Opinie

    • Mirjam de Winter

TIA-buizerd

Op zoek naar een beetje natuur in de stad kom je toch al snel in het Kralingse Bos terecht. Beter niet in het weekend, want dan wordt het bos in bezit genomen door kuddes hardlopers en aanstellerige bootcampers die met boomstammen smijten. Vooral de laatste maanden, met de marathon in het vooruitzicht, is er geen doorkomen meer aan. En dus zochten we vorig weekend de rust op in de Vlaardingse Broekpolder. In ‘natuurgebied’ De Ruigte, pal naast de A20, loopt een kudde Schotse Hooglanders rond en wemelt het van de roofvogels. Vooral buizerds, waarvan de roep klinkt als klagend gemiauw. Half maart begint de paartijd en ik had er die ochtend al meerdere hoog boven de polder zien zweven: „Miauw, miauw.”

Groot was onze verbazing dan ook toen we er ineens eentje vanuit de lucht naar beneden zagen komen vallen, om pal voor onze voeten neer te storten. Het was alsof er een gevulde juten zak naar beneden kwam suizen, want het leek in niets op de gestroomlijnde duikvlucht van een roofvogel richting zijn prooi. De gecrashte buizerd bleef roerloos op zijn rug liggen, pootjes in de lucht en oogjes toe. Verbijsterd keken we om ons een heen, op zoek naar een mogelijke oorzaak van deze vliegramp. Uit de lucht geschoten? In botsing gekomen?

Is-ie wel echt dood?” vroeg ik mijn echtgenoot nog, want durfde zelf niet al te dichtbij te komen. In onze achtertuin had ik namelijk al eens een ekster voorover uit de boom zien kukelen, die toen ik hem aanraakte plotseling toch weer tot leven kwam. „Misschien is hij wel gewoon van zijn stokje gegaan”, waarschuwde ik en vertelde hoe mijn moeder ooit de papegaai van de buurman liet schrikken, waarna het beest letterlijk van zijn stokje viel en minutenlang voor dood op de bodem van de kooi bleef liggen. Mijn man herinnerde zich op zijn beurt nog een waargebeurd verhaal uit Arizona, waar het op een dag spreeuwen regende. Na eerst omstandig de Vlaardingse hemel te hebben afgespeurd, begon hij diep voorovergebogen het kadaver te fotograferen.

En ineens kwam er beweging in het vogellijk: de buizerd opende zijn ogen (bleef nog wel op zijn rug liggen) en keek verschrikt om zich heen. Wij schrokken ook en deden een paar stappen achteruit. Na eerst een hele poos ineengekrompen in het gras te hebben gezeten, krabbelde hij op en fladderde naar de dichtstbijzijnde struik. Daar hebben we hem uiteindelijk maar achtergelaten, onzeker over zijn lot.

Eenmaal thuis informeerde ik bij bioloog Kees Moeliker, directeur van het Natuurhistorisch Museum en collega-columnist. Had hij misschien een verklaring voor dit mysterie? Maar Kees had zoiets nooit eerder gehoord en kon ook niet bedenken waarom een vogel zomaar uit de lucht zou vallen. „Een TIA-buizerd”, was zijn voorzichtige diagnose.

Volgende week maar gewoon weer naar het Kralingse Bos dus. Als de marathon voorbij is, zullen veel hardlopers zich voorlopig niet meer laten zien. En buizerds zie je er sowieso maar zelden.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter