Fijnstof kan brein van het ongeboren kind schaden

Luchtvervuiling

Volgens een onderzoek bij Rotterdamse kinderen verandert luchtvervuiling de hersenen van een foetus.

Foetus omklemt navelstreng. Getty Images

Als een vrouw tijdens de zwangerschap veel fijnstof inademt, kan dat haar ongeboren kind schaden. Het fijnstof lijkt de ontwikkeling van bepaalde hersengebieden te storen, schrijven Nederlandse en Spaanse wetenschappers in het vakblad Biological Psychiatry.

Volgens een MRI-scan verandert fijnstofbelasting vooral die hersengebieden die belangrijk zijn voor zelfbeheersing en selectieve aandacht. De grijze stof (die de cellichamen van de zenuwcellen bevat) wordt in deze gebieden dunner. De kinderen kunnen in hun schooljaren verleidingen moeilijker weerstaan, handelen impulsiever en kunnen zich minder goed concentreren. Fijnstof bestaat uit zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer (een micrometer is een duizendste millimeter). Het ontstaat door het verkeer en de industrie, en ook in open haarden en houtkachels.

„Tijdens de zwangerschap zijn de ontgiftingsmechanismen in de foetus nog onvolgroeid en de moederkoek beschermt hem maar ten dele tegen toxische stoffen uit het milieu,” schrijven de wetenschappers van Erasmus MC in Rotterdam en Barcelona Instituut voor Wereldwijde Gezondheid. Mònica Guxens, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan het institut in Barcelona, legt via e-mail uit: „Luchtvervuilende deeltjes kunnen de functie van de placenta negatief beïnvloeden zodat het transport van zuurstof en voedingsstoffen afneemt.”

De onderzoekers gebruikten data van de zogenoemde Generation R-studie. Die volgt meer dan 8.800 kinderen die tussen 2002 en 2006 in Rotterdam zijn geboren. Van hen hebben 800 kinderen op de leeftijd van 6 tot 10 jaar een MRI-scan van hun hersenen ondergaan, en een neuropsychologische test die aandacht, geheugen en taalvaardigheid mat.

Met wiskundige modellen berekenden de wetenschappers aan hoeveel luchtvervuiling de moeder tijdens de zwangerschap was blootgesteld. Ze baseerden hun schatting op de verkeersintensiteit en de bevolkingsdichtheid op de plek waar de moeder woonde.

Die analyse laat zien dat kinderen van wie de moeder in een luchtvervuild stadsdeel woonde meer problemen hebben met zelfbeheersing en aandacht. Tegelijkertijd is de grijze stof in meerdere hersengebieden dunner, vooral in de voorwig (praecuneus). Gevaarlijk zijn vooral zwevende deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer: Voor elke 5 microgram per m3 toename in de fijnstofbelasting wordt de voorwig 0,045 millimeter dunner.