Opinie

Verzet van Bordkarton

Opinie

We leven weer in een tijd van twisten. Daarom is het geen toeval dat Bankier van het Verzet ouderwets goed-fout is, schrijft NIOD-directeur .

Prinses Beatrix ontmoet Bankier van het Verzet-acteur Pierre Bokma. Foto Patrick van Katwijk / ANP

De laatste weken ben ik vaak benaderd met vragen over de historische betrouwbaarheid van de speelfilm Bankier van het Verzet. Je hoeft geen gedetailleerde kennis van deze geschiedenis te hebben, zoals Vrij Nederland-redacteur Harm Ede Botje, die de film om die reden neersabelde, om door te hebben dat de grenzen tussen feit en fictie niet altijd scherp getrokken worden.

Dus werd mij gevraagd wat ik daarvan vind, als directeur van het NIOD (het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies), dat in 1948 al een uitvoerig rapport publiceerde over het Nationaal Steunfonds; en opdracht gaf voor het in 1960 verschenen boek van de Rotterdamse hoogleraar economie P. Sanders – twee studies die weinig heel laten van de claim dat De Nederlandsche Bank heeft geprobeerd de waarheid rond het omruilen van de promessen te verhullen. Maar dat ter zijde.

Op de vraag hoe erg het is dat Bankier van het Verzet zich niet tot historische feiten beperkt en daar vrijelijk elementen aan toevoegt, kan het antwoord alleen maar luiden: dat is niet erg. Dat is het volste recht van filmmakers, romanschrijvers, regisseurs, dichters en schilders. Een speelfilm is geen documentaire, een roman geen proefschrift. Een artistiek werk creëert zijn eigen werkelijkheid, en overtuigt (of niet) met andere middelen, door acteerwerk, enscenering en entourage, en door de suggestie van authenticiteit. En laat ik daar dan direct aan toevoegen: natuurlijk is er kritiek mogelijk, maar Bankier van het Verzet getuigt van vakmanschap, met goed getroffen, gestileerde historische beelden, goed acteerwerk, en suspense.

Veel interessanter dan de kwestie of alles historisch gezien ‘klopt’, is de vraag welke waarheid de speelfilm Bankier van het Verzet ons probeert te vertellen. En dan dringen zich onmiddellijk heel andere gedachten op. Dit is, inhoudelijk gezien, de meest traditionele speelfilm over bezet Nederland sinds de jaren zestig. Al ontbreekt het niet aan klassieke personages als weifelaars en opportunisten, is de held archetypisch zuiver, net als in Wagners opera’s, goed en fout staan hier scherp tegenover elkaar. Vrouwen zijn teruggevoerd in dienende rollen, zoals in alle verzetsfilms uit de eerste naoorlogse decennia.

Mij lijkt dat de film een diep gekoesterd, nostalgisch verlangen naar morele ondubbelzinnigheid uitdrukt

De film Bankier van het Verzet laat zich in veel opzichten typeren in de termen waarin Loe de Jong, een historicus in hart en nieren, schreef over De Overval, een film waaraan hij zelf in belangrijke mate had bij gedragen. Deze uiterst succesvolle film, uitgebracht in 1962, draaide om een vergelijkbaar thema: de geweldloze overval op het Huis van Bewaring in Leeuwarden, waarbij de Duitsers om de tuin werden geleid en tientallen gevangen verzetsstrijders werden bevrijd.

De makers wilden volgens De Jong „aan de hand van enkele gegevens uit de werkelijkheid symbolische gestalten scheppen”. Wij moeten, zo vervolgt hij, „de werkelijkheid niet in haar onduidelijke en verwarde gecompliceerdheid (..) uitbeelden, maar in haar ‘waarheid’, dat wil zeggen in haar artistiek verantwoorde hoofdelementen”.

Buiten het vakmanschap van regisseur Paul Rotha, was het vooral aan dit streven naar symbolische verdichting te danken dat De Overval werd gewaardeerd als ‘een waarachtig eerbetoon aan de geest van het verzet’ en kon uitgroeien tot de ultieme Nederlandse oorlogsfilm. De toon werd al gezet bij de première, enkele dagen voor Kerstmis in 1962, in het Tuschinski Theater in Amsterdam. Na afloop van de vertoning, bijgewoond door talloze hoogwaardigheidsbekleders, hief men collectief het Wilhelmus aan.

Het Wilhelmus heeft niet geklonken bij de première van Bankier van het Verzet. Maar op grond van de inhoud had dat best gekund. Deze film staat in tal van opzichten dicht bij De Overval, niet alleen waar het gaat om het eendimensionale beeld van goed en fout, maar ook – en vooral – de manier waarop de personages zijn vormgegeven. Ook Bankier van het Verzet wordt bevolkt door symbolische gestalten, al zijn ze, anders dan in De Overval, gespeend van religieuze of politieke kenmerken.

De vraag is of het toeval is dat een speelfilm als deze, waaruit de grijstinten zijn verdwenen en waarin ‘goed’ en ‘fout’ weer zuiver van elkaar te onderscheiden zijn, nu, in 2018, wordt uitgebracht.

De vraag stellen is haar beantwoorden. Mij lijkt dat de film een diep gekoesterd, nostalgisch verlangen naar morele ondubbelzinnigheid uitdrukt, in een samenleving die wordt verscheurd door permamente twisten over alles en iedereen, en waarin discussies over ethische en politieke kwesties keer op keer ontaarden in stromen van verbaal azijn.