Kiesraadvoorzitter Jan-Kees Wiebenga (tweede van links) en initiatiefnemers van het referendum over de inlichtingenwet donderdag bij de bekendmaking van de officiële uitslag.

Foto Remko de Waal/ANP

‘Inlichtingendienst zoekt steun, geen polarisatie’

Paul Frissen Bestuurskundige De weerstand van de bevolking tegen de inlichtingenwet zal de geheime diensten teleurgesteld hebben. Juist hun soort werk vraagt om een breed draagvlak.

De champagnekurken zullen bij de inlichtingendiensten AIVD en MIVD niet hebben geknald, zegt bestuurskundige Paul Frissen. Maar een gebakje mag er van wat hem best af. „De diensten kregen van de politiek veel ruimte om in de media en via debatten te vertellen over hun werk en de nieuwe inlichtingenwet. Ze hebben die kans goed benut en bijgedragen aan een informatief publiek debat.”

Toch wees een meerderheid van de bevolking vorige week die Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) af. Donderdag werd de uitslag van het raadgevend referendum officieel: 49,4 procent tegen, 46,5 procent voor.

Als iemand in de – mogelijk gewonde – ziel van de geheime diensten kan kijken, is het Paul Frissen. De Tilburgse hoogleraar – tevens bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, die veel topambtenaren opleidt – sprak in 2014 en 2015 met 25 AIVD’ers en MIVD’ers, op diverse niveaus. Het ging over hun werk, de omgang met geheimen, over hun – soms getroebleerde – relatie met publiek en politiek. Zijn veldwerk resulteerde in 2016 in het boek Het geheim van de laatste staat.

Thuis in Breda blikt Frissen terug op de referendumcampagne, en de uitslag van de volksraadpleging. Rode draad: de diensten en media hebben goed werk geleverd qua uitleg en voorlichting. Maar politieke leiders als premier Mark Rutte (VVD) en CDA-fractieleider Sybrand Buma zorgden voor „een onnodig bitse toon in het debat”.

Daarmee bewezen ze AIVD en MIVD geen dienst. „Uitgerekend geheime diensten willen graag brede steun voor hun werk. Daarbij past geen polarisatie.”

Voelen de diensten zich nu afgewezen door een kritisch publiek?

„Nee, ze zijn realistisch genoeg om te weten dat referenda kantje boord kunnen zijn. Bovendien bleek een grote meerderheid niet tegen de wet als geheel, maar wilden veel mensen op onderdelen verbetering. Onduidelijk is ook nog of de wet zelf tot de nee-stem leidde, of bijvoorbeeld de beslissing van het kabinet referenda af te schaffen.

„Bij de diensten werken veel intelligente, hoogopgeleide en steeds meer jonge mensen. Juist zij realiseren zich dat privacykwesties gevoelig liggen, helemaal bij jongeren. Alle recente onthullingen over Facebook hebben die reserves alleen maar sterker gemaakt. Het dubbelzinnige is dat uitgerekend de nieuwe inlichtingenwet veel waarborgen biedt tegen privacyschending.”

Teleurstelling over de afloop van het referendum is dan toch juist logisch?

„Dat zal best. Anderzijds is nu duidelijk dat een verstandig antwoord van het kabinet nodig is om de steun voor de wet te verbreden. Ik hoop dat de diensten betrokken worden bij het formuleren van dat antwoord.

„Daarnaast zullen AIVD en MIVD blijven proberen die voorlichting zelf aan het publiek te geven. Meer nog dan politici zijn hoofden en andere medewerkers van de diensten in staat betekenisvolle dingen over het inlichtingenwerk te zeggen. Niet alleen doordat ze dat werk van nabij kennen, maar ook doordat ze beter weten hoe ver ze kunnen gaan. Politici zijn vaak bang iets te onthullen en praten dan verkrampt over de diensten. Ik mag hopen dat politici hun ijdelheid in toom houden en de diensthoofden de ruimte blijven geven aan het publieke debat deel te nemen.”

Geeft de politiek die ruimte nog, nu gebleken is dat de diensten zich bij uitwisseling van gegevens met het buitenland niet aan alle regels hebben gehouden?

„Dat kan best. De kritiek daarop laat nog eens zien dat we in Nederland een streng regime van toezicht hebben. De politiek moet deze kritiek betrekken bij haar reactie op de uitslag van het referendum. De toezichthouder biedt de kans om de wet precies op dit punt aan te scherpen.”

Wat bedoelt u met uw verwijt over een ‘bitse toon’ van politici?

„In het debat bij Nieuwsuur maakten Buma en Rutte politieke tegenstanders het verwijt dat ze zaken onjuist voorstelden en onwaarheden verspreidden. Bovendien had Buma bij voorbaat gezegd zich niks van de uitslag van het referendum te zullen aantrekken. Rutte vergeleek het debat neerbuigend met ‘andere leuke dingen als kantklossen’.”

De tegenstanders maakten zich toch ook schuldig aan onjuiste voorstellingen?

„O, zeker. Ze zetten ongericht aftappen van internetdata neer als ‘sleepnet’. Maar ja, framen doen alle politici. Het was vreemd dat als verwijt uit de mond van politici te horen. Bovendien gaven critici van de wet vrij precies aan wat ze in de wet verbeterd wilden hebben. Daarmee kun je het oneens zijn, maar dat is geen reden voor zo’n felle toon. Laat de inhoud vooropstaan.”

Wat zal hierover het gevoel zijn bij de diensten?

„Bij de inlichtingendiensten bestaat sterke behoefte aan brede steun in politiek en samenleving, en juist niet aan een scherpe toon over en weer. Dat heeft te maken met een besef dat de diensten dingen mogen die anderen niet mogen. En dat ze dingen doen, zoals tegenstanders manipuleren en verraad aanmoedigen, die meestal niet als publieke deugden worden aangemerkt. Juist daarom willen de diensten waarborgen in de vorm van uitgebreid toezicht en verantwoording.”