Costa Rica krijgt jonge buitenstaander als president

Carlos Alvarado De winnaar van de presidentsverkiezingen van zondag vindt dat zijn voorganger, van dezelfde relatief nieuwe partij, niet hard genoeg optrad tegen corruptie.

De centrumlinkse Carlos Alvarado houdt zijn overwinningstoespraak. Foto Alexander Otarola / EPA

Na een verkiezingscampagne die het land diep verdeelde, heeft Costa Rica zondag met een verrassend ruime meerderheid van 60 procent van de stemmen de centrumlinkse kandidaat Carlos Alvarado tot president gekozen. Hij heeft zich, binnen een door corruptieschandalen geplaagde regeringspartij, met succes weten te profileren als een jonge politieke buitenstaander.

Zijn rivaal, de ultraconservatieve evangelische voorganger en gospelzanger Fabricio Alvarado (geen familie) bleef steken op 39 procent. De laatste peilingen hadden nog een nek-aan-nekrace voorspeld.

De nieuwe president Carlos Alvarado is 38 jaar. Hij gaat het Midden-Amerikaanse land leiden namens de Burgeractiepartij (PAC) van de zittende president Solís, die de laatste jaren impopulair werd door corruptieschandalen en stijgende criminaliteitscijfers. Hoewel hij 2,5 jaar diende als minister in Solís’ kabinet, cultiveerde Alvarado tijdens zijn campagne daarom een imago van politiek buitenstaander.

Hij werd daarbij geholpen door zijn relatief jonge leeftijd en zijn profiel: voordat Alvarado de politiek in ging was hij journalist, schreef hij drie romans en was hij een tijdje zanger van de progressieve rockband Dramátika.

Als bewindsman uitte hij al regelmatig kritiek op de wankelmoedige corruptieaanpak van de regering-Solís. Ook versoberde hij als minister van Arbeid met succes ambtenaren-cao’s.

Homohuwelijk

Zijn tegenstander Fabricio Alvarado (de dominee) kwam eind februari onverwacht door de eerste ronde als kandidaat van een evangelisch splinterpartijtje. Dat was een electorale stunt (hij haalde bijna een kwart van de stemmen) die hij vooral dankte aan zijn felle verzet tegen het homohuwelijk. Dit was een campagnethema geworden nadat het Inter-Amerikaanse Mensenrechtenhof op 9 januari in een baanbrekende vonnis had gesteld dat Costa Rica dit zou moeten invoeren. De gospelzanger had beloofd „het gezin te beschermen” en gezegd desnoods uit het Hof te stappen, dat zetelt in de Costaricaanse hoofdstad San José.

Vooral in armere gebieden aan de kust en buiten de grote stad sloeg deze boodschap aan. Carlos Alvarado, die in de eerste ronde 21 procent haalde, werd hierop alsnog breed omarmd door vooral grootstedelijke kiezers. Hij voerde juist campagne vóór het homohuwelijk en beloofde evenveel vrouwelijke als mannelijke ministers in zijn kabinet te benoemen. Zijn vicepresident, Epsy Campbell, is een vrouw van Afro-Costaricaanse komaf.

In zijn overwinningstoespraak zei Alvarado dat de „deze verkiezingen ons land een spiegel hebben voorgehouden. We moeten dit op diepgaande wijze begrijpen en als eerste dienaar van het land moet ik het land verenigen en tot een leidende republiek maken in de 21ste eeuw.”

Dat beide Alvarados zondag tegen elkaar stonden, betekende al een politieke doorbraak in het relatief welvarende en veilige Midden-Amerikaanse land. De relatief jonge PAC was opgericht in 2000 om het decennia-oude tweepartijenstelsel te doorbreken. En nu hadden voor het eerst in decennia geen van de twee aloude machtspartijen (de Sociaal-christelijke Eenheidspartij en de Nationale bevrijdingspartij) een kandidaat in de tweede ronde van de presidentsrace.