Kaas en ‘luxury ducks’ – ook de Staalstraat moet eraan geloven

Toeristenstraat

In De 9 Straatjes gebeurde het al, en nu dreigt ook de Amsterdamse Staalstraat, ooit een voorbeeld van een straatje met lokaal karakter, te veranderen in een domein voor vooral toeristen. Dat de ondernemers slecht georganiseerd zijn helpt daarbij niet.

De Staalstraat verandert snel van karakter; bijzondere, lokale winkels verdwijnen om plaats te maken voor toeristentrekkers. Foto’s Daniel Niessen

De Staalstraat. Charmante driebrugverbinding tussen de Munt en het Waterlooplein. Ooit het centrum van de lakenindustrie, nog vereeuwigd door Rembrandt; in de Tweede Wereldoorlog het treurige domein van razzia’s waarbij zo’n zestig Joodse bewoners nimmer terugkeerden. In die jaren kenmerkte de ‘Joodse passage’ zich door karakteristieke buurtwinkels, zoals een boekhandel met leesbibliotheek en een sigarenwinkel.

De Staalstraat bestond altijd al bij de gratie van lokaal karakter. Maar dat karakter dreigt te verdwijnen. Bijzondere winkels vertrokken. Een badeendwinkel en Italiaanse lunchroom met Stolkse boerenkaas in de etalage sieren sinds kort het straatbeeld. Enkele panden staan leeg. Het geeft de straat een wat desolate aanblik.

Zaterdagmiddag, winterzonnetje. Bij chocolaterie Puccini staat een rij. De terrassen zitten vol. Toeristen drommen op de Staalmeestersbrug voor een selfie met de Zuiderkerk. Liefdesslotjes worden bevestigd aan de ijzeren schakels van de houten ophaalbrug, in 1874 vastgelegd door Monet en sindsdien geen spat veranderd. Eigenlijk doet op momenten als deze niets denken aan een teloorgang van de Staalstraat. Maar schijn bedriegt, want in nog geen jaar tijd verloor de straat drie authentieke winkels: filmwinkel Cine Qua Non, Het Hanze Huis en antiekwinkel Table Authentique.

Hoge huren

Zoals op zoveel plekken in het centrum vormen de steeds hoger wordende huren een belangrijke oorzaak. De gemiddelde huurprijzen in de Staalstraat liggen momenteel tussen de 2.500 à 3.500 euro per maand. Egbert Wildbret (60), voormalig eigenaar van eenmanszaak Table Authentique (2015-2017; daarvoor zat hier een schoenenzaak), betaalde 3.000 euro huur per maand. Zijn jaaromzet was 125.000 euro, met de verkoop van „kopjes en schoteltjes”. Het was niet genoeg: „Steeds stond het water me aan de lippen. Ik kwam zo’n 300 euro per maand tekort.”

Bij eetwinkel Sterk Staaltje wachten Hollandse kazen voorgesneden op nieuwsgierige toeristen. De kazen liggen buiten uitgestald. Van origine was Sterk Staaltje een groentewinkel. Twintig jaar later is het aanbod flink uitgebreid: van drop en stroopwafels tot quiche en broodjes. Eigenaar Hans Nieuwenhuijsen (59): „Omwonenden komen hier sinds de oprichting voor hun dagelijkse boodschappen en nieuws uit de buurt. Ambtenaren uit de Stopera halen bij ons hun lunch. Maar de buurtfunctie is de laatste vijf jaar minder geworden door de komst van Airbnb in de straat.”

Aan de overkant van de straat bewegen hippe vogels zich naar Hôtel Droog, internationaal bekend om zijn conceptueel design. Het publiek van Smartshop Mario, een paar meter verderop, is letterlijk en figuurlijk goedgemutst.

Foto Daniel Niessen

Badeendjes

Voor de etalage van nieuwkomer Amsterdam Duck Store staan twee giechelende Aziaten, camera in de hand. Het winkelassortiment bestaat onder meer uit rubber ducks van 8 euro 95 tot 17 euro voor luxury ducks. En dan zijn er nog eenden die in water van kleur verschieten. „Ik spreek alleen maar Engels met klanten”, zegt medewerkster Lara van Leeuwen (21). Het is de tweede Amsterdam Duck Store in drie jaar tijd. Eigenaresse Barbara de Vlam (49): „Ik had een kindercadeauwinkel in de Oude Leliestraat, ‘Jarig’, met duurzaam speelgoed. In de etalage stonden ook wat badeendjes. Toen de crisis begon, verkochten alleen de eendjes nog.” ‘Jarig’ werd Amsterdam Duck Store: „Een groot succes vanaf dag één.”

De Vlam runt de Duck Store volgens franchise-verdienmodel: naast de twee Amsterdamse vestigingen bestaan er inmiddels tien Europese badeendwinkels. „Veel klanten reizen van duck store naar duck store.” Hoeveel eendjes er verkocht moeten worden in de Staalstraat om quitte te spelen, deelt ze liever niet. „Maar ik kan mijn huur heel goed betalen.” Ze wil graag vermeld hebben dat haar zaak niet alleen toeristen trekt; „de medewerkster die zei alleen maar Engels te spreken werkt hier maar één dag per week en heeft daardoor de verhouding toeristen/Nederlanders niet goed in beeld.” De Franse stijlconnotatie van voorganger Table Authentique is in elk geval ver te zoeken. Oude apothekerspotten, kristallen glazen en antieke schildersezels hebben plaatsgemaakt voor een vlucht geel rubber.

De Staalstraat is opgenomen in het voorbereidingsbesluit van de gemeente Amsterdam, sinds afgelopen oktober van kracht, tegen verschraling van het centrum. In de straat zijn geen nieuwe winkels toegestaan waarvan het aanbod uitsluitend op toeristen is gericht. Geen Nutellawinkels en ijssalons dus. Maar nu dus wel ‘luxury ducks’. „Vooralsnog typeren we deze winkel waarbij één product wordt aangeboden niet als een typische toeristenwinkel”, aldus een woordvoerder van de gemeente. „Maar we houden dit type zeker in de gaten.”

Weg is ook Het Hanze Huis, tot vorig jaar gevestigd in het scheve hoekpand naast de Staalmeestersbrug. Het verkocht kwaliteitsproducten van oude familiebedrijven: stapels chocolade, omwikkeld in fraai papier, blikken Italiaanse laurierdrop, thee ‘sinds 1835’ – met Deens hofleverancier-predicaat –, traditioneel scheerschuim, kinderwondzalf en met de hand geassembleerde pedaalemmers. De zaak trok buitenlandse toeristen maar óók volop buurtbewoners. Eigenaar Remmelt Smid (48): „Het publiek veranderde: aangeschoten weekendtoeristen kwamen meer en meer. Je hebt veel klanten nodig om zo’n dure locatie goed te laten draaien. Als het juiste publiek er niet is, kun je praten als Brugman, maar dan wil het niet.” Smid besloot het vijfjarig huurcontract niet te verlengen. „Sommige klanten stonden met tranen in de ogen toen we vertrokken.”

Filmwinkel Cine Qua Non zat al in de Staalstraat toen Ed van der Elsken de passage al rijdend documenteerde in Een Fotograaf Filmt Amsterdam (1983). Eigenaar Eric Ipenburg (64): „De straat werd steeds commerciëler, het dorpse karakter verdween.” Ipenburg creëerde zijn eigen niche met de verkoop van filmposters en ansichtkaarten, vintage filmboeken en magazines. Cine Qua Non was een begrip voor filmverzamelaars, al werd er weinig, maar nét genoeg, verkocht: „Ik zat er niet om geld te verdienen. Ik vond het leuk om etalages te maken, dat maakte me misschien een buitenstaander.” Ipenburg was doorgaans open tot middernacht. „’s Avonds hebben de mensen geen haast. Mijn winkel was dan mijn huiskamer.”

Zijn huur steeg in 35 jaar van 600 gulden naar 2.500 euro per maand. Cine Qua Non vertrok eind 2016, nadat bij Ipenburg darmkanker was geconstateerd. „Ik moest stoppen omdat ik doodga, maar kon de huur bijna niet meer bolwerken.”

De Staalstraat verandert snel van karakter; bijzondere, lokale winkels verdwijnen om plaats te maken voor toeristentrekkers.

Foto’s Daniel Niessen

Net als De 9 Straatjes

Het vertrekken van kleine winkels is niets nieuws. We zagen het jaren geleden al gebeuren in ‘De 9 Straatjes’, tussen Singel en Prinsengracht. 9 Straatjes-winkelmanager Lony Scharenborg: „Het gaat slecht. We moeten ons inzetten voor het behoud van de zelfstandige ondernemer.” De 9 Straatjes kampen vooral met de komst van ketens, vertelt ze: „Spijkerbroeken en groot geld.” Scharenborg: „Pandeigenaren en winkelmakelaars hollen de Amsterdamse binnenstad uit door slechts huurverhoging na te streven. Een langetermijnvisie ontbreekt.”

Niet voor niets dus dat de ondernemingsvereniging van De 9 Straatjes zich sinds anderhalf jaar heeft verenigd met Vijzelstraat, Utrechtsestraat en het Spiegelkwartier in ‘De Grachtengordel’. „Als collectief kunnen we meer druk op de ketel zetten dan alle straten apart. We vragen de gemeente te kijken naar steden als San Francisco, waar een gereguleerd vestigingsbeleid geldt om het aantal winkelketens te beperken.”

Het voorbereidingsbesluit dat geldt voor de Staalstraat geldt ook in De 9 Straatjes. Maar er zijn ook verschillen. Niet alleen qua grootte, ook is sprake van „een mentaliteitsverschil”, aldus Wildbret van Table Authentique. „In de Staalstraat wordt gezegd: wij zijn het tiende straatje. Maar het is een gewone winkelstraat met klassieke middenstandersmentaliteit: hand op de knip en ieder voor zich.” Dat wreekt zich, stelt hij: geen promotiemachine zoals in De 9 Straatjes en ook al geen kerstverlichting meer. „Vijfhonderd euro per jaar was te veel om iets leuks te doen in de straat.” Pech was er ook, aldus Wildbret. De Staalstraat kende tot twee jaar terug eveneens een ondernemingsvereniging, maar die was geen lang leven beschoren. „De penningmeester is er met het geld vandoor gegaan. De winkeliersvereniging werd een drama.”

Een woordvoerder van stadsdeel Centrum beaamt dat het uitmaakt hoe straten zich hebben georganiseerd: „Een verschil met de Staalstraat is inderdaad dat de ondernemers van De 9 Straatjes zich verenigd hebben in een ondernemersvereniging met een straatmanager, waardoor het makkelijker wordt om met een hele winkelstraat of heel winkelgebied afspraken te maken over een gezamenlijke visie.”

Dat ontberen van een gedeelde ondernemersvisie lijkt de achilleshiel van de Staalstraat te zijn. Lang bleven de ketens weg, maar met de recente komst van Amsterdam Duck Store is dat verleden tijd. Op dit moment wordt het oude Hanze Huis omgetoverd tot nieuwe winkel van Menage a Trois, dat volgens mede-oprichter Annemarie Kramer „de gouden driehoek van Menage Amsterdam in de Staalstraat compleet maakt”. Ze doelt op de bestaande Menage-modewinkels in Hôtel Droog. De nieuwe zaak focust op „organic beauty en interior”. Rijke toeristen kunnen hier straks hun hart ophalen: parfums doen hier 45 euro – voor tien millimeter.