Opinie

    • Folkert Jensma

Er mag meer moraal in de advocaat

Advocaten, ze zijn er in alle maten en soorten. Van de ploeteraar met sociaal kantoor, eigenlijk actievoerder in toga, tot de Zuidas-topdog die vijf keer meer verdient dan de president van de Hoge Raad. Er zijn advocaten die nooit procederen maar alleen adviseren, en omgekeerd. Er zijn advocaten die fraudeurs en witwassers principieel weigeren en er zijn advocaten die ze zoveel mogelijk van dienst zijn, graag zelfs.

‘De Balie’ bestaat dus niet, wat de vraag naar een collectieve verantwoordelijkheid of ethiek extra ingewikkeld maakt. Ik kwam erop omdat de algemene klacht dat het rechtsbedrijf te duur, ondoelmatig en tijdrovend is, in die kringen niet echt aanslaat. Terwijl de advocatuur zich er best iets van zou kúnnen aantrekken.

De markt voor advocatenhulp is alvast ondoorzichtig. Bij wie je met je probleem moet zijn en wat het mag kosten – kom er maar eens zonder hulp achter. Notarissenvergelijker.nl bestaat wel, maar een ‘booking.com’ voor advocaten wordt afgewezen. Of advocaten ooit zijn geschorst, wat de ervaringen van hun klanten zijn, hun precieze tarieven – het is niet of maar deels bekend.

Er is ook meer fundamentele kritiek: advocaten zouden zich op polariseren en procederen richten en te weinig met oplossen en herstellen bezig zijn. Krap een jaar geleden kwam het Haagse instituut HiiL met een alarmerend rapport. Het hele rechtsbedrijf is versnipperd, duur, complex en inefficiënt, door tijdrovende, achterhaalde procedures. Het rechtsbedrijf heeft „te weinig oplossend vermogen”, constateerde ook de nieuwe UvA-hoogleraar advocatuur Diana de Wolff in het blad Mr. De advocatuur groeit intussen stil en tevreden door. Er zijn nu 17.500 advocaten in Nederland; in 2006 waren dat er zo’n 14.000. In 1996 nog 8.000.

De rechtspraak experimenteert met laagdrempelige ‘spreekuurrechters’ die procedures willen voorkomen. In de Kamer ligt een SP-initiatiefwet over ‘Huizen van het Recht’ waarin rechters, hulpverleners en adviseurs samen ongeveer hetzelfde moeten doen. Geschillen oplossen in plaats van berechten. Van de advocatuur vernam ik alleen een pleidooi om de belastingbetaler jaarlijks 250 miljoen extra aan gesubsidieerde advocaten te laten besteden. Meer van hetzelfde dus, in plaats van minder.

Dat het rechtsbedrijf piept en kraakt, ziet de balie liever als een probleem van de rechtspraak met z’n te lange doorlooptijden. En van wet- en regelstroom uit Brussel en Den Haag. Of de advocaat zélf iets kan doen is geen populaire vraag. Diana de Wolff deelde in haar oratie de advocatuur in vier handzame types in. De advocaat als assertieve doorbijter (wolf), als morele wegwijzer (‘conciërge’), als ethische bruggenbouwer (‘heler of verbinder’) en als actievoerder. En van haar mag niet iedereen zomaar alles. Zij vindt bijvoorbeeld dat een ‘gedurfde uitleg van het recht’ adviseren alleen mag als er voldoende tegenwicht is: een gelijkwaardige tegenpartij en een beslissende rechter. Een cliënt iets zeer voordeligs adviseren dat juridisch dubieus is, in de wetenschap dat er ‘toch geen controle’ is, of de wederpartij te zwak is, vindt zij niet in het belang van de geloofwaardigheid van het rechtssysteem. Niet doen dus. Dus geen agressieve ‘taxplanning’ adviseren als dat leidt tot ontwijking. Of methodes om de belangen van derden te schaden. Advocaten zijn immers niet zómaar dienstverleners. Ze zijn er voor de goede rechtsbedeling en hebben een collectieve verantwoordelijkheid. In een interview met het Advocatenblad is ze ook sceptisch over procederen als manier om conflicten op te lossen, gezien de onzekerheid, kosten en lange duur. De advocaat die snel en goed kan bemiddelen en oplossen dient de burger beter. Welke rol advocaten kiezen, mogen ze helemaal zelf weten. Maar De Wolff waarschuwt: die vrijheid hebben ze niet gekregen om er hun eigenbelang mee te dienen. Ook advocaten dienen zich de klachten over het rechtsbedrijf aan te trekken. Praktisch gesproken: advocaten moeten leren van tevoren duidelijk te zijn over kansen, risico’s, tijdsbeslag en vooral de kosten van een procedure. Kolossale rekeningen sturen aan overheden geeft ook geen pas. Ze hint de balie ‘werk te maken’ van het kantoor dat onlangs de Nationale Politie 140.000 euro rekende voor een strafzaak met één agent. Er mag dus méér moraal in de advocaat.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma