Zelf advocaat maken is zo moeilijk niet

Janneke kookt In de koelkast blijft deze advocaat wel 4 weken goed. Maar ik verwed er een sperzieboontje om dat hij dat niet haalt.

Foto Merlijn Doomernik

De laatste jaren was er geen familiebijeenkomst waarbij niet iemand opmerkte hoe bijzonder het was dat ze nog leefde. Maar het eeuwige leven bleek ze toch niet te hebben. Drie weken geleden, een dag voordat ze honderdviereneenhalf zou worden, overleed mijn tante Bep. Omdat ze zelf al vrij lang naar dat moment had uitgekeken, waren wij vooral blij voor haar. Het was mooi geweest.

Tante Bep was niet echt mijn tante, maar die van mijn moeder. Mijn oudtante dus en een zus van mijn oma. Ze was kraamverzorgster van beroep. En ze was wat vroeger een ‘oude vrijster’ werd genoemd. Ik vond dat altijd een rare uitdrukking, want het betekende juist dat ze nog nooit met iemand had gevreeën. Over of ze dat erg vond, zijn de meningen verdeeld. Het verhaal gaat dat er ooit wel een aanbidder is geweest, maar dat ze die op haar eigen tantebepperige manier de laan heeft uitgestuurd.

Tante Bep was, om nog zo’n heerlijk archaïsche uitdrukking te gebruiken, bepaald niet op haar bekkie gevallen. Ze was ook een schat van een mens hoor. Vooral als je een kraamvrouw of pasgeboren baby was. Dan was ze op haar allerliefst en zorgzaamst. Dat weet ik van mijn moeder. Mijn oudtante kraamde wel drie keer in ons gezin. Bij mijn broer, mijn jongere (als twee maanden oude baby overleden) zusje en bij mijn jongste zus. Toen ik werd geboren had ze een gebroken pols.

Afijn, tegen de rest van de wereld kon ze nog weleens wat erg assertief uit de hoek komen. Ook hield ze er nogal eigenaardige gewoonten op na. Mijn broer en ik griezelen nog graag bij de herinnering aan die keer dat ze een verdwaald sperzieboontje uit het afwassop in haar mond stak, omdat het anders zonde was. En als ze ergens vertrok zei ze: „Zo, dat was gezellig hè, met mij erbij.” Overigens is het mijn stellige overtuiging dat iedereen wel een tante Bep in de familie heeft

Rust zacht, tante Bep. Als eerbetoon aan u, én omdat het morgen Pasen is, maak ik vandaag advocaat. Ik zie u nog zitten in uw zondagse jurk bij oma op de bank. Vóóraan op de bank, want u wilde natuurlijk het hoogste woord voeren. Hoe u in uw hand een glaasje felgele vla hield, een toefje witte room in het midden. Hoe u de advocaat oplepelde met een zilveren lepeltje, hapje voor hapje, genietend van dat zoete en het warme gevoel achterin uw keel. Ik denk aan die ene keer per week dat u een frivool meisje was.

Het recept hieronder is van Cees Holtkamp – heel gepast, want hij en mijn oudtante waren dorpsgenoten –, uit ‘De Banketbakker’. U heeft er eigenlijk een keukenthermometer voor nodig, maar het lukt vaak ook wel op gevoel. Stop met verhitten wanneer de eiervla lobbig begint te worden, en stop liever iets te vroeg dan te laat. Eenmaal geschift komt het nooit meer goed, terwijl u te dunne vla altijd opnieuw kunt verwarmen om hem te laten binden. In de koelkast blijft deze advocaat wel 4 weken goed. Maar ik verwed er een sperzieboontje om dat hij dat niet haalt.

Advocaat

(voor ca. 6 dl.)

250 g eidooier; 250 g suiker;

merg van 1 vanillestokje; mespuntje zout; 300 ml brandewijn.

Doe alle ingrediënten in een schaal en verwarm het mengsel al roerend met een garde au bain-marie, tot een temperatuur van 62 graden.

Roer goed over de bodem om aanzetten te voorkomen. Zet de schaal dan in een bak met ijskoud water. Roer af en toe door en laat afkoelen. Giet de advocaat door een zeef in een schone weckpot of fles met wijde hals.

    • Janneke Vreugdenhil