Onderwijs

Tweetalige scholen stellen strengere eisen dan universiteiten

Onderwijsblog Middelbare scholen hebben meer ervaring met tweetaligheid dan universiteiten en hogescholen, te beginnen met een goed niveau van het Engels aldus Stephan Meershoek en Meine Stoker.

ANP Marcel van Hoorn

Dinsdag bespreekt de Tweede Kamer het gebruik van Engels in het hoger onderwijs, sinds afgelopen zomer een hoogoplopend thema. De vereniging Beter Onderwijs Nederland kondigde zelfs aan een rechtszaak te beginnen tegen twee of drie universitaire opleidingen waar in het Engels wordt gedoceerd.

Aanleiding is een rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) over het taalbeleid in het hoger onderwijs. Tegenstanders vrezen de teloorgang van het Nederlands en wijzen op gevolgen voor de onderwijskwaliteit. Engels zou alleen maar een bekostigingsstrategie zijn om internationale studenten te trekken. Geen sprake van, aldus voorstanders die op de meerwaarde van internationalisering wijzen. De onderwijskwaliteit neemt juist toe als Nederland goede buitenlandse studenten en docenten aantrekt, stellen zij.

Zo geeft iedereen een eigen invulling aan de bevindingen van het KNAW-onderzoek. Dat terwijl het rapport zelf genuanceerd is: de keuze voor een onderwijstaal moet worden ingebed in ondersteunend beleid. Eisen aan de algemene taalvaardigheid van docenten en studenten zijn belangrijk. Maar specifieke taalvaardigheid in het eigen vakgebied is dat ook. De KNAW onderstreept daarnaast terecht het belang van de didactiek van het geven van onderwijs in een vreemde taal. Niet alleen taalbeheersing door docenten, ook de kunst van het lesgeven in een vreemde taal aan een diverse groep leerlingen is bepalend voor de onderwijskwaliteit. Daarmee wijst het rapport in feite naar het voorbeeld van het tweetalig onderwijs.

Het hoger onderwijs kan inderdaad zijn voordeel doen met de schat aan ervaring die de afgelopen 30 jaar in het tweetalig voortgezet onderwijs is opgedaan. Een duidelijk taalbeleid, didactisch concept en kwaliteitszorgsysteem garanderen een hoog taalvaardigheidsniveau bij docenten en leerlingen. Daardoor kent het tweetalig onderwijs nauwelijks klachten over ‘steenkolenengels’. Bovendien zijn de examenresultaten van tweetalig opgeleide leerlingen even goed of zelfs beter dan die van reguliere leerlingen. Tweetaligheid gaat dus zeker niet ten koste van de inhoud.

Goed niveau Engels

Het hoger onderwijs kan op terreinen leren van deze ervaring in het voortgezet onderwijs: taalvaardigheid; didactiek; en kwaliteitsborging. Een absolute eerste voorwaarde is dat docenten aantoonbaar beschikken over een goed niveau Engels. Dat vraagt zowel een investering in als toewijding van de docent. Voor het tweetalig onderwijs haalt een overgrote meerderheid van de docenten daartoe certificaten van Cambridge University.

In de tweede plaats is ook de didactiek van het lesgeven in een vreemde taal cruciaal. Leerlingen die les krijgen in een vreemde taal, zijn tegelijk bezig met het leren van zowel taal als inhoud. Dat betekent dat de docent een extra verantwoordelijkheid krijgt: het taalniveau moet aansluiten bij de vakinhoud en bij het taalniveau van de leerling. Leerlingen gebruiken de taal veel in de les. Dus behalve lezen en luisteren, ook veel spreken en schrijven. De docent geeft ook feedback op de taal die de leerlingen produceren en signaleert knelpunten in de Engelse taalvaardigheid. Hij let hierbij extra op leerlingen die vanwege bijvoorbeeld een anderstalige achtergrond of dyslexie speciale aandacht behoeven.

Tenslotte is kwaliteitsborging een cruciale voorwaarde. De 130 scholen voor tweetalig onderwijs in Nederland zijn lid van een netwerk, en houden zich aan een landelijke kwaliteitstandaard. Daarin zijn gezamenlijke afspraken vastgelegd op het gebied van leerresultaten, taalvaardigheid, didactiek, maar ook het werken aan wereldburgerschap. De scholen krijgen na periodieke visitatiebezoeken een certificaat, dat laat zien dat ze aan de eisen voldoen.

Doordat tweetalige docenten zich bewust zijn van hun dubbele taak en daar didactisch invulling aan geven, worden tto-leerlingen interdisciplinaire taalgebruikers. Ze leren zich op hoog niveau in specifieke vakgebieden te redden. De vakinhoud beheersen ze tenminste op gelijkwaardig niveau als andere leerlingen.

Als studenten het in het HO zonder taalondersteuning moeten doen, worden taal en inhoud uit elkaar gehaald en blijven er kansen liggen. Het voortgezet onderwijs has been there, done that. Daar kan het hoger onderwijs van leren.

Meine Stoker, voorzitter landelijk netwerk tweetalig onderwijs; voorzitter college van bestuur Stichting Primair en Voortgezet Onderwijs Zuid-Nederland.
Stephan Meershoek, Manager Primair en Voortgezet onderwijs, Nuffic

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.