te krijgen”, zegt Ronald Vanhijfte, voorzitter van VV Cadzand. „Maar als er iets kapotgaat, is het moeilijk de touwtjes aan elkaar knopen.”

Naast Cadzand bezocht de krant voor deze serie ook Stadskanaal. Lees hier het artikel Verder van de snelweg kom je niet.

Vanhijfte zit in de kantine met vaders en jeugdtrainers Joop Basting en Jean-Paul Martlé, en teamgenoten Daan (15, zoon van Martlé), Pim (14) en Sem (16). Tien jaar geleden, vertellen ze, had elk dorp een jeugdafdeling. Door fusies is dat nog maar in de helft van de dorpen. Een extra belasting voor ouders; hun kind kan niet meer overal op de fiets naartoe.

Vermaak voor de jeugd

De mannen doen er alles aan om te zorgen „dat die gasten kunnen sporten”. Ze willen vermaak voor de jeugd: zo is er ’s zomers een beachparty in de sporthal met palmbomen en dj. Makkelijk is het niet. „Minder, minder, minder”, zegt Vanhijfte over het verdwijnen van de buslijnen, sportclubs en festiviteiten. „Het heeft allemaal met centen van doen.”

Het steekt dat de kust wordt volgebouwd door Belgische projectontwikkelaars en dat bewoners van de opbrengsten niets terugzien. „Voor de Zeeuws-Vlaming wordt weinig gedaan.” Een aantal jaren terug waren er problemen met de voetbalaccommodatie, vertelt Vanhijfte: op het trainingsveld werden bommen uit de oorlog gevonden. „Toen is alles hier op zijn kop gezet. En daarna hebben we verschrikkelijk moeten lobbyen om de grond terug te krijgen.”

Martlé valt hem bij. „Ooit was hier een plan voor een festival, van de eigenaar van de voormalige discotheek. Maar dat is door de gemeente tegengewerkt. Het mocht maar één dag en niet tot laat, omdat een paar oudere bewoners bezwaar hadden gemaakt. Dan kun je zoiets nooit rendabel krijgen.”

Zijn ze niet boos? „Het voelt weleens vreemd, ja. Maar woede gaat de boel hier niet verder helpen.”

VV Cadzand heeft sinds kort wel nieuwe uitshirts. Dankzij Syrco Bakker, de man achter kruidenlikeur Hierbas de las Dunas, gemaakt van Zeeuwse duinkruiden. „Een collega vertelde dat er gaten in hun shirts zaten”, zegt Bakker. „Toen heb ik besloten te sponsoren. We moeten elkaar een beetje helpen hier.”

Sterrenrestaurant

Bakker (33) komt uit Noord-Brabant en belandde hier elf jaar geleden. Hij is chef-kok bij Pure C, een in 2010 geopend sterrenrestaurant van Sergio Herman in Cadzand-Bad. Hij raakte verknocht aan de omgeving – hier, zegt hij, laten mensen hun handen spreken. En hij kocht met zijn Vlaamse vriendin een huis in Cadzand. Hun leven concentreert zich op Gent en Antwerpen, en als ze zin hebben gaan ze naar Parijs, Amsterdam of Londen.

De regio is in ontwikkeling, zegt hij: rijke Belgen kopen appartementen op en er is een jachthaven geopend. „Dat zet het gebied op de kaart.” Maar de leefbaarheid moet beter – al is het maar omdat het restaurant personeel nodig heeft. „Een getalenteerd meisje dat laatst stage liep in de keuken, is in Gent gaan werken. Er moet wel wat te doen zijn hier. Dat begint bij een café. En als dat niet kan, zorg dan dat de aansluiting naar Knokke goed is.”

Lees ook: Wat is het grootste probleem van krimpende gemeentes? NRC sprak met 26 burgemeesters: Krimpgemeenten heten liever krachtgemeenten

Bakker en zijn vriendin, die een fastfoodzaak in Gent heeft, zijn niet van plan hier weg te gaan. Mochten er kinderen komen, dan gaan die in België naar school. „Daar is het goed geregeld, ze kunnen er al vanaf drie jaar naartoe. En er zijn geen berichten over sluitingen door krimp, zoals hier.”

Rick (17), Ricardo (17) en Sander (16) gaan wel in Nederland naar school. Ze zitten op de pont van tien voor acht, van Breskens naar Vlissingen. 25 minuten per overtocht, 7,90 euro per retour – inclusief fiets of scooter. „Ruk”, zeggen de jongens over de boot. De ferry gaat maar één keer per uur, in de spits twee keer. ’s Zomers ook, maar dan is er geen les.

Ze komen uit Biervliet, Breskens en Sint Anna ter Muiden. Het kost minstens een uur om op hun technische mbo- opleiding te komen. En dan hebben ze ook nog gehoord dat er afvaarten geschrapt zullen worden. Er is zelfs sprake van geweest de veerdienst helemaal op te heffen. Een paar jaar geleden zijn de auto’s er al van verbannen. Die moeten door de Westerscheldetunnel – een tolweg. „Als je hier weg wilt, moet je betalen”, zegt Ricardo. „Voor de boot, de tunnel, of de weg naar België.”

Maar ze willen niet weg. Ze kunnen het bedrijf overnemen van hun ouders of aan de slag bij een van de technische ondernemingen in de regio. Hun enige zorg is een huis vinden. „Niet te betalen of er moet veel aan gebeuren”, zegt Sander. „Het is niet makkelijk voor jongeren een woning te vinden.”

Waar het dorp Cadzand wegkwijnt, storten projectontwikkelaars zich op exploitatie van de kust in Cadzand-Bad.

Baantjes liggen hier wel voor het oprapen. „WIJ ZOEKEN NOG!!”, meldt een briefje op het raam van de warme bakker in Cadzand. Voor het zomerseizoen, als de rij tot ver buiten de winkel staat. „Och, dat hangt er altijd”, lacht eigenaar Mario Leurgans (58) in de keuken achter de winkel, terwijl zijn vrouw Mildred (56) een kop champignonsoep inschenkt. Ze leerden elkaar kennen in de bakkerij, die hij overnam van zijn vader. Zij werkt er al sinds haar dertiende, als bijbaan. Het werd een leven van ’s nachts bakken en overdag verkopen – zeven dagen per week, sinds kort zes.

Nu is er nauwelijks meer personeel te vinden, vertellen ze gelaten. „Er komt almaar horeca bij, maar van de jeugd is weinig meer over.” Toen de discotheek er nog was, stonden jongeren ’s zomers op de camping om bij te verdienen. Maar die werd in 2013 uitgekocht door een projectontwikkelaar, voor de bouw van luxe appartementen. „Gelal, dat hoor je hier ’s zomers niet meer.”

Hoe moet het na hun pensioen met de winkel? Hij zegt: die zal verdwijnen. Krediet verstrekt de bank niet zomaar meer, en in huurkoop heeft hij geen trek. Er zijn bakkers die hun zaak met verlies verkopen, maar hem niet gezien. „In Sluis is dat gebeurd, een ton onder de prijs. Een jaar later heeft de nieuwe bakker de boel alsnog verkocht.”

Dien Tack (87) heeft net een kop champignonsoep van Mildred gegeten voor de lunch. „Zo’n leuk mens”, zegt Tack, „ze zou haar vakantie nog voor me verzetten”.

En dat zou zomaar belangrijk kunnen zijn. Want toevallig gaat het echtpaar Leurgans precies met vakantie als de Spar-supermarkt in Cadzand-Bad verbouwt. Daar bestelt Tack haar boodschappen altijd. Het alternatief is Oostburg, acht kilometer verder. Daar kom je alleen met de belbus, nu er geen gewone streekbussen meer zijn. Moet je anderhalf uur van tevoren bellen, en je weet nooit vooraf welke route die neemt.

Die bezorgservice is een uitkomst in het vergrijsde dorp, zegt scriba Jos Bakker. „Hier komt het voor dat een 80-jarige mantelzorg verleent aan de 85-jarige buur.” De bezorgservice is óók een zorgservice. „Als er een keer geen boodschappenlijstje komt, bellen ze op om te vragen of er wat aan de hand is.”

Krimpgebied Cadzand - ontwikkeling voorzieningenniveau per wijk in krimpgebieden

Het Binnenhof ligt ver

Is er nooit protest? Nee, zegt Nietveld. De mensen zijn hier niet zo protesteerderig. „Het Binnenhof ligt gevoelsmatig ver weg. Hier voelt men zich geen Hollander en geen Belg.”

Ook Marie van Dale (71), al 61 jaar Cadzantenaar, is niet boos – ook al heeft ze geen achterburen meer, omdat de huizen als belegging of vakantiewoning zijn opgekocht. Veel is er voor haar veranderd. De winkels zijn weg, de huizen leeg. De toeristen blijven geen weken meer, maar nog slechts dagen. Cadzand-Bad staat vol hoogbouw: „Het is veels te veel en het wordt alsmaar gekker.” Wel zijn de mensen hetzelfde. „Die benne aardig. Op hun eigen. Maar iedereen kent mekaar. Ik heb nooit overwogen om weg te gaan.”

Toch loopt haar dorp leeg, en de dorpen eromheen. Stichting Escalda Scholen, waar negen basisscholen uit de regio onder vallen, kreeg te maken met snelle leegloop: in enkele jaren van 2.500 naar 1.200 leerlingen. Die snelheid was een verrassing, vertelt bestuurder Raymond de Jong in het nieuwe schoolgebouw in Zuidzande. De school is zo gebouwd dat er eenvoudig twee woningen van gemaakt kunnen worden. Volgend jaar fuseren ook de scholen van Zuidzande en Cadzand, nadat eerder al de twee basisscholen van Retranchement en Nieuwvliet gesloten zijn.

„Stel, dit gebouw brengt vier ton op”, zegt De Jong. „En de schoolgebouwen in Nieuwvliet en Retranchement elk drie ton. Dan kan de opbrengst van één miljoen naar de nieuwe Kustschool, zo was onze redenering.”

Op die nieuwe school, die in augustus opengaat, wordt veel anders, vertelt directeur Kees Moelker. Thematisch onderwijs, flexibele schooltijden, persoonlijke leerroutes en een leerlijn van 0 tot 12 jaar – ook peuters zijn er welkom. „We wilden de krimp positief benaderen”, zegt hij. De Kustschool houdt rekening met ouders, hier vaak werkzaam in horeca, toerisme of agrarische sector. Als experiment kunnen de pakweg tachtig leerlingen straks ook buiten de zomervakantie met vakantie – dan moeten hun ouders vaak werken.

Een mooie plek in het groen

Niet alle lokale politici begrepen wat De Jong aan het doen is. Die werden pas wakker, zegt hij, toen middelbare school Het Zwin in Oostburg moest worden gered. „Ze beginnen in te zien dat het slecht is voor de gemeenschap als het onderwijs verdwijnt.”

Hij heeft meer kritiek op de gemeente. De Kustschool, zegt hij, hadden ze graag gebouwd op een mooie plek tussen de vier dorpen die elk hun eigen school verloren hebben. „Maar ze zeiden: er mag niet in het groen worden gebouwd. Ik had dat juist mooi gevonden, dan hadden we een prachtige omgeving gehad.” Ook ging de opbrengst van de gebouwenverkoop niet naar de nieuwe school. „Dat geld moest terug naar de algemene middelen.”

Dan zegt hij: „Een school kan niet in het groen, maar al die hotels wel. In de rijke gepensioneerden uit de Randstad wordt geïnvesteerd, maar voor de jonge mensen willen we zo’n investering niet betalen.”

Wilt u reageren of hebt u zelf ervaren hoe het staat met de leefbaarheid aan de randen van Nederland? Mail randland@nrc.nl
    • Mirjam Remie