Opinie

Bouwen in het groen? Een schijndiscussie

Opinie

Bouwen in nu nog open gebieden ten noorden van Amsterdam is noodzakelijk om aan de enorme vraag naar woningen te kunnen voldoen, vindt prof. ir. Tjeerd Dijkstra. Trek dan wel meteen ook de Noord/Zuidlijn door.

Potentiële woningbouwlocaties binnen en buiten de gemeentegrenzen

Dat Nederland, en in het bijzonder de metropoolregio Amsterdam, behoefte heeft aan politieke daadkracht bij het oplossen van de al maar nijpender wordende woonomstandigheden van grote groepen starters en minder bemiddelde middenstanders wordt langzamerhand door geen zinnig mens meer ontkend. Kort na haar aantreden opperde de kersverse minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren dat het opheffen van beperkingen op bouwen in het groen, buiten „bestaand bebouwd gebied”, wellicht een oplossing zou zijn. Binnen de kortste keren werd zij van repliek gediend door haar partijgenote, de Noord-Hollandse gedeputeerde Joke Geldhof, die nog maar eens benadrukte dat er locaties genoeg zijn om tot 2040 te voorzien in de ruim 250.000 nieuwe woningen waaraan in de Amsterdamse regio behoefte is tot 2040, het jaar dat een kentering wordt verwacht in de groei van de woningbehoefte.

Recent nog kreeg deze gedeputeerde bijval van GroenLinks, inmiddels de grootste partij in Amsterdam, die laat weten al evenzeer tegenstander te zijn van „bouwen in het groen”. Is er dan niets aan de hand? Zien wie hun huur in Amsterdam niet meer kunnen betalen en ook in de naaste omgeving geen betaalbaar huis meer kunnen vinden dan spoken?

Stad zo groot als Den Haag

Laten wij vooropstellen dat Nederland en in het bijzonder Amsterdam in Europa en zelfs op wereldniveau ondanks de hoge graad van verstedelijking nog steeds een uitzonderlijk aantrekkelijk woonmilieu te bieden heeft. Wij hebben dat deels te danken aan de drassige delta waar je niet zomaar overal kan bouwen. Dat had geconcentreerde stedelijke kernen in redelijk gaaf open land als gevolg. Maar zeker ook aan een traditie van stedenbouwkundig beleid dat evenwicht tussen stad en land ook bij latere ontwikkelingen in stand gehouden heeft. Buiten kijf staat dat die traditie moet worden doorgezet door het bestaande bebouwde gebied optimaal te benutten en de groene inbedding van de stedelijke milieus te koesteren. Daarvoor is gericht overheidsbeleid nodig en het is van belang dat D66 en GroenLinks zich daarvoor sterk maken.

Tegelijkertijd mag duidelijk zijn dat een bouwopgave van 250.000 woningen, een stad ter grootte van Den Haag, niet zomaar binnen de grenzen van „bestaand bebouwd gebied” – dus zonder te bouwen in het groene buitengebied – op te lossen is. Amsterdam is goed op stoom met plannen voor 50.000 woningen tot 2025 en daarnaast nog eens tienduizenden woningen in wat Havenstad genoemd wordt, alles binnen zijn stadsgrenzen. Ook Zaanstad, Purmerend en andere buurgemeenten doen hun best om in onbruik geraakte industrietereinen en andere lege plekken binnen hun stadsgrenzen te transformeren in woongebieden. Dat alles is te zien op bovenstaande kaart, waarop door de provincie Noord-Holland de potentiële woningbouwlocaties voor de komende decennia zijn aangegeven (oranje). Op die kaart is echter ook te zien dat met de binnenstedelijke locaties slechts een deel van het probleem wordt opgelost en dat veel van de locaties, zoals Nieuw-Vennep, Almere Pampus en Almere Hout, zich bevinden in het thans nog groene buitengebied van de Haarlemmermeer en Flevoland, zonder dat iemand daar een probleem van gemaakt heeft.

Op zich is het begrijpelijk dat bewoners van Amsterdam en omliggende gemeenten zich zorgen maken over een mogelijke aantasting van de groene buitengebieden, die een belangrijke recreatieve functie vervullen en de stad of het dorp waarin zij wonen leefbaar houden. De verrommeling zoals die in het zuidelijk deel van de randstad door gebrek aan ruimtelijke sturing in het verleden heeft plaatsgevonden moet zeker vermeden worden. Maar woningzoekenden naar de groene weiden van Flevoland verbannen zonder eerst goed te onderzoeken of er geen woningbouwlocaties dichter bij hun huidige woonomgeving gevonden kunnen worden, en dat onder het motto dat bouwen in het groen vermeden moet worden, is niet verdedigbaar. Het is zoals de Amerikanen dat noemen ‘NIMBY’-gedrag (Not In My Backyard) en wijst op een gebrek aan maatschappelijke verantwoordelijkheid dat de actievoerders niet siert.

Noord/Zuidlijn doortrekken

Dat onderzoek naar de mogelijkheden die de omgeving van Amsterdam nog biedt de moeite waard is en niet hoeft te leiden tot aantasting van landschappelijke en natuurwaarden wordt meteen al duidelijk op de interactieve kaart (www.noord-holland.nl, zoekwoord Woningbouwlocaties) waarop de provincie Noord-Holland behalve potentiële woonlocaties ook „invloedsgebieden” heeft aangegeven, zoals Schiphol-geluidscontouren, Natura 2000-gebied, de ecologische hoofdstructuur, vogelweidegebieden en UNESCO-gebieden. Gebieden dus waarin bij voorkeur niet gebouwd moet worden. Uit die kaart blijkt dat zowel in de Purmer als in de Wormer zones liggen van enkele honderden hectaren die buiten al deze beschermingsregimes vallen, terwijl ditzelfde ook geldt voor een gebied direct buiten de A10, grenzend aan Landsmeer. Nadere studie zou moeten uitwijzen wat in deze gebieden de mogelijkheden zijn, onder meer door ze onderling en met Amsterdam te verbinden met een noordelijke tak van de Noord/Zuidlijn (essentieel!). Voor de Purmer is dat onderzoek al gedaan in de studie Purmer-Meer. Daarbij is gebleken dat er ruimte is voor een uitbreiding van Purmerend met ten minste 20.000 woningen, gescheiden van Edam-Volendam en Monnickendam door een recreatief meer dat tevens dienst doet als waterberging.

Bouwen in het groen is onvermijdelijk en al lang door de betrokkenen voorzien om te kunnen voldoen aan de woningvraag in de metropoolregio Amsterdam in de komende decennia. De vraag is niet of, maar wáár dat gaat gebeuren. Het is de hoogste tijd daar een goed onderbouwde beslissing over te nemen.

voormalig rijksbouwmeester