Zelfs solide DNB belegt nu riskanter

Jaarverslag Om de eigen winst op peil te houden stapt De Nederlandsche Bank in risicovol bedrijfskrediet.

DNB – alom bekend om zijn degelijkheid – is in twee beleggingsproducten gestapt die niet tot de meest veilige behoren. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Voor veel beleggers is het al een paar jaar de bepalende factor: de miljarden die de Europese Centrale Bank in de financiële markten pompt. Omdat de ECB de rente naar ultralage niveaus drukt, brengen staatsleningen amper iets op en wijkt de belegger uit naar beter renderende, maar riskantere producten, zoals aandelen en bedrijfsleningen.

Deze jacht op rendement kent nu een onwaarschijnlijke deelnemer: De Nederlandsche Bank (DNB). Dit blijkt uit het donderdag gepubliceerde jaarverslag.

DNB – alom bekend om zijn degelijkheid – is in twee beleggingsproducten gestapt die niet tot de meest veilige behoren. Het gaat om bedrijfsleningen met hoog risicoprofiel (high yield) en om bedrijfskrediet met een lager risico, belegd via exchange traded funds (etf’s). Dat zijn fondsen die indexen volgen en waarvoor toezichthouders soms waarschuwen: ze kunnen ondoorzichtig zijn.

DNB heeft een eigen beleggingsportefeuille (18,5 miljard euro in 2017) die bijdraagt aan de winst van de centrale bank. Die winst gaat naar de Nederlandse schatkist. Met de belegging in bedrijfsschuld wil DNB haar winst in tijden van zeer lage rentes op peil houden. In 2017 boekte DNB 121 miljoen euro winst, tegen 43 miljoen in 2016. Historisch gezien is dat allebei laag.

„Zoals elke belegger”, zei DNB-directielid Jan Sijbrand bij de presentatie van het jaarverslag, zoekt DNB naar „een zekere mate aan spreiding” tussen „laag risico en laag rendement” en „hoog risico en hoog rendement”. Voor een conservatieve centrale bank die liever belegt in de meest kredietwaardige staatsobligaties, is met name de instap in het high yield-segment opvallend. Daar gaan hoge rendementen (soms wel procentpunten meer dan staatsobligaties), hand in hand met een hogere kans op ongelukken. DNB koopt 500 miljoen euro in dit segment, via twee fondsen die nog in aanbouw zijn.

DNB belegt ook 500 miljoen in veiliger bedrijfsleningen (investment grade), via een etf. Zo’n etf moet het rendement van een specifieke index halen, in dit geval van bedrijfsobligaties. DNB zelf waarschuwde pensioenfondsen in 2013 voor de „specifieke risico’s” van etf’s. Soms bestaan bijvoorbeeld twijfels over de kwaliteit van het onderpand, schreef DNB. Overigens spelen die bezwaren bij niet elke etf.

Waarom opeens die riskantere beleggingen bij DNB? Door het monetair beleid van de ECB, waar DNB zelf deel van uitmaakt, is het aan het Amsterdamse Frederiksplein steeds lastiger om een positief resultaat te boeken. Daarom is de beleggingsportefeuille nu flink omgegooid.

Traditioneel belegt DNB vooral in zeer veilige staatsleningen, bijvoorbeeld van Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten, met een korte looptijd. Maar het rendement op Europese staatsleningen is nu belabberd. Omdat de ECB grootschalig staatsleningen opkoopt (om de inflatie aan te jagen) staan de rentes op die staatsleningen op extreem lage niveaus. Tot een looptijd van zo’n 5,5 jaar is de effectieve rente op Nederlands schuldpapier zelfs negatief.

„De aanhoudend lage obligatierentes hebben een sterk negatieve impact op de winstgevendheid van de obligaties”, staat in het jaarverslag. „Om negatieve rendementen te beperken” heeft DNB daarom de beleggingen in Europese staatsobligaties teruggebracht met 8,7 miljard euro.

Lees ook: Stapje van ECB richting normaler monetair beleid.

Koop en verkoop tegelijk

Die verkoop van staatsschuld is opmerkelijk, want tegelijkertijd kóópt DNB namens de ECB ook miljarden aan staatsleningen. Niet om te beleggen, maar voor monetaire doeleinden. Op de steeds verder uitdijende balans van DNB (310 miljard euro in 2017) staat nu op de monetaire post meer dan 109 miljard euro aan vooral Nederlandse staatsschuld.

De beleggingsportefeuille is in een jaar tijd met 10 miljard euro geslonken tot 18,5 miljard euro, hoofdzakelijk vanwege de verkoop van obligaties. Behalve obligaties zitten ook aandelen in de beleggingsmand, ter waarde van 1,5 miljard euro. Die aandelen, waar DNB al langer in belegt, zijn „op zich nog riskanter” dan bedrijfsleningen, zei Sijbrand.

Neem je bedrijfsleningen en aandelen samen, dan is het aandeel riskante beleggingen binnen de DNB-portefeuille gegroeid van krap 5 procent in 2016 naar 13,5 procent in 2017.

Hoe groot zijn de risico’s op de bedrijfsleningen waarin DNB nu belegt? Dat is lastig te zeggen, omdat onbekend is welke bedrijven in de fondsen zitten die DNB gebruikt. Maar dat de huidige markt voor bedrijfskrediet de nodige valkuilen kent, blijkt wel uit hetzelfde jaarverslag. Daarin staat dat het monetaire beleid een „verstorend” effect heeft: de rentes op bedrijfsobligaties staan op zeer lage niveaus, die voor het laatst zichtbaar waren vlak voor de kredietcrisis.

Dat risico op bedrijfsleningen is niet denkbeeldig, blijkt uit een klein verlies (4 miljoen euro) dat DNB volgens het jaarverslag lijdt op bedrijfsleningen die de ECB had aangekocht voor het monetaire beleid. De ECB moest die met verlies verkopen, een verlies dat wordt gedragen door de nationale centrale banken in de eurozone.

Hoogstwaarschijnlijk gaat het om leningen van het Zuid-Afrikaanse retailbedrijf Steinhoff, dat werd getroffen door een groot boekhoudschandaal.

De entree van DNB in de bedrijfsleningen betekent ook dat haar ethische beleggingsbeleid onder druk staat. Sijbrand zei dat het met name in de high yield-sfeer moeilijk is de zogeheten ESG-doelen (milieu, sociaal, bestuur) te halen. Het percentage obligaties met een sociaal of groen karakter is gedaald van 8 naar 5 procent. Voor een toezichthouder die zichzelf ziet als „katalysator voor verduurzaming in de financiële sector” ligt dat gevoelig.

    • Mark Beunderman