Brieven

Hoofdrekenen blijft cruciaal

Illustraties Cyprian Koscielniak

Op het onderwijsblog op nrc.nl roept Karin den Heijer op de rekentoets af te schaffen (De rekentoets. Willen jullie alsjeblieft niet te veel lachen?, 28/3). In de supermarkt hoor je tegenwoordig: „Uw wisselgeld komt uit het automaatje naast de kassa, mevrouw.” De geld tellende kassajuffrouw, het bijgeven van twee euro om het haar net wat makkelijker te maken; dat is niet meer. Waarom vragen we ons dan af hoe de jeugd slechter wordt in rekenen? We denken het hoofdrekenen niet meer nodig te hebben. Tegenwoordig heeft iedereen wel een mobiele telefoon met een rekenmachine en we toveren hem te vaak tevoorschijn. Bij eenvoudige sommen denken we het toch ‘even snel’ te kunnen intypen op het veel snellere apparaatje. Dat stimuleert laksheid en vermindert het cognitieve vermogen. De rekentoets is dan ook een essentieel onderdeel van het onderwijs. Ik, een 15-jarige vwo-scholier, zie in mijn omgeving dat zelfs de hoogvliegers, die nauwelijks moeite hebben met een natuurkundeproefwerk, nerveus zijn voor de rekentoets. Het niet kunnen vertrouwen op een apparaatje is onprettig. Gewoon moeten vertrouwen op je eigen geheugen en niet op dat van je rekenmachine maakt onzeker. Toch is het cruciaal. Denk aan dagelijkse handelingen als geld tellen, omrekenen van maten tijdens het koken en het begrijpen van afstanden. Door de rekentoets kunnen we weer op onszelf rekenen.

    • Eline Valkenburcht