Column

Knarsend

In Rotterdam werd GroenLinks, ondanks forse winst, niet de grootste partij, zoals in Amsterdam. Maar het theatercollege dat Femke Halsema van de week afstak in het Oude Luxor was bij uitstek ook Rotterdams. In een van de meest multiculturele steden van Nederland stelde ze de vraag: is er zoiets als een vaststaande identiteit?

„Nee”, betoogde Halsema meteen al bij aanvang. „Nationale identiteit en bijbehorende tradities zijn bedacht. De Gouden Koets dateert van 1901, het Wilhelmus als volkslied van 1932. Met andere woorden: Nederland is een idee dat je kunt veranderen.” Inspirator voor Halsema’s cultureel antropologische visie is de Amerikaanse geleerde Benedict Anderson, die in Imagined Communities (1983) nationale identiteit omschrijft als een sociale constructie, bedoeld om verbinding te scheppen tussen mensen die elkaar niet kennen.

Dat het met het laatste in Nederland is misgegaan erkende Halsema volmondig, en ze spaarde daarbij ook zichzelf niet. „Ik voel me vaak unheimisch in Amsterdam-Oost met z’n mannen in djellaba’s, vrouwen in het zwart en provocerende Marokkaanse jongeren. Ben ik veranderd of is mijn wijk veranderd? Sta ik onder invloed van angst voor terreur? En zo ja, is mijn gevoel dan in overeenstemming met de feiten?”

Nee, concludeerde Halsema, en ze verwees naar het „contra-intuïtieve” SCP-rapport van afgelopen december waarin staat dat het heel goed gaat met Nederland. „In 1994 vond 49 procent van de Nederlanders dat er te veel migranten waren. Hoe ligt dat percentage nú volgens u ? Schat vooral niet te hoog, want dan moet ik minder, minder, minder gaan roepen.” Een lach weergalmde door de halfvolle zaal, waarna het antwoord luidde: „31 procent.”

We zijn „ver verwijderd van de ondergang”, beklemtoonde Halsema, maar zullen wel onderling in gesprek moeten blijven, over de „nationale identiteit als werkhypothese.” Dat dat gesprek knarst hoort volgens haar bij een vrij land, „waar de coffeeshop is gevestigd naast de School met de Bijbel”. Uiteindelijk zal het wel goed komen met onze multiculturele samenleving, vermoedde de ex-politica. „We zijn, om Erasmus te citeren, per slot van rekening een welwillend en zachtmoedig volk.”