Chinees ‘hemelpaleis’ grotendeels vergaan in dampkring

Eerder was al duidelijk dat brokstukken van het eerste Chinese ruimtestation op de breedtes tussen de Pyreneeën en Tasmanië zouden neerregenen.

Radarbeeld van het neervallende ruimtestation Tiangong-1. Beeld Fraunhofer Institute FHR/AP

Het ruimtestation Tiangong-1 is in de nacht van zondag op maandag grotendeels vergaan in de dampkring boven de zuidelijke Stille Oceaan. Dat heeft de Chinese ruimteautoriteit bekendgemaakt, zonder verder te zeggen waar de overgebleven brokstukken terecht zijn gekomen. Na twee jaar gestaag afdalen stortte het Chinese ruimtelaboratorium, gelanceerd aan boord van een Lange Mars-raket op 29 september 2011, rond 02.15 uur (Nederlandse tijd) de atmosfeer in, om onder intense wrijvingshitte grotendeels te verbranden.

Volgens de Amerikaanse luchtmacht eindigden de resten van het ruimtestation zo’n honderd kilometer ten noordwesten van Polynesische eiland Tahiti in het water. Uiteindelijk zijn geen mensen of gebouwen geraakt. Eerder leek het er nog op dat het ruimtestation voor de kust van Brazilië boven de Atlantische Oceaan naar beneden zou komen, in de buurt van de steden São Paulo en Rio de Janeiro. Het was al langer zeker dat de Tiangong-1 ergens tussen 43 graden noorderbreedte (ter hoogte van de Pyreneeën) en zuiderbreedte (Tasmanië) de atmosfeer zou betreden.

Tiangong-1, ‘Hemels Paleis’ was het eerste Chinese ruimtestation. In juni 2012 kwam de eerste van drie ploegen Chinese astronauten er een aantal dagen te bivakkeren, de laatste ploeg vertrok in 2013. Inmiddels is Tiangong-2 in september 2016 gelanceerd, met een vergelijkbaar gewicht van 9,5 ton.

Proeftuin voor de Chinezen

De Chinese ruimtevaarttechnologie is gebaseerd op de Russische, met name de Sojoez-modules. Over onderzoek en ervaringen aan boord van de ruimtestations heeft China weinig naar buiten gebracht. De twee Tiangong-stations dienen vooral als proeftuin voor een groot, modulair ruimtestation van 80 tot 100 ton dat China vanaf 2019 wil gaan opbouwen in een baan om de aarde.

CCTV-beeld van Tiangong-1 uit 2011, gefilmd vanuit het ruimtevoertuig Shenzhou-8.

Beeld AP

Hoewel satellietbanen zelf zich met de regelmaat van een klok afspelen, is de reentry van een ruimteschip als Tiangong erg lastig te voorspellen. Het gevaarte scheert met zo’n 25 duizend kilometer per uur langs de hemel, en doet dat op zo’n 200 kilometer hoogte, een hoogte waar de atmosfeer minder ijl begint te worden en het ruimteschip afremt.

Maar hoe dicht de lucht daar precies is, hangt van de zonnewind af: bij een opflakkerende deeltjesstroom van de zon, zwelt de atmosfeer ook en valt Tiangong-1 sneller. Ook hangt de precieze luchtweerstand nog eens af van de grillige vormen van het tuimelende ruimteschip zelf, wat reentry nog onvoorspelbaarder maakt.

Een neerstortend ruimtestation is inmiddels een zeldzaamheid, en Tiangong-1 was met zijn 8,5 nog een kleintje. De vorige was het Russische ruimtestation Mir, 130 ton, dat in 2001 gecontroleerd boven de Stille Zuidzee gedumpt werd, tot intense spijt van veel Russen.

Een regen van ruimtestations

In de jaren zeventig en tachtig regende het ruimtestations, vooral de Russische Almaz- en Saljoet-modules, maar ook in 1979 het Amerikaanse SkyLab. Dat was een omgebouwde trap van de Saturn V-maanraket, waarin Amerikaanse astronautenproeven deden.

Genant detail was dat de in aanbouw zijnde Space Shuttle door vertragingen niet op tijd bedrijfsklaar was om SkyLab een zetje naar boven te geven, zodat de afdaling uiteindelijk ongecontroleerd verliep.

Dat leidde tot lichte paniek op de grond en een ware jacht op de brokstukken, die inderdaad teruggevonden werden bij Perth, Australië.

Ook de afdaling van de Tiangong-1 was ongecontroleerd. In september 2016 was de Chinese mission control de controle over het ruimteschip verloren, een flinke schoonheidsfout.

Update (2 april 2018): Dit is een geupdatete versie van een eerder artikel, de Tiangong-1 is inmiddels grotendeels vergaan in de atmosfeer.

    • Bruno van Wayenburg