Opinie

    • Auke Kok

De rechter: lichtpuntje in de zaak-Holleeder

Van de man die Het Proces van het Jaar tot een goed einde moet brengen, weet u vrijwel niets af. Daarom zal ik u helpen. Ik heb hem enkele dagen geobserveerd in De Bunker in Amsterdam Osdorp. Hij heet Frank Wieland en vanaf het moment dat hij op 5 februari een begin maakte met de zaak-Holleeder gingen de blikken zijn kant op. De officieren van justitie, de advocaten, de verdachte en zeker wij gewone stervelingen op de publieke tribune zochten naar sporen van vooringenomenheid, van subjectiviteit op basis waarvan de eerste voorspelling kon worden gedaan. Een verspreking, een kuchje, een handgebaartje, alles konden wij zien als eerste opmaat naar het oordeel.

Niets werd waargenomen. Rechtbankvoorzitter Frank Wieland was – lijkt nog steeds – kreukloos. Maar niet kleurloos. Vraagt Wieland in deze liquidatiezaak aan Willem Holleeder inzake een overleden betrokkene: „Die is toch geliquideerd?”

„Nee”, zegt Holleeder, „die is aan een ziekte gestorven.”

„O, dat is dan weer een lichtpuntje.” Zo’n type.

Onder journalisten gaat het verhaal dat Wieland op deze megaklus is gezet omdat hij met zijn 68 jaar niets meer te vrezen heeft. Zijn loopbaan zit er praktisch op. Een onwelgevallige uitspraak zal hem niet deren. Daarnaast wordt Wieland met zijn onthechte houding in staat geacht om Holleeder desnoods vrij te spreken – ja, stel je voor – als daar goede redenen voor zijn. Hij lijkt niet vatbaar voor maatschappelijke druk.

Dagenlang leunt Wieland achterover in zijn toga en werpt dan af en toe een droge terzijde de rechtszaal in. Bijvoorbeeld als getuige Astrid Holleeder tijdens een bekvecht-onderonsje met advocaat Sander Janssen ontkent een relatie te hebben gehad met de crimineel Johan V. Op de bewering dat zij kortgerokt in diens auto heeft gezeten, zegt Astrid (zelf voorheen advocaat): „Korte rok? Dat wil ik niemand aandoen. Als u mijn benen zag dan begreep u dat ik nooit korte rokken draag. Ik heb geen vrouwenbenen. Eerder benen van een…”

Wieland: „…advocaat”.

Misschien leuk te weten dat Wieland zich dertig jaar geleden subiet meldde toen het fenomeen persrechter ontstond. Contact houden met de media, dat leek hem wel wat. Zijn afstudeerscriptie ging over rechtbankverslaggevers. De vroegere advocaat Wieland houdt van openheid, van begrijpelijke taal. Destijds in Groningen en nu in Amsterdam. Zelfs verdachten die door zijn toedoen werden opgesloten noemden hem tof. Dat krijg je als je zo’n verdachte bijvalt. Als je na de opmerking „alle politieagenten zijn klootzakken!” zegt: „Dat denk ik ook wel eens.”

Reeksen van wapen- en drugshandelaren kreeg Wieland voorgeleid, hij liet Badr Hari opsluiten en toch, ondanks al die ellende: steeds die kalme dictie. Voor iedereen dezelfde toon. Onaanraakbaar voor gedoe, voor geschreeuw en tranen, voor de ruim duizend zwaarmoedige Holleeder-ordners. Zegt hij na een lang verhaal van Astrid over hoe Holleeder de media zou bespelen: „Er loopt een lieveheersbeestje hier over tafel. Dat is een goed teken.”

Als je het mij vraagt is Wieland hier zelf het goede teken.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok