Voetballers zijn nu nergens veilig

Voetbal

Kicksen zijn inmiddels van plastic, maar voetballers kaarten nog steeds. Jeffrey Talan (46) en Michel Vlap (20) over vroeger en nu.

Jeffrey Talan (links) speelde in de jaren negentig voor sc Heerenveen, Michel Vlap maakte eind 2016 zijn debuut. Foto Bastiaan Heus

Toen Jeffrey Talan (46) namens ADO Den Haag in 1990 zijn debuut maakte in het betaalde voetbal, poetsten spelers nog hun eigen schoenen. Niet anders was het toen de rechtsbuiten vijf jaar later bij sc Heerenveen tekende. Wie per seizoen twee paar van de club kreeg, diende zuinig te zijn. „Eén paar met rubberen noppen, één met stalen pinnen”, herinnert Talan zich, tegenwoordig hoofd jeugdopleiding van Heerenveen. „Of je nou een smalle of brede voorvoet had, je had te voetballen op het model dat de club aan je gaf.”

De 26 jaar jongere Michel Vlap heeft zijn schoenen nog nooit gepoetst. Invetten? Raar idee. Moderne modellen zijn van plastic. De aanvaller, die in 2016 debuteerde bij Heerenveen, heeft pakweg twintig paar. Zijn sponsor stuurt hem steevast het nieuwste model op. „Een luxe.”

Niet alleen het materieel is veranderd, de voetbalwereld is geëvolueerd. Boslopen werden baltrainingen, uitsmijters bij de lunch maakten plaats voor pasta en wie niet op zijn gedrag let, gaat viral op sociale media. Veranderden de voetballers ook? En wat is er hetzelfde gebleven?

Het begin

Talan: „Als jonkie werd je in Den Haag niet meteen geaccepteerd. Bij mij viel het mee, maar ik zag hoe andere jongens werden getest. Moesten oudere spelers je niet, dan speelden ze de bal expres te hard naar je toe, zodat de bal van je voet stuitte en het leek alsof je niet kon voetballen.”

Vlap: „Ik denk dat jonge spelers tegenwoordig juist gestimuleerd worden. Reza Ghoochannejhad en Stijn Schaars, twee van de oudere spelers hier, waren daarmee bezig toen ik als A-junior mocht meedoen. ‘Wees aanwezig’, zeiden ze. ‘Goede actie’, ‘mooie goal’.”

Talan: „Dat heb ik nooit gehoord. Alleen van de trainer. Die zei altijd: je bent hier niet voor niks.”

Vlap: „Dat ik het eerste zou halen, is voor mij nooit vanzelfsprekend geweest. Ik heb er keihard voor gewerkt, ben nooit op handen gedragen. Rond mijn dertiende heb ik zelfs overwogen te stoppen toen voor mijn gevoel alles tegenzat. Blessures, een trainer die me aanpakte.” Zijn debuut tegen Ajax duurde drie minuten. „Maar het voelde als een kwartier. Zo gaaf.”

Talan: „Ik viel af in de jeugd bij Haarlem, maar wilde nog steeds prof worden. Ik had er veel voor over. Voetbalde op het veld, op straat, in de zaal. Ik hoopte met voetbal mijn geld te verdienen, maar rijk worden was nooit een doel. Mijn eerste contract bij ADO ging om 1.500 gulden. Van mijn eerste geld heb ik volgens mij een bloesje gekocht.”

Vlap wijst naar zijn horloge. „Ik was zo blij met mijn contract dat ik deze meteen heb gekocht. En een jas.”

Veel groente

Vlap: „Op de club wordt gehamerd op voeding. Logisch. Als je niet goed eet, dan voel je dat. Jij wilt het eerste halen, dus moet je goed eten. Wat? Groente, veel groente. Spinazie.”

Talan: „Was in mijn tijd totaal niet. Ik was niet onderlegd in koken en voeding toen ik hier als 23-jarige zelfstandig ging wonen. Ik ging vaak naar de Chinees, kocht ik voor twee dagen babi pangang. Niemand die zich daarmee bemoeide.”

Vlap: „Mijn ouders koken voor me. Zij denken met me mee.”

Talan: „Mijn situatie van toen proberen we nu te voorkomen bij Heerenveen. We hebben een sportdiëtiste die de buitenlandse spelers begeleidt. Ook ouders en gastouders worden begeleid.”

Lopen op het strand

Talan: „De spelers werken nu misschien wel harder dan die van mijn generatie. Ja we halen en brengen jeugdspelers met een busje, maar dat zie ik niet als pamperen of verwennen. Ze wonen gewoon niet in de buurt. We zetten ze niet op een voetstuk.”

Vlap: „Als jij hier denkt dat je het mannetje bent, kom je jezelf heel snel tegen.”

Talan: „Ze trainen ook vaker nu, hebben als het tegenzit helemaal geen vrij. Er wordt ook veel specifieker getraind, gericht op hun eigen kwaliteiten.”

Vlap: „Dat is het mooie met de GPS-systemen waarmee we werken. Bij de training dragen we een jasje met een tracker, de staf kan alles controleren. Loop je de kantjes ervan af, dan kom je daar niet mee weg.”

Talan: „Wij moesten in de voorbereiding bijna alleen maar lopen. Bij ADO zei Co Adriaanse na anderhalf uur trainen weleens dat er nog één onderdeel volgde. Moesten we vervolgens van Den Haag naar Scheveningen lopen via het strand. De snelste deed er een uur over. Mij heeft het gehard, maar onze keeper van honderd kilo vervloekt het nog.”

Vlap: „Wij lopen niet allemaal dezelfde afstand. Maar door het gebruik van data weet de staf wel welke afstand iedereen individueel moet lopen om toch dezelfde conditionele prikkel te krijgen.”

Talan: „Er wordt nu in linies, in posities en individueel getraind. Wij trainden puur als groep.”

Vlap: „Er is zoveel informatie beschikbaar. Over je eigen spel, over de komende tegenstander en over jouw persoonlijke tegenstander. Beelden, cijfers, statistieken. Kan handig zijn om je geheugen mee op te frissen, maar ik ben er niet zo’n voorstander van. Als een coach een uur lang vertelt, ben ik aan het einde kwijt wat hij aan het begin zei.”

Talan: „In dat opzicht had ik niet in de huidige tijd willen voetballen. Ik speelde op intuïtie, op gevoel. Te veel informatie kan je ook remmen.”

Belletje naar de zaakwaarnemer

Talan: „Spelers hebben tegenwoordig minder geduld. Zijn ze niet op hun plek, dan vragen ze hun zaakwaarnemer een andere club te zoeken. Leg elftalfoto’s van nu naast die van twee jaar geleden en je herkent de gezichten niet meer.”

Vlap: „Ik speelde hier in de jeugd met jongens uit Rotterdam en Amsterdam. Die zeiden: als ik niet aan de bak kom, ga ik gewoon ergens anders heen. Ze hadden hun praatje klaar, maar als je ziet waar ze nu terecht zijn gekomen. Ik had maar één doel: Heerenveen 1.”

Talan: „In mijn tijd kon je helemaal niet snel weg. De markt was er helemaal niet naar om je zaakwaarnemer een nieuwe club te laten zoeken.”

Sociale media

Talan: „Voetballers zijn nergens meer veilig. Iedereen kan zomaar een foto van ze nemen. Wij gingen met het team nog een biertje doen na de wedstrijd. Dat kan nog steeds, maar als je niet oplet, word je continu geassocieerd met drank.”

Vlap: „Verschil is dat mensen het vroeger niet snel zouden zien. Stel dat ik bij het uitgaan een sigaret vasthoud, van een vriend die even aan het plassen is. Kijk, Vlap rookt, zeggen ze dan. Vlap de roker. Media maken en breken.”

Talan: „Voetballers zijn interessanter geworden. Alles is geëxplodeerd. Door de media, maar ook door Messi, Ronaldo en het spelletje FIFA. Ik was nooit een BN’er. Niet een echte althans.”

Vlap: „Toen de e-gamer van Ajax mij een keer opstelde bij FIFA, had ik duizenden volgers extra. Bij de jeugd is FIFA iets groots. De andere kant is dat je via sociale media ook sneller afgezeken wordt. In Heerenveen zijn de mensen best snel kritisch.”

Talan: „Wie bij ons iets verkeerds zei in de pers, kreeg een boete. 25 gulden per vergrijp.”

Vlap: „Ook als je te laat kwam? Dan stelt 25 gulden niks voor. Dat is nu wel pittiger. Zelf heb ik nooit hoeven betalen, ik ben nooit te laat. Ik woon op een kwartiertje rijden, maar ga voor wedstrijden een uur van tevoren weg. File of niet, je kunt niet te laat komen. Te vroeg komen is niet erg. Gaan we lekker kaarten.”

Talan: „Kaarten doen de jongens nu ook weer. Net als vroeger.”

    • Fabian van der Poll