Hoe tuinieren van bittere noodzaak een leuke hobby werd

Fotoboek The Photographer in the Garden is een prachtige ode aan de tuin als voedsel- en plezierverschaffer.

Sheron Rupp, Trudy in Annie’s Sunflower Maze, Amherst, MA, 2000 Foto Sheron Rupp

De tuin is er voor onze geestelijke ontspanning – en ¬¬fysiek gezond, met al dat onkruid wieden, grasmaaien en het snoeien van bomen. De Britse dichter Rudyard Kipling bezong het opbeurende en heilzame effect van tuinieren al in 1911, in The Glory of the Garden, waarin hij de loftrompet steekt over de tuinmannen en -vrouwen die „zelfs op wankele benen of met een houten kop” hun noeste tuinarbeid verrichten. Zij zijn „de betere mensen”, zo beschrijft Kipling de tuiniers, vanwege hun verbondenheid met de aarde en de geduldige zorg die ze dragen voor de dingen die daaruit voortkomen.

Kiplings gedicht is opgenomen in The Photographer in the Garden, een lijvig fotoboek dat begin april verschijnt bij Aperture, met werk van beroemde fotografen die de rijke geschiedenis van de tuin in beeld hebben gebracht. Kunstenaars als Eugène Atget, Edward Steichen, Joel Meyerowitz en Stephen Shore vonden hun onderwerpen in siertuinen, bossen, parken en koninklijke lusthoven of in de eenvoudige moestuinen en uitbundige bloesems in hun eigen achtertuin. Het boek is daarmee niet alleen een prachtige verzameling tuin- en natuurfoto’s, maar schetst ook de ontwikkeling en de betekenis van tuinen – groot en klein, publiek en openbaar – in de afgelopen eeuwen.

Fascinerend is onder andere het deel over de zogeheten Victory Gardens, die rond en in de twee wereldoorlogen in landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada door de overheid werden gepromoot om de voedselvoorziening op peil te houden. In particuliere achter- en voortuintjes, op vergeten stukjes land, in parken en langs sporen werd druk gezaaid en geoogst. In 1943 telden de VS zo’n 20 miljoen van dit soort moestuintjes, verantwoordelijk voor 40 procent van de groenten- en fruitproductie – zelfs Eleanor Roosevelt plantte wortels en boerenkool in de tuin van het Witte Huis. Behalve het broodnodige voedsel boden de oorlogstuinen bovendien een morele boost: achterblijvers hadden het gevoel iets bij te dragen, thuiskomers konden ontspannen met het heilzame en rustgevende tuinwerk.

Uit allerlei culturen

In The Photographer in the Garden zien we de instructiefoto’s die in die tijd als promotiemateriaal zijn gemaakt: hoe koop je de beste zaden? Waar moet je op letten bij het kopen van tuingereedschap ? Maar we zien ook Andrew Buurmans serie over de Britse volkstuinen die zijn voortgekomen uit deze Victory Gardens. In Allotments (2004) legt Buurman de volkstuintjes van Birmingham vast, die nu worden bevolkt door mensen uit allerlei culturen. Voor hen is de volkstuin niet alleen een plek waar ze zich kunnen buigen over hun sieruien en troschrysanten, maar waar ze ook een deel van hun sociale leven doorbrengen, met wekelijks theedansen, bingo-avonden en een jaarlijkse show met bloemen en groenten. Het boek laat zo zien hoe tuinen van bittere noodzaak een vorm van vrijetijdsbesteding zijn geworden en besteedt ook nog aandacht aan bloemen, tuindesign, vormen in de natuur en de seizoenen.

Jamie M. Allen and Sarah Anne McNear The Photographer in the Garden. Uitgegeven door Aperture / George Eastman Museum, 256 blz, 33,99 euro.