Drieënhalf uur koers in de stromende regen: 379 euro

Ronde van Vlaanderen

Ook de vrouwenkoers van de Ronde van Vlaanderen is deze zondag live te volgen op televisie. Dat is nodig ook, want er is commercieel en financieel nog veel te winnen voor het vrouwenwielrennen.

Foto Luc Claessen/Getty

Als Ellen van Dijk woensdagmiddag na drieënhalf uur koers in de stromende regen een finishlijn aan de Verbindingsweg in Waregem passeert en daarmee voor het eerst in haar carrière de semiklassieker Dwars door Vlaanderen wint, wordt ze daarvoor beloond met 379 euro. Die geldprijs moet ze delen met vijf ploeggenoten, en ook de staf van Team Sunweb krijgt een deel. Daarna gaat een percentage naar Cycling Service, het bureau dat geldprijzen voor Nederlandse wielrenners int. Over haar deel betaalt Van Dijk aan het eind van het jaar dan nog belasting. Met een beetje mazzel blijven er drie tientjes over. Wat ze ermee gaat doen? „Denk dat ik mijn vriend mee uit eten neem. Dan moet ik nog wel geld bijleggen. Het is een trieste zaak.”

Een goed uur na Van Dijk springt de Belg Yves Lampaert op precies het goede moment uit een kopgroep van vijf renners weg. Zeiknat maar „zeer content” pakt de lepe Vlaming voor het tweede jaar op rij de overwinning in Dwars door Vlaanderen. Zijn premie: 16.000 euro, ruim 42 keer zo veel als Ellen van Dijk.

„Die verhouding gaat helemaal nergens over”, zegt Van Dijk terwijl ze met de ploegbus van Sunweb in de file staat, onderweg naar het rennershotel. Het knuffelpaard dat hoorde bij haar overwinning, rust op haar schoot – een trofee in de vorm van een beeldje was er alleen voor Lampaert. „Ik snap best dat de mannen harder en langer [180 tegenover 118 kilometer, red.] fietsen. En ik snap ook dat onze race niet live werd uitgezonden, en die van de mannen wel. Dat kost publiciteit, en dat kost sponsoren. Maar we worden nu ondergewaardeerd. Het grootste deel van de rensters leeft als prof, net als de mannen. Gelijk prijzengeld zou voor veel rensters betekenen dat ze kunnen leven van hun sport, waar de helft van het peloton er nu naast moet werken of studeren.”

Verhoudingen iets gunstiger

Het zal zondag tijdens de Ronde van Vlaanderen niet anders zijn, hoewel de verhoudingen iets gunstiger liggen. De winnaar van een van de belangrijkste eendagswedstrijd van het jaar wordt beloond met een geldprijs van 20.000 euro, terwijl de winnares het met 1.150 euro zal moeten doen, beide minimumtarieven van de wielerbond UCI. Argumenten over publiciteit gelden hier niet: de Ronde wordt zowel bij de vrouwen als de mannen live uitgezonden. Maar nog altijd is het verschil in beloning aan de finish aanzienlijk. En dat blijft voorlopig zo, zegt Wim Van Herreweghe, koersdirecteur van de Ronde. „Betekent niet dat wij de sportieve prestaties van de vrouwen minder belangrijk vinden dan die van de mannen. Die zien wij gelijk. Maar de twee wedstrijden zijn commercieel niet te vergelijken. Aan de mannenwedstrijd verdienen we geld, aan de vrouwenrace zijn we jaarlijks 60.000 euro kwijt. Wij vinden maar geen grote sponsor bereid om geld te steken in de vrouwen.”

Van Herreweghe betaalt met zijn organisatie Flanders Classics tijdens de Ronde van Vlaanderen een soort van onkostenvergoeding aan elke ploeg uit de Women’s World Tour, het hoogste niveau. Teams worden onder andere gecompenseerd voor de kosten die ze moeten maken om met hun bussen vol materiaal naar de start en finish te geraken. Wielerunie UCI stelt dat verplicht. Bij de mannen gaat het om 8.500 euro per World Tour-team (achttien stuks), bij de vrouwen (vijftien teams) is dat 1.395 euro. Van Herreweghe: „En dat ziet dus niemand. We worden aangekeken op het geringe prijzengeld, terwijl we al sinds 2004 investeren in het vrouwenwielrennen en de sport op de kaart proberen te zetten. De volgende stap is dat het een tv-product gaat worden, zodat sponsoren geïnteresseerd raken. En dat begint ook te komen, met live-uitzendingen bijvoorbeeld.”

Voor het eerst live

De vrouwelijke versie van de Ronde van Vlaanderen werd in 2016, het jaar van de oprichting van de Women’s World Tour, voor het eerst live uitgezonden, althans, de laatste 35 kilometer. In de jaren daarvoor ging het volgens Michel Wuyts, wielercommentator van de Vlaamse zender Sporza, om een ruime samenvatting. „Het hoofd ‘netten’ van de VRT [de Vlaamse omroep waar Sporza onder valt, red.] is van mening dat vrouwensport meer aandacht verdient”, zegt Wuyts. „Bij het veldrijden ontdekten we dat er 800.000 mensen naar de mannen keken, en dat daarvoor al 600.000 mensen voor de buis zaten om naar de vrouwen te kijken. Sanne Cant [veldrijdster, red.] verdient mede daardoor meer dan sommige van haar mannelijke collega’s. Ofwel: wij kunnen ook het wegwielrennen voor vrouwen vooruithelpen door er meer aandacht aan te schenken. Binnen drie tot vijf jaar zal er meer gelijkheid zijn. Die inhaalbeweging is al in gang gezet.”

De emancipatie van het vrouwenwielrennen werd geïnitieerd door de internationale wielerbond UCI, die sinds 2013 alle wereldtitels in de wielersport gelijk beloont. Met name Britse organisatoren volgen die lijn. Bij de Tour of Britain besloten ze in 2014 eenzelfde bedrag uit te keren aan de winnaars bij de mannen en de vrouwen. Bij de Tour de Yorkshire doen ze er, sinds 2016, nog een schep bovenop: de beste vrouw aan de finish krijgt daar met 17.500 euro veel meer dan de beste man, die het moet stellen met iets meer dan 3.000 per etappe (in totaal drie).

Lees ook dit stuk over Annemiek van Vleuten: kampioene van het pijn lijden

Organisatoren van de Tour Down Under in Australië gaan vanaf 2019 ook gelijk belonen. Het prijzengeld voor vrouwen gaat er met 90.000 Australische dollar (ruim 56.000 euro) omhoog. Ook RCS, het mediabedrijf achter onder meer de Giro d’Italia, heeft eind februari toegezegd het prijzengeld voor vrouwen te verdubbelen. Niet dat het veel zoden aan de dijk zet: Anna van der Breggen kreeg voor haar Giro-winst 1.150 euro, Tom Dumoulin won met zijn eindzege ruim een ton.

In Vlaanderen zijn ze zover nog niet. „Wij hanteren de minimale UCI-tarieven”, zegt Wim Van Herreweghe. „Aan hen de taak om die te verhogen”. Bij de UCI wijzen ze juist naar de organisatoren: ‘Wij stellen alleen minimumprijzen vast, en het is aan de organisatie om meer prijzengeld te betalen als ze dat willen’, schrijft een woordvoerder in een e-mail.

Marianne Vos, meervoudig wereldkampioen en olympisch kampioen en lid van de atletencommissie van de UCI, zegt dat het lage prijzengeld geen goede graadmeter is voor de stand van het vrouwenwielrennen. „Die bedragen zijn om te huilen. Ik wist al dat het slecht was, maar ik schrik toch steeds weer als ik het zwart op wit zie staan. Maar er zijn juist veel dingen die goed gaan. We zijn meer op tv, sponsoren raken geïnteresseerd, daardoor gaan de salarissen omhoog en worden rensters professioneler. Het prijzengeld blijft alleen achter. Maar dat kan niet blijven duren. Dat gaat op een gegeven moment bij rensters tot weerstand leiden.”

‘Een signaal’

Oud-renster Iris Slappendel noemt meer prijzengeld voor vrouwen „een signaal waaruit blijkt dat een organisator de sport serieus neemt.” Nog veel belangrijker vindt zij het live uitzenden van de vrouwenwedstrijd op televisie. Dan volgen sponsoren, en komt er geld vrij om te investeren in teams en rensters. Er is vooruitgang waarneembaar in medialand: Sporza zendt dit jaar voor het eerst drie WorldTour-wedstrijden voor vrouwen live uit: naast de Ronde van Vlaanderen ook de Driedaagse de Panne – die overigens één dag duurde – en de semiklassieker Gent-Wevelgem. Bijna 700.000 mensen zagen vorige week zondag hoe Nikki Terpstra alleen naar de finish reed, en daarvoor keken meer dan 400.000 mensen naar de Italiaanse winnares Marta Bastianelli – in Vlaanderen alleen al. Dat zijn hoopvolle cijfers, resultaat van wat je een voorzichtige revolutie kan noemen.

Slappendel, in 2014 Nederlands kampioen, spreekt van „enorme ontwikkelingen” in de sport waar ze zelf twee jaar geleden mee stopte. „Ik begon twaalf jaar geleden met een onkostenvergoeding van 50 euro per maand. Ik studeerde ernaast, zag mezelf helemaal niet als topsporter. Later stapte ik over naar het Cervélo TestTeam, de beste vrouwenploeg ter wereld. Ze vroegen me wat ik nodig had om van te kunnen leven. Na flink rekenen kwam ik uit op 1.000 euro per maand. Ik kreeg wat ik nodig had, niet wat ik waard was. Daar kom ik nu pas achter. Destijds dacht ik: we krijgen geen aandacht, we stellen niks voor.”

In december vorig jaar richtte Slappendel de Cyclists Alliance op, een organisatie die opkomt voor de belangen van wielrensters wereldwijd. Lidmaatschap kost 50 euro per jaar. Slappendel stelde namens de Alliance een enquête op, die door ruim driehonderd profrensters van over de hele wereld werd ingevuld. Belangrijkste conclusies: 17 procent van de rensters met een contract krijgt geen salaris. De helft van hen verdient minder dan 10.000 euro per jaar. En een kleine meerderheid van de rensters (52 procent) heeft zelfs wel eens geld terug moeten storten om gemaakte kosten voor materiaal, medische begeleiding of reiskosten te helpen dragen.

Er is nog veel te winnen, zo blijkt. Slappendel ziet het vrouwenwielrennen als „een andere sport” met „andere fans” zonder „een rugzak met gedoe” zoals bij de mannen. Marianne Vos spreekt van een „frisse tegenhanger” van de traditionele wielersport met een almaar „stijgende commerciële waarde”. Ellen van Dijk heeft het over „een sport in opbouw waarin nog veel moet veranderen”.

Het is ook nog maar de vraag of ze haar drie tientjes die ze verdiende in Dwars door Vlaanderen ooit zal zien. Daarvoor doet John van den Akker namens het bureau Cycling Service stevig zijn best. „Het is vaak een hele puzzel om te ontdekken waar hun prijzengeld überhaupt vandaan moet komen. Innen bij de vrouwen kost soms meer dan een jaar. Een enkele keer blijkt dan dat er al betaald is. Cash, in een enveloppe. Zoiets kan bij de mannen niet.”