Verder van de snelweg kom je niet

De randen van Nederland

ln de gemeente Stadskanaal reizen kinderen soms dagelijks vier uur met de bus naar school. Een spoorverbinding zou wel handig zijn. Maar het is er goed wonen, zeggen de inwoners.

Drie kwartier is het met bus 74 van Emmen naar Stadskanaal, een van de grootste plaatsen in Nederland zonder station. Recht over de rand van de Drentse heuvelrug: links golft het landschap omhoog naar de bossige zandgronden, het terrein van gepensioneerde westerlingen, rechts beginnen de strakke lijnen van de krimpende veenkoloniedorpen. Bij Valthe rijdt de bus 12 kilometer zonder bocht de Kanaalstreek in.

In Stadskanaal (32.000 inwoners), ligt de werkloosheid relatief hoog, op 6,7 procent (6,1 landelijk), en zijn veel huishoudens met lage inkomens (9,7 procent, tegenover 4,2 landelijk). Tegelijkertijd blijven gezondheid en schoolprestaties achter en staan door de bevolkingskrimp voorzieningen onder druk. Zo woedt er een forse discussie over het behoud van de kraamafdeling in het lokale ziekenhuis.

Hoe ervaren bewoners het leven in de gemeente Stadskanaal zelf?

Eerst naar Jan Hartman, voorzitter van voetbalvereniging Sportclub Exloërmond tot Afdraai (vv SETA) in Musselkanaal (6.500 inwoners). De goedlachse Knoalster ontvangt in een lege kantine, de aluminium koffiemachine druppelt al. Hij werkte kort bij de Philipsfabriek – ooit de grootste werkgever in de regio, nu vertrokken naar China – en werd daarna vrachtwagenchauffeur.

De club redt het voorlopig wel, zegt hij. Met zestig leden (ooit driehonderd) zijn ze eigenlijk met te weinig, maar voorlopig maait de ‘groenvoorziening’ het gras nog. Jaarlijkse kosten: meer dan 10.000 euro. Het lukt zelfs een klein beetje te groeien: een tijdje waren ze de jeugdleden kwijt, nu zijn er weer F-junioren en ‘kabouters’.

Zonder auto ben je in Stadskanaal lang onderweg, bewoners geven elkaar makkelijk een lift. Foto Kees van de Veen

Verder is er, vindt Hartman, weinig te doen voor de jeugd in Stadskanaal. ’s Zondags om twee uur stond hij vroeger met vrienden te wachten tot de keet openging, zijn eigen kinderen zitten nu de hele middag thuis. Maar goed, hij weet ook niet wat ze in de rest van het land op zondagmiddag doen. In ieder geval is hij nog wel tevreden in Musselkanaal. Sommige winkels zijn verdwenen, door krimp en het web, en de jaarlijkse braderie is van 1.500 meter kramen naar 300 meter gegaan. Maar het is nog steeds een prima dorp.

Zoals gebruikelijk in Groningen biedt hij aan een lift te geven: naar Jan Pieter de Kroon, huisarts in Onstwedde (circa 2.800 inwoners). Hij hoeft helemaal niet naar Onstwedde, maar het is hooguit een kwartiertje, zegt hij. Met de bus is het drie kwartier én een overstap, voor tien kilometer.

Bruine boterhammen

Vlak voor Onstwedde begint de weg te kronkelen. Dit is Westerwolde: het kleine stukje Groningen zonder horizon. De Kroon (57) – bril laag op de neus, vriendelijk voorkomen – ontvangt op een zolderkamer met zijn vrouw Annemarie Wiegersma (57), ook arts. Het is zijn lunchpauze, hij heeft weinig tijd en eet tijdens het gesprek bruine boterhammen met kaas.

De Kroon komt ‘van buiten’, zijn familie woont in Gelderland. In 1994 vestigden hij en zijn vrouw zich in Onstwedde. Spijt hebben ze geen dag gehad. Hun kinderen zitten nu in het zuiden en westen, maar zelf hebben ze het nog altijd fijn. De Kroon is verknocht aan zijn 1.700 patiënten. Nee, ingewikkelde brieven moet je ze niet sturen, maar je kunt wel een hechte band met ze opbouwen, hun omstandigheden leren kennen. De populatie ververst zich hier niet snel. En de dokter heeft nog status.

Het centrum van Stadskanaal. Foto Kees van de Veen

Natuurlijk zijn er óók dingen lastig. Hij gokt dat hij de laatste solo-dokter zal zijn in het dorp, die nog in zijn eentje een praktijk heeft. Samenwerking met de andere arts in Onstwedde kwam tot nu toe niet tot stand, dus haalde hij meer zorgtaken naar zijn praktijk. Om de inkomsten op peil te houden als het patiëntenaantal slinkt.

Je moet een beetje ondernemingsgezind zijn in dit gebied, zegt De Kroon. Kan de bekostiging per patiënt niet omhoog? Dan moet je iets anders bedenken.

Regelmatig ziet hij jongeren of kinderen die volgens hun ouders erg moe zijn. Als je doorvraagt, blijkt dat ze soms dagelijks bijna vier uur in de bus zitten

Dat lukte hem, maar hij moet veel harder werken, heeft nu een groter team en meer administratie. ’s Avonds heeft De Kroon nog maar weinig puf voor andere dingen. Zijn vrouw gaat soms wel naar Groningen, naar de schouwburg bijvoorbeeld. Het is ook maar 45 minuten rijden – dat kan in Amsterdam niet veel sneller, denkt ze. En daar groet niemand je als je op de fiets zit.

Soms merkt De Kroon wel dat de regio worstelt met de bereikbaarheid. Regelmatig ziet hij jongeren of kinderen die volgens hun ouders erg moe zijn. Als je doorvraagt, blijkt dat ze soms dagelijks bijna vier uur in de bus zitten, vaak naar een opleiding in Emmen – nog geen veertig kilometer verderop. Dus ja, een spoorverbinding zou mooi zijn. Het spoor ligt er, maar wordt al jaren gebruikt voor een stoomtreindienst. De gemeente wil wel een passagiersdienst, maar die kost geld.

Krimpgebied Stadskanaal - ontwikkeling voorzieningenniveau per wijk in krimpgebieden

Minder sterk taalgevoel

Op naar Gert Hilbolling, directeur van twee scholen, waarvan één met acht leerlingen in Stadskanaal-Noord die na de zomer zal sluiten. Hij woont in het zandgrondse Gasteren, 35 kilometer verderop. Met de bus is het twee keer overstappen, je zit anderhalf uur op de weg. In Stadskanaal zelf (circa 20.000 inwoners) rijdt de bus een rondje. Het stadje ligt er welvarend bij: veel rijtjeshuizen verkeren in goede staat, grasperkjes zijn goed onderhouden en het is druk op straat.

De bebrilde, vriendelijke Hilbolling (62) – hij praat met pauzes, alsof hij een dictee geeft – was voordat hij naar Stadskanaal kwam korte tijd directeur op een school in Oegstgeest. Daar waren de ouders constant aan het meedenken. Nu heeft hij kinderen die soms wat meer pech hebben, zegt hij: de ouders zitten soms in de schuldhulp, hebben veel zorgen aan hun kop, praten niet zo uitgebreid tegen hun kinderen, die daardoor een minder sterk taalgevoel ontwikkelen.

Lees ook: Wat is het grootste probleem van krimpende gemeentes? NRC sprak met 26 burgemeesters: Krimpgemeenten heten liever krachtgemeenten

Maar voor een leraar kan dat júíst fijn zijn, vindt hij. Die Oegstgeester kinderen redden het wel. Hier moet je sommige ouders aansporen om de capaciteiten van hun kind te zien, om niet te denken: het is wel goed zo. Kun je dat generatieprobleem, van decennialange armoede in sommige families, als school doorbreken? Dát is hier de vraag.

Daarnaast: het is hier een fijne omgeving om kind te zijn, veel groen. Je kunt op turnen, op muziekles. En neem het schoolplein van de kleine school: dat is pas volledig overhoop gehaald om een crossbaan te maken. Twee neven wilden dat graag – kinderen van een ondernemer in grondverzet. Daar heb je de ruimte voor.

In Nederland ligt geen plaats van deze omvang verder van een snelweg dan Stadskanaal.Foto Kees van de Veen

Hij wil best even terugrijden naar Stadskanaal-Noord om dat schoolplein te laten zien. Na tientallen vrijstaande baksteenhuizen langs het eindeloze kanaal verschijnt plots het schoolgebouwtje. Achter de woonwijk gaat de zon net onder boven de weilanden. Het schoolplein is een grote zandberg, de fietssporen van het crossen nog zichtbaar. Op het raam van een lokaal zijn Amsterdamse grachtenpanden geschilderd.

Hilbolling zet de verslaggever af bij het enige hotel in de stad. De hippe, vriendelijke hoteleigenaar Marc van Kempen – die na een verhuizing uit Amsterdam zelf in het hotel woont – blijkt net terug van vijf beurzen in Duitsland. Stadskanaal aanprijzen bij de oosterburen – hij weet er alles van. Van zijn gasten bestaat 10 procent op dit moment uit Duitse toeristen, op tafeltjes liggen Duitstalige folders over de streek. Verder komen er zakenmensen, voor bedrijven in de omgeving als aardappelzetmeelproducent Avebe, en Nederlandse toeristen.

Een treinstation zou alleen wel handig zijn, nu moet hij soms aan Duitsers uitleggen dat ze na de trein nog met de bus moeten. Vinden ze toch vreemd

Die laatsten komen vaak fietsen: je bent zo in het vestingstadje Bourtange, op de Drentse heuvelrug, bij dierenpark Wildlands Emmen – de locatie tussen Groningen en Drenthe is wat hem betreft het unique selling point van Stadskanaal. Een treinstation zou alleen wel handig zijn, nu moet hij soms aan Duitsers uitleggen dat ze na de trein nog met de bus moeten. Vinden ze toch vreemd.

In het typisch Nederlandse stadscentrum vol nieuwbouw – waar ABN Amro en ING net zijn vertrokken – blijkt iets na half zeven een snackbar die dicht hoort te zijn toch nog open, en de eigenaar maakt graag nog een frietje klaar.

Het leven in Stadskanaal vindt hij prima. Of, nou ja – vroeger kon hij de autosleutels ’s nachts in het contact laten zitten, dat is voorbij. En het is jammer dat er geen hogeschool is: die zit in Emmen en Groningen. Wie daar gaat studeren en op kamers gaat, komt nooit meer terug.

Hoeveel betaal je in Amsterdam voor zo’n frietje, wil hij weten. Hij wijst naar zijn eigen prijzenbord: 1,80. „Ik haal hier prima marges op.”

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen
Een spoorverbinding zou mooi zijn. Het spoor ligt er, maar wordt al jaren gebruikt voor een stoomtreindienst.

Uitvaartvereniging

De volgende dag, dinsdag. Bij de Neutrale Uitvaartvereniging Stadskanaal (NUV) zitten in een brandschoon kantoortje in overhemd uitvaartleiders August van Zon (32) en Bart Jacobs (49).

In veel gemeentes staan de uitvaartverenigingen – een niet-commerciële kruising tussen uitvaartverzekeraar en uitvaartonderneming – onder druk, vertellen ze, maar in Stadskanaal juist niet: er zijn nog ruim achtduizend leden.

Net als huisarts De Kroon werkt Jacobs erg veel, en vindt hij het in zijn vrije tijd vooral fijn om thuis te zijn. Wel gaat hij regelmatig naar muziekuitvoeringen. Het Theater Geert Teis in Stadskanaal, ooit gebouwd in opdracht van Philips, heeft een goede programmering, maar soms gaat hij ook met zijn zoon naar Zwolle. Honderd kilometer, eenderde daarvan over N-wegen – in Nederland ligt geen plaats van deze omvang verder van een snelweg dan Stadskanaal.

August van Zon (l) en Bart Jacobs van de Neutrale Uitvaartvereniging Stadskanaal. Foto Kees van de Veen

Ook favoriet: Duitsland, hij winkelt met het gezin in Aschendorf. Het is maar een kwartiertje rijden, je kan er Gronings praten en hij heeft ook gewoon meer binding met de Duitsers dan met Hollanders, zegt Jacobs. Die zien ons toch alleen maar als boeren. In Amsterdam, die stinkstad, komt hij nooit; in het gemoedelijke Bremen één keer per jaar.

Laatste afspraak: Nel Kruit, directeur van de lokale welzijnsorganisatie Welstad (55 medewerkers). Zij ontvangt in een mooi kantoor, waarvan ramen de helft van de muren beslaan. . Kruit komt uit een boerengezin in Gasselternijveen, vlak bij Stadskanaal – ze heeft de spoorlijn nog ontmanteld zien worden. Ze vertrok en is decennialang weg geweest uit de streek, had een carrière in de jeugdzorg. Nu woont ze in Haren, bij Groningen.

Helder schetst ze waar de stichting zoal voor is: schuldhulpverlening, activiteiten organiseren voor jongeren in bijvoorbeeld buurthuizen, eenzaamheidspreventie bij ouderen, armoedeproblematiek. Die problemen spelen hier nu eenmaal meer dan op veel andere plekken.

Maar je moet het niet overdrijven, vindt Kruit: veel bewoners zijn best tevreden. Het is hier goedkoop, er is ruimte en natuur, je hebt noaberschap, er zijn relatief veel voorzieningen – niet elke gemeente in Groningen heeft een ziekenhuis. De bewoners mogen van Kruit best ietsje trotser zijn. Je hebt gewoon een theater!

Den Haag

Vanuit de rest van Nederland ervaren de bewoners weinig waardering, denkt Kruit. „Den Haag is er niet voor ons”, zo klinkt het, daar zijn ze vooral geïnteresseerd in grote bedrijven in het westen. Niet in regio’s met een grote zorgsector, met handwerk dat misschien minder op intellect gebaseerd is.

Ook zelf denkt ze soms: zijn landelijke politici wel nieuwsgierig naar dit deel van het land, naar de behoeften en ideeën? Geloven ze er wel in? Ga een serieus gesprek aan over de infrastructuur waarmee je – bijvoorbeeld – meer bedrijven hierheen zou kunnen trekken. Wat willen de bewoners zélf met dit gebied? Hoe kun je dat faciliteren?

Na vertrek rijdt de bus weer een rondje door Stadskanaal. Bij de Gasselterbrug draait hij naar links het bevroren kanaal over – nog iets minder dan één uur tot Groningen. Dan, plots, hobbelen de wielen over het spoor. In de verte staan historische treinwagons, het gras groeit tussen de rails.

Wilt u reageren of hebt u zelf ervaren hoe het staat met de leefbaarheid aan de randen van Nederland? Mail randland@nrc.nl
    • Milo van Bokkum