Nederland boven in Vlaanderens Mooiste

Wielrennen

Niki Terpstra is de eerste Nederlandse winnaar van de Ronde van Vlaanderen sinds Adrie van der Poel (1986). Anna van der Breggen maakte het Nederlandse succes compleet.

Niki Terpstra viert zijn overwinning op het podium. Hij won de 102e editie van de Ronde van Vlaanderen. Foto Dirk Waem / AFP / Belga

Nog voordat Niki Terpstra als glorieuze winnaar vlak voor de finish juichend zijn handen in de lucht stak, had de Vlaamse tv-commentator Michel Wuyts de Ronde van Vlaanderen 2018 treffend in twee woorden samengevat: „Nederland boven.” Maar Terpstra zelf durfde toen nog niet aan winst te denken. „Zelfs de laatste 300 meter duurden voor mijn gevoel nog een uur. Zo kapot was ik.”

Anna van der Breggen stond anderhalf uur vóór Terpstra op de hoogste tree van het podium bij de vrouwen, geflankeerd door haar landgenotes Amy Pieters (tweede) en Annemiek van Vleuten (derde). Bij de mannen lieten de Nederlandse ploegen van Roompot en Lotto-Jumbo zich volop zien in vroege ontsnappingen. De jonge talenten Mike Teunissen en Timo Roossen eindigden in de eerste groep. Dylan van Baarle en Sebastian Langeveld kleurden de finale. En na een indrukwekkende solo van 26 kilometer won Terpstra, voor de Deen Mads Pedersen en ploeggenoot Philippe Gilbert, winnaar van vorig jaar. „Lang geleden dat Nederlanders hier zo succesvol waren”, sprak Roompot-ploegleider Erik Breukink na afloop.

Lees ook het nieuwsbericht: Niki Terpstra wint Ronde van Vlaanderen na mooie solo

Terpstra (33) is de eerste Nederlandse winnaar van de Ronde van Vlaanderen sinds 1986, toen ‘Adrianus van der Poel’ (zoals tv-commentator Mart Smeets hem destijds bejubelde) in de eindsprint de Ier Sean Kelly versloeg. Buiten Hennie Kuiper en Jan Raas, legendarische klassiekerkoningen uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, is hij nu de enige Nederlander die zowel Parijs-Roubaix als de Ronde van Vlaanderen op zijn naam schreef. „Toen ik een kleine jongen was vond ik dit de mooiste koersen”, vertelde Terpstra na afloop. „Nu heb ik ze gewoon gewonnen.”

Grote vorm

In 2014 was de renner van de Belgische ploeg Quickstep al de beste in Parijs-Roubaix. In de Ronde van Vlaanderen was hij al tweede (2015) en derde (2017). Dit seizoen is Terpstra in grote vorm. Hij won onder barre omstandigheden de eendagskoers Le Samyn en was iets meer dan een week geleden overtuigend winnaar in de semiklassieker E3 Harelbeke. Of hij nu beter is dan ooit? Terpstra analyseert nuchter. „In 2014 won ik Parijs-Roubaix. Het jaar daarna werd ik zowat overal tweede. Dus toen was ik ook heel sterk.” Maar vorig jaar was minder, na een aantal valpartijen. „Dat is een kutjaar geweest. Ik merkte dat ik niet meer meespeelde.”

In Vlaanderens Mooiste speelde Terpstra wel mee. In de hoofdrol. Aanvankelijk verstopte hij zich slim, op 44 kilometer van de finish plaatste hij op de Koppenberg eerste verschroeiende aanval. Om op een onverwacht moment, op de Kruisberg-Hotond, achter Vincenzo Nibali aan te springen, om de Italiaan direct te laten staan. Vervolgens rekende hij de kopgroep met Langeveld, Van Baarle en Pedersen in, erop en erover op de Oude Kwaremont en solo over de Paterberg naar de finish. „Ik had het gevoel dat dit het goede moment was”, legde hij na afloop zijn verrassingsaanval uit. Winnen? „Op de Kwaremont zag ik dat het kon.”

Lees ook de column van Wilfried de Jong: Terpstra wint De Ronde met zwarte voeten

Vlekkeloze stijl

In zijn gekende, vlekkeloze stijl reed tijdrijder Terpstra alleen naar de finish in Oudenaarde, ook al zat de achtervolgende groep vol toprenners. Wereldkampioen Peter Sagan, die vorig jaar na Gent-Wevelgem trots vertelde dat hij Terpstra had doen verliezen, probeerde nog vergeefs een tegenaanval. Maar het machtige collectief van Quickstep, dit seizoen al goed voor liefst 21 overwinningen, legde met Gilbert en Zdenek Stybar elke poging tot achtervolgen lam. „Het zijn niet alleen Gilbert en Sybar”, legde Terpstra uit. „Het is een heel team.” Vorig jaar hielp hij zelf op vergelijkbare wijze Gilbert aan een solo-zege. „Soms geef je wat en soms krijg je wat.”

    • Maarten Scholten