VNG: meer geld voor scholenbouw

De budgetten liepen al jaren achter op de werkelijke kosten van de scholenhuisvesting.

Foto Piroschka van de Wouw/ANP

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert haar leden 40 procent meer geld uit te trekken voor de bouw van scholen. De VNG stelt normen vast voor onderwijshuisvesting, die vaak gevolgd worden door de gemeenten.

Maar het door de VNG vastgestelde begroting voor onderwijshuisvesting bleek te laag: scholenbouw is sinds de norm bepaald is duurder geworden. Ook gelden er andere eisen, onder andere aan duurzaamheid. Daardoor budgetteerden gemeenten te weinig geld voor scholenbouw, erkent de VNG nu. Uit onderzoek in 2017 bleek dat in nog geen 10 procent van de gevallen het gereserveerde geld toereikend was. Geld moest dus elders vandaan komen. De VNG licht het advies op haar site toe:

“Daarom is een eenmalige verhoging noodzakelijk om te kunnen bouwen op het basisniveau. Gemeenten kunnen er vanuit gaan dat hiermee de normbedragen in hun verordening marktconform zijn.”

Na de verhoging wordt de indexering van de budgetten opnieuw bekeken, laat VNG weten.

Geen extra geld

De nieuwe VNG-norm gaat vanaf 2019 in. Dat betekent niet dat er meer geld komt voor scholenbouw: gemeenten moeten bestaande middelen anders gaan verdelen.

De PO-raad – de vertegenwoordiging van alle basisscholen – is blij met de verhoging. “Het heeft even geduurd, maar hier zijn we natuurlijk ontzettend blij mee”, zegt vicevoorzitter Anko van Hoepen in een persbericht. “Met de nieuwe normvergoeding wordt het eindelijk mogelijk om aan die wettelijke minimumeisen te kunnen voldoen.”