Opinie

De zwakke sterke president

Rusland-Westen Poetin lijkt zelfverzekerd in zijn reactie op de westerse sancties, maar er zijn tekenen dat hij bezorgd is, noteert .
De dodelijke brand in het winkel- en bioscoopcomplex in Kemerovo. De Russische staat wordt in het buitenland gevreesd maar kan eigen burgers geen veiligheid bieden. Foto Alexander Patrin/EPA

Ook Rusland worstelt sinds de zenuwgasaanval in Salisbury met wat je de ‘paradox van Poetin’ kunt noemen. Enerzijds wordt de kernmacht in het buitenland weer gevreesd, zozeer dat er een nieuwe Koude Oorlog ontstaat. Maar in eigen huis slaagt de Russische staat, vanuit het Kremlin topdown aangelijnd door de president, er niet in om zijn eigen burgers te beschermen tegen dood en verderf. Deze week werd dat zichtbaar in de Siberische stad Kemerovo, waar in een bioscoop zondag 41 kinderen en 23 volwassenen bij een brand om het leven kwamen.

Op dinsdag reisde president Poetin naar Kemerovo. In het gouvernementsgebouw las hij lokale bestuurders de les. Onderdanig vroegen zij de leider van het land om vergiffenis, wetend dat hun dagen als zetbaas zijn geteld. Buiten op straat dromden tienduizenden inwoners van Kemerovo samen. Boos op de plaatselijke bestuurder die een wanhopige vader had afgeblaft en de rouwende burgers „relschoppers” had genoemd. Boos ook om de corrupte machinaties, die er toe geleid moeten hebben dat het complex niet brandveilig genoeg was.

Moederziel alleen

Poetin zocht deze gewone burgers echter niet op, niet om hen te troosten noch om te luisteren. Moederziel alleen legde hij bloemen bij de plaats des onheils. Dat was bewust, legde Kremlinwoordvoerder Dmitri Peskov later uit. Praten met de massa past niet bij zijn stijl. „Er stond een meute van duizenden mensen, die leuzen scandeerden. Poetin is een zeer concrete, pragmatische president. Hij doet geen loze beloften en is verre van een populist.”

In Rusland is de president niet aansprakelijk voor het falen van het staatsapparaat, maar is de staat de president verantwoording verschuldigd. Dat is een klassiek Russische leerstuk.

Maar terwijl de president met dat ene boeket medeleven toonde, was hij tegelijkertijd in het Westen ook een stuk eenzamer geworden, toen de meeste NAVO- en EU-landen zich achter premier May bleken te scharen en Russische diplomaten uitwezen.

Dat was een verrassing, ook omdat het tot nu toe openbaar gemaakte bewijs over de betrokkenheid van Rusland pover is. Oekraïne kon niet op zoveel steun rekenen na de annexatie van de Krim. Ook de MH17-ramp leidde niet tot zulke heftige sancties, terwijl de aanwijzingen van Russische betrokkenheid wel overweldigend waren.

Hysterie en provocatie

May’s aanpak was riskant. Door vooruit te lopen op het onderzoek van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) gaf ze Moskou argumenten om de Britse beschuldigingen als „hysterie” af te doen. Of suggereren dat het zenuwgas uit een Brits laboratorium vlakbij Salisbury kwam, een „provocatie” dus om Rusland in kwaad daglicht te stellen.

Een dag eerder had oud-minister Igor Ivanov van Buitenlandse Zaken nog maar eens uitgelegd waar die ‘russofobie’ vandaar komt. In The Moscow Times schreef hij: „De westerse maatschappijen zijn verdeeld en gepolariseerd, de Russische samenleving is geconsolideerd en verenigd. Westerse leiders kunnen zich niet de luxe van politieke lange termijnplanning veroorloven, Rusland wel.”

Maar een paar dagen later bleek dat er toch iets minder reden was voor zulk zelfvertrouwen. Het aantal landen dat zich tegen Moskou keerde, groeide. Zelfs Moldavië, met zijn pro-Russische president, voegde zich bij de georkestreerde Britse actie. Oostenrijk – meegeregeerd door de FPÖ, een zusterpartij van Poetins Verenigd Rusland – bleef afzijdig.

Natuurlijk leidt dat niet tot een andere koers. Rusland zal met gelijke munt terug betalen. Maar intussen hoort Moskou ook verontrustender signalen, waarop het niet kan antwoorden met de sluiting van een westers cultureel centrum meer of minder. In Westminster klinken stemmen om de beurs te sluiten voor de handel in Russische euro-obligaties. Dat is andere koek en zo wordt dat ook in het Kremlin gezien.

Irak-scenario

Ook de Moskouse beleidselite heeft even geen kraakheldere tekst. Fjodor Loekjanov, hoofdredacteur van een Russisch vakblad voor buitenlandse betrekkingen, schreef deze week dat zich „bewust of spontaan een scenario kan ontrollen zoals tegen Saddam Hoessein” in 2003. Dat was een verwijzing naar de achteraf onjuiste informatie van Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten over Iraakse massavernietigingswapens in aanloop naar de inval in Irak. „Het principiële verschil is wel dat Rusland een nucleaire grootmacht is”, aldus Loekjanov. Bovendien is de wereld niet langer bi-polair, zoals in de Koude Oorlog. „Titanen als China en India kijken toe.”

Azië is inderdaad belangrijk voor Rusland, maar Moskou kan daar niet het hoogste woord hebben. China is de eerste handelspartner van Rusland (groter dan Duitsland en Nederland), maar Rusland importeert meer uit China dan andersom. Het is de vraag of dat verandert als de gaspijpleidingen naar China over een paar jaar klaar zijn. En de Chinese ‘nieuwe zijderoute’ loopt vrijwel niet via Russisch grondgebied.

Maar er is nog een factor waarmee Poetin rekening moet houden. Een meerderheid van de Russen gelooft weliswaar niet dat het Kremlin de hand heeft in ‘Salisbury’, maar is evenmin bereid zich af te keren van Europa. Volgens een recente peiling van onderzoeksbureau Levada beschouwt slechts 14 procent van de Russen de EU als „vijand”. Amerika is volgens 68 procent de kwade pier. Bijna de helft ziet Rusland immers ook als Europees land. Niet toevallig is de emigratie van hoogopgeleide Russen naar het buitenland recent meer dan verdubbeld.

Ziehier de Poetin-paradox in optima forma: de steun voor de president en diens weerzin tegen het Westen zijn onbetwist in eigen land. Maar zonder datzelfde vermaledijde Westen redt Rusland het niet.