Recensie

Bhagwans wilde wereld in de woestijn van Oregon

Wat begint als utopie in de woestijn, eindigt met een grote biologische aanval. De waanzinnige Netflix-docu Wild Wild Country reconstrueert de opkomst en ondergang van de Bhagwan-commune in Oregon.

Sree Bhagwan Rajneesh (rechts) met zijn assistent Ma Anand Sheela Foto Netflix

Ineens waren ze daar. Vreemdelingen in rode gewaden, met mala-kettinkjes en een gelukzalige uitdrukking op hun gezicht. Dat hadden ze in 1981 nog nooit gezien in Antelope, een gehucht in de Amerikaanse staat Oregon van veertig pensionado’s die bij elkaar op de koffie kwamen en gezamenlijk Kerst vierden.

Die rooien, dat waren de nieuwe buren. Ze noemden zichzelf sannyasins, aanhangers van de Indiase goeroe Sree Bhagwan Rajneesh en ze hadden een opdracht. Bouw hier een commune voor 50.000 mensen.

Bhagwan was eind jaren zeventig het antwoord voor een zoekende generatie van ná de mislukte flower power uit de jaren zestig. De goeroe predikte een leer vol zelfverlichting, meditatie en vrije seks. En belangrijk voor een naoorlogse generatie die met steeds meer welvaart en comfort opgroeide: dit was een goeroe die materiële zaken nu eens níet afwees. Zelf beschikte de man over een indrukwekkende collectie Rolls Royces.

Meedogenloos efficiënt

De Netflix-documentaireserie Wild Wild Country gaat niet zozeer over Bhagwan, die in 1990 overleed, maar meer om diens meedogenloos efficiënte secretaresse Ma Anand Sheela. Onder haar commando wordt in korte tijd de rotsachtige woestijn van de Big Muddy Ranch getransformeerd in een groene oase. De sannyasins bouwen er huizen, een energiecentrale, een bank, een vliegveld en een laboratorium. Een andere, betere wereld lijkt maakbaar.

Lijkt, want de commune krijgt al snel te maken met de buren. Het bestemmingsplan spreekt immers van landbouwgrond, géén stad voor 50.000 mensen. En er borrelt een klassieke cultuurbotsing. „Ze vallen ons gebied binnen”, stelt een inwoonster. „Niet met kogels, maar met geld en immorele seks.” De sannyasins vertegenwoordigen een vrijgevochten generatie die zelfverheffing zoekt, terwijl de locals sobere, eenvoudige Amerikanen zijn van het type ‘God and guns’. Immorele seks moeten ze niet. Het lijkt ergens wel een opmaat voor de cultuuroorlog die de VS nu teistert.

Biologische aanval

De documentaire is een duizelingwekkende opsomming van schandalen en complotten rondom de commune. Zo nemen de sannyasins Antelope over door iets typisch Amerikaans te doen: ze kopen het stadje grotendeels op. Bij regionale verkiezingen proberen aanhangers stembusfraude te plegen door honderden daklozen in te vliegen. Als dat mislukt worden later 750 mensen besmet met salmonella om de opkomst te beïnvloeden. Het blijkt de grootste biologische aanval op Amerikaanse grondgebied ooit.

In 1985 ontvlucht Sheela de commune, omdat ze Bhagwan als een Raspoetin zou hebben gemanipuleerd en het brein was van de nodige complotten. De goeroe neemt kort de leiding over, maar als hij datzelfde jaar de VS wordt uitgezet, implodeert Rajneeshpuram.

Doordat de media toentertijd gretig op alle incidenten doken, is van werkelijk iedere gebeurtenis wel archiefmateriaal. Het levert een rijke collectie op van sfeervolle, fletse VHS-beelden van dansende sannyasins tussen de rotsen, en mopperende cowboyhoeden in Antelope.

Die wilde beelden contrasteren fraai met de interviews met de meeste hoofdrolspelers anno nu, in een kalme, bijna kille setting. Ja, óók Sheela komt aan het woord, die aan intensiteit overigens niks heeft ingeboet. Opvallend is dat dertig jaar later zij nog altijd geloven dat Rajneeshpuram had kunnen slagen. En de liefde voor de goeroe is er nog steeds, tot tranen aan toe.

Soms slaat Wild Wild Country de plank mis, zeker door de dreigende muziek. Als de sannyasins in slowmotion worden geïntroduceerd in het straatbeeld van Antelope, lijkt het alsof ze in de zombieserie The Walking Dead figureren. En jammer is ook dat alleen het perspectief van de leiding wordt gegeven, niet van wat een modale sannyasin meemaakte in die tijd.

Het zijn kleine kanttekeningen bij een verder waanzinnig verhaal over wat de menselijke geest met de nodige bluf kan, en de weerstand die het kan oproepen. „Ik weet niet of ik na de dood in de hemel of hel terechtkom”, blikt Sheela op het einde terug. „Waar ik ook naartoe ga, overal schep ik mijn eigen paradijs.”

In 1981 was dat gelukt. Even maar.