Vrij zijn is…speuren naar fossielen

en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken. Deze week strandjutten.

Foto Peter de Krom

Donny Chrispijn (35) kreeg van zijn vrouw één hele kamer om in te richten met zijn vondsten, maar zelfs dat is niet genoeg. De schuur en de kruipruimte liggen ook vol. Soms leest hij teleurgestelde berichten op internetfora van mensen die naar het strand gingen en met lege handen terugkeerden. „Terwijl ik op dezelfde dag op hetzelfde strand was en thuiskwam met een vuilniszak vol.”

Chrispijn weet hoe hij moet kijken, dat maakt het verschil. Niet dat zijn vrouw daar blij mee is, die vindt het allemaal maar rotzooi. Maar zijn achtjarige dochtertje Roxanne begrijpt het wel, die heeft precies dezelfde hobby. „Ze gaat al met me mee sinds haar geboorte.”

Ze zoeken het hele jaar door. Ook als het regent, ook als het vriest. Sterker nog: slecht weer is juist goed, dan zijn er letterlijk minder kapers op de kust. Vandaag zoeken ze op de Zandmotor, een kunstmatig schiereiland aan de kust van Ter Heijde, net boven Hoek van Holland. Met laag water vind je er aangespoeld afval maar ook schelpen, potscherven of, bijvoorbeeld, bossen bloemen die met de as van een gecremeerde in zee werden gegooid. En als je heel goed kijkt, vind je botten. „Niet de witte, die vind je ook, maar die kun je beter laten liggen”, lacht Chrispijn, „dat is het recentere werk.”

Chrispijn en zijn dochter zoeken naar botten die, voor mensen die er geen verstand van hebben, zouden kunnen lijken op stukjes hout of stenen, in het zwart of in het bruin. Zij weten dat het fossielen zijn, sporen van een andere wereld en een andere tijd.

Het mooiste dat hij ooit vond, was een stuk bovenkaak van een grottenleeuw

Dertigduizend jaar geleden leefden hier reuzenherten, mammoeten en hyena’s. Nog langer geleden, zo’n twee miljoen jaar, leefden hier nijlpaarden, bosolifanten, tapirs en sabeltijgers. Hun wereld bestaat niet meer, maar als je weet hoe je moet kijken kun je de resten nog vinden. „Je moet letten”, zegt hij, „op afwijkende vormen. Hoe vaker je zoekt, hoe makkelijker het wordt.”

Het mooiste dat hij ooit vond, was een stuk bovenkaak van een grottenleeuw. Mooi, omdat het zeldzaam is om iets van een roofdier te vinden; de meeste dieren leven in kuddes, roofdieren leven alleen.

Het mooiste dat zijn dochter ooit vond, was een hertenkiesje. Dertigduizend jaar oud. Helemaal compleet. Met de wortelpunten er nog aan.

Vandaag vinden ze de wervel van een dolfijn, de wervel van een hert, stukjes schild van een moerasschildpad en een kies van een bizonsoort die lang geleden is uitgestorven. Chrispijn laat de kies zien en zegt: „Ooit heeft die hier rondgelopen.” Gewoon hier dus, in dit doodnormale Nederland, in de buurt van Ter Heijde.

    • Peter de Krom
    • Raoul de Jong