Opinie

monetair beleid

ECB moet beleid nu zo snel mogelijk normaliseren

De economie dendert voort, de werkgelegenheid stijgt, de overheidsfinanciën zijn gezond. Voor wie niet verder kijkt, is de financiële crisis van 2008 een vage herinnering aan het worden. Toch is die crisis nog overal om ons heen. Er is de gemiste welvaart die, ondanks de teruggekeerde hoogconjunctuur, nimmer meer zal worden ingehaald. Er is het smeulende wantrouwen in de financiële sector, dat zo maar weer kan oplaaien. ING, dat twee weken geleden verzeild raakte in een maatschappelijke discussie over de salarisverhoging van zijn topman, kan ervan meepraten. En er is het geldbeleid van de Europese Centrale Bank, dat suggereert dat het in wezen nog steeds crisis is.

Nog steeds koopt de ECB voor 30 miljard euro aan staatsleningen en bedrijfskredieten per maand. Pas in september mag worden verwacht dat de centrale bank daar een einde aan maakt. Vervolgens zullen de aankopen vermoedelijk niet in één klap worden beëindigd, maar over enkele maanden worden teruggebracht tot nul. Daarna zullen de leningen die de balans van de ECB sinds de crisis hebben doen verdrievoudigen tot 4.539 miljard euro, worden ververst wanneer zij aflopen, waardoor het balanstotaal op peil blijft. En daarna pas zal de tijd aanbreken dat de balans, door aflopende leningen niet langer te vervangen, gestaag mag krimpen.

Daar zullen jaren overheen gaan. Tussendoor zal de ECB, vermoedelijk in de eerste helft van volgend jaar, zeer voorzichtig zijn rente voor de geldmarkt, die nu nul bedraagt, gaan opschroeven.

Het trage tempo waarmee het monetaire beleid op die manier normaliseert, is te rechtvaardigen. De Europese economie is sterk afhankelijk geworden van de lage rentevoeten waarin dit beleid heeft geresulteerd. Veel overheden hebben hun schulden niet of nauwelijks teruggebracht maar kunnen hun schulden tijdelijk beter dragen door de lage rentes. Bedrijven die het veld hadden moeten ruimen voor jongere en betere concurrenten, bestaan nog als ‘zombies’. De kredieten die banken hun hebben gegund, kunnen als probleemleningen de balansen nog jaren belasten. Woningprijzen zijn omhooggeschoten, en zorgen voor een gevoel van financieel welbevinden en bijbehorend consumptiegedrag.

Voor een deel is de huidige hoogconjunctuur kunstmatig. Een te snelle terugkeer naar een normaal monetair beleid zou mede daardoor een te grote schok veroorzaken. Zo dreigen de eurolanden afhankelijk te zijn geworden van het monetaire beleid dat hen poogde te redden. En is het monetaire beleid nu zelf de gijzelaar van de hoogconjunctuur die het zelf veroorzaakte.

Dat onderstreept de terechte kritiek die er met name in de noordelijke eurolanden, waaronder Nederland, van begin af is geweest over de aard, omvang en duur van het bijzondere monetaire beleid dat in Frankfurt is gevoerd tijdens en na de crisis. Daar zal, en moet, nog lang over worden gediscussieerd. Maar nu is het zaak om dit monetaire beleid met een zo groot mogelijke spoed te normaliseren. Zoals president Knot van De Nederlandsche Bank donderdag zei: deze crisis kan pas echt de geschiedenisboeken in als het beleid weer normaal is.

De kans stijgt dat dit proces niet, of niet volledig kan plaatsvinden. Elke hoogconjunctuur eindigt uiteindelijk. Het zou al goed zijn als tegen die tijd de ECB voldoende van het beleid heeft teruggenomen om het opnieuw te kunnen inzetten. Het alternatief is dat Europa met een centrale bank blijft zitten die straks op zoek moet naar nóg zwaardere munitie.