We zijn nu allemaal Californiërs, blijkt uit deze expositie

Design Aan de hang naar individuele vrijheid die in de jaren 60 in Californië ontstond, danken we ook Disney en de iPhone, blijkt uit de tentoonstelling California: designing freedom in Den Bosch.

Je loopt makkelijk voorbij aan die vier kleine, onopvallende foto’s. Het zijn varianten op de doodgewone garages die je zo vaak naast vrijstaande Amerikaanse woonhuizen ziet. Tot je op het bordje leest dat ze alle vier de bakermat waren van bedrijven die voor onze tijd bepalend zijn: Google, Apple, HP, Disney. „Het is geen toeval dat ze allemaal in Californië zijn ontstaan”, zegt Justin McGuirk. „De cultuur van digitale innovatie heeft haar wortels in de rebelse, vrijgevochten geest van de jaren zestig.”

McGuirk heeft als chief curator bij het Design Museum in Londen de tentoonstelling California: Designing Freedom samengesteld. Hij is even in Den Bosch om mee te kijken bij de inrichting ervan in het Stedelijk Museum – dat overigens vanaf 1 juni Design Museum Den Bosch zal heten.

De ideologie van zelf doen, van breken met het bestaande, heeft in de jaren 60 een vrijheid van denken en van maken geschapen die van Californië de wereldwijde aanvoerder van design heeft gemaakt – van motorfiets tot Waymo, van psychedelische affiches tot World of Warcraft, de eerste Gay Pride-vlag tot prototypes van de iPhone. De tentoonstelling laat zien hoezeer het ene uit het andere voortkwam. De counter-culture van toen en de daarmee samenhangende jacht op individuele vrijheid – hippies, drugs, vrije seks, anti-oorlogsprotesten – waren disruptief lang voor Uber en Airbnb.

Vrijheid toen, vrijheid nu

Twee voorwerpen vertellen in een notendop hoe het begrip ‘individuele vrijheid’ is veranderd. Bovenin de tentoonstelling staat een replica van de motor waarop Peter Fonda reed in de film Easy Rider uit 1969. Vrijheid, dat was toen twee wielen en een lange lege weg om op te scheuren. Beneden in de hal staat een schattige Waymo, een prototype uit 2015 van de zelfrijdende auto van Google. Het doel is nog steeds hetzelfde, namelijk vrijheid, maar die bereikt je nu door níét zelf te rijden: liever laten we ons door de technologie ontzorgen.

‘Power up’, staat in grote bontgekleurde kapitalen op de wand. Zuster Corita Kent, non én popartkunstenaar, heeft deze leus van oliebedrijf Richfield ‘geleend’ om er haar geheel eigen politieke oproep van te maken. „Dit is een van mijn favorieten”, zegt McGuirk. „Voor mij betekent het zoveel als: wij hebben de macht, wij hebben de middelen. Zoals alle popartkunstenaars trok zuster Kent de reclame het politieke domein in. Wat ze toen natuurlijk niet kon weten, is dat het aanzetten van je computer tegenwoordig ‘powering up’ heet.”

Een van de paradoxen van de jaren 60 en 70 is de manier waarop het escapisme en het primaat van het individu samengingen met maatschappelijke betrokkenheid en het ontstaan van wat we tegenwoordig ‘community’ zouden noemen. Er hangen psychedelische affiches die symbool van het hedonisme van drugs en free love zijn geworden, zoals een Neon Rose-poster van Victor Moscoso, maar ook de originele Gay Pride Flag in acht kleurige strepen uit 1976, symbool van de saamhorigheid van de ontluikende homobeweging. In 1968 publiceerde Stewart Brand de eerste editie van zijn Whole Earth Catalogue, de bijbel der alternatieven, en riep mensen op om de stad te verlaten en op het platteland communes te vormen en hun eigen eten te telen. Diezelfde Stewart Brand was ook oprichter van The Well, die hij ‘the first online bulletin board’ noemde – een voorloper van de huidige sociale media.

Uit de serie Neon Rose (1966) van Victor Moscoso. Werk van Victor Moscoso

Natuurlijk verbleekten de commune-utopieën al snel, maar in dezelfde doe-het-zelfgeest gingen de ‘techies’ van het eerste uur, zoals Apple-oprichter Steve Jobs en Google-oprichters Larry Page in de garage aan de slag. Op de expositie is de allereerste Apple-computer te zien, niet meer dan een moederboard in een houten kistje waar je je toetsenbord en monitor aan moest hangen. In een kleine vitrine liggen diverse prototypes van de iPhone en de iPad – objecten die net zoveel te maken hebben met de bevrijding van de technologie als met de bevrijding van het individu.

De recentste ontwikkeling rond de big tech vinden we in deze tentoonstelling niet terug: het verlies aan vertrouwen. Er worden nu vraagtekens gezet bij de hegemonie van Apple, Google, Facebook. Dat wantrouwen stelt hun rol als erfgenamen van de vrijgevochten Californische mentaliteit in een ander daglicht. De counter-culture van toen is het establishment van nu; de idealist is entrepreneur en de portemonnee lijkt het te winnen van de community. In de Britse zakenkrant Financial Times stond afgelopen weekend boven een artikel over Facebook de kop ‘The anti-social network’.

Originele advertentie van een HP rekenmachine (jaartal onbekend). Advertentie van HP

Maar het design – dat kleine scherm en de toegang die het biedt tot het digitale domein – viert nog altijd hoogtij. Niet alleen het product wordt ontworpen, ook de hele gebruikerservaring. Die ervaring moet zich ook fysiek gaan verspreiden: zowel Facebook als Google heeft plannen voor het bouwen van ‘slimme’ stadswijken, de ene in Californië bij het hoofdkantoor, de andere in Toronto. Niet eerder nestelde design zich zo effectief in ons leven. Ondanks het toenemende wantrouwen van de privacy-bewuste consument is de kans groot dat de volgende vernieuwing – virtual reality, augmented reality en artificial intelligence - weer uit Californië zal komen. We zijn nu allemaal Californiërs.

California: Designing Freedom, t/m 17 juni in Stedelijk Museum Den Bosch, www.sm-s.nl
    • Tracy Metz