Column

De macht van de geschiedenis

Op de website van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken staat een lang artikel van minister Sergej Lavrov, in het Engels, getiteld Russia’s Foreign Policy: Historical Background. Hij schreef het twee jaar geleden. Lavrov schetst de historische context van de Russische buitenlandse politiek. Zijn kernpunt is dat er geen vrede kan zijn in Europa als Rusland er niet bij wordt betrokken: „Het wijdverbreide geloof dat Rusland altijd in Europa’s achtertuin heeft gebivakkeerd en altijd de buitenstaander in Europa is geweest, wordt niet door de geschiedenis bevestigd.” Met allerlei voorbeelden laat hij zien dat zijn land eeuwenlang een – zo niet dé – stabiliserende factor is geweest in Europa. En dat Europese landen, steeds als ze probeerden de ‘gigant in het Oosten’ buiten te sluiten, het deksel op de neus kregen: vrede bleef dan buiten hun bereik.

Het punt is hier niet of Lavrov gelijk heeft. Het punt is dat dit doorwrochte historische exposé niet is weggestopt onder het kopje ‘speeches’ maar dat het prominent, als eerste item, op de site is gezet. Kom daar eens om in Nederland. Daar deelt het ministerie zijn bezoekers kalm en nuchter mede dat wij staan voor vrede, welvaart en veiligheid en dat dit streven onze buitenlandpolitiek bepaalt. Er staat een plaatje bij van Nederlanders in Afghanistan, tevreden glimlachend. Kom er ook eens om bij de Europese buitenlandse dienst (EEAS), die eveneens het accent legt op concrete beleidslijnen en doelen, geformuleerd in het rapport European Union Global Strategy. In Den Haag en Brussel kijkt men vooruit. Naar wat men wil bereiken. De toekomst is maakbaar. In Moskou kijkt men achterom. Naar de geschiedenis. Naar hoe het was.

Terwijl wij de historische constante willen breken, willen de Russen hem doortrekken naar het heden en als richtsnoer gebruiken voor de toekomst.

Deze totaal uiteenlopende benadering is een van de wortels van het huidige conflict. Het verklaart de bijna permanente escalaties die we – ‘wederom’, zouden veel Russen zeggen – meemaken. Rusland wil tweehonderd jaar terug in de tijd. Toen schoof de tsaar met andere Europese grootmachten aan tafel om, na de napoleontische oorlogen, Europa te pacificeren en in invloedssferen te verdelen. Na dit Congres van Wenen (1814-1815) heerste er decennialang een machtsevenwicht in Europa, waarbij grote landen elkaar niet aanvielen en vrij waren om in hun eigen achtertuin (invloedssfeer) dingen te regelen zoals zij dat wilden. Dit is het Europa waarin Rusland zich prettig voelde. Dit is het Europa, dat blijkt ook uit Lavrovs artikel, waarnaar Rusland terug wil. Maar veel Europeanen moeten er niet aan denken. Als een paar grootmachten de lakens uitdelen, eindigt dit in ónze optiek altijd in oorlog. Kleine landjes worden vermalen. Heel Europa ligt dan in puin. De Europese Unie is opgetuigd om te voorkomen dat dit ooit nog gebeurt.

Die paar Europese landen die nu weigeren Russische diplomaten uit te zetten – zoals Oostenrijk, Griekenland, Bulgarije, maar ook Cyprus, Portugal en Spanje – zijn (handelsbelangen even buiten beschouwing gelaten) niet toevallig landen die óf meer recentelijk hoogoplopende conflicten hebben meegemaakt, óf nog zo getraumatiseerd zijn door de turbulentie in de vorige eeuw dat elke herinnering eraan hen verlamt. De aankondiging dat de EU wegen en bruggen ‘tankbestendig’ wil maken, zorgde deze week in menig Oost- en Midden-Europees huishouden voor paniek. In die regio vind je nog mensen die in vier landen hebben gewoond zonder ooit te verhuizen.

Veel Europeanen vinden dat de Russen in het verleden zijn blijven steken. Zíj zeggen dat wij naïef zijn en niets van het verleden geleerd hebben. Dit is een fundamenteel conflict. Degene die gelijk krijgt, bepaalt de toekomst van het continent.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.