Recensie

Veel drank, weinig vrouwen

Memoires krantenman In ‘Verslaggever van beroep’ verhaalt Sytze van der Zee over een lang vervlogen tijd in de krantenwereld, toen journalisten nog witte, mannelijke kroegtijgers waren.

De redactie van Het Parool met hoofdredacteur Sytze van der Zee aan de middentafel, in 1992. Foto Hollandse Hoogte

Sytze van der Zee (1939) heeft heel wat moderne geschiedenis meegemaakt. Hij was twintig jaar verslaggever en correspondent van het Algemeen Handelsblad (later NRC Handelsblad) en acht jaar hoofdredacteur van Het Parool. In zijn memoires Verslaggever van beroep schrijft hij boeiend over zijn avonturen in het gespleten Duitsland, in Griekenland tijdens het kolonelsregime, en in Suriname na de coup van legerleider Bouterse. Overal haalt hij spraakmakende primeurs weg.

Onderwijl geeft hij een beeld van de pers in jaren zestig en zeventig. Met de cultuurrevolutie die in die tijd Nederland omkeert, heeft Van der Zee niet veel op. Het staat hem vooral tegen dat de progressieve elite wegloopt met linkse dictaturen en terreurgroepen als de Rote Armee Fraktion. Zoals Groene-redacteur Han Lammers, tevens PvdA-politicus, die de DDR wil erkennen en op een reis naar Oost-Duitsland vuile zaken maakt met het regime om zijn collega’s dwars te zitten.

Die merkwaardige dubbele baan van Lammers – naast journalist ook politicus – is geen uitzondering. Van der Zee’s collega Hans van Mierlo klust bij als D66-leider. Hans Gruijters is naast chef buitenland ook D66’er en uitbater van de Amsterdamse Bamboo-bar. „’s Ochtends zat hij op de redactie zijn bestellingen door te bellen: tien flessen jenever, vijf flessen Tip van Bootz, zo veel vaten bier.”

Sherry is geen drank

Dat de mannen van het Handelsblad in de jaren zestig hun eigen gang gaan, ligt volgens Van der Zee aan „de vrolijke anarchie” van hoofdredacteur Henk Hofland. Voor veel van zijn oud-collega’s heeft Van der Zee geen goed woord over, maar Hofland krijgt een boeiend en genuanceerd portret. De journalist is volgens hem een kleurrijke bon vivant, die na zijn scheiding in zijn auto slaapt. Als ze overleggen in café Hoppe, komen om elf uur de sherry en de Campari op tafel, want dat beschouwen ze niet als drank. Om twaalf uur volgen bier, wodka en jenever. Van der Zee heeft bewondering voor Hofland, maar noemt hem ook onbetrouwbaar in zijn wispelturigheid. „Niemand kan ontkennen dat Hofland de boel aanvankelijk flink op sleeptouw had genomen […] maar van managen had hij geen kaas gegeten.”

Het klinkt als de gouden eeuw van de pers, als je tenminste een witte man was, die meer om het café gaf dan om zijn gezin. Op de redactie van het Algemeen Handelsblad werkten sowieso geen vrouwen omdat Hofland vond dat ze wegens hun hormonale schommelingen niet geschikt waren. Vrouwen komen in dit boek nauwelijks voor. Heel soms duikt in een bijzin een echtgenote van een journalist op, doorgaans om na de scheiding haar man „het vel over de oren” te halen.

Versnipperd

In het boek wisselen twee tijdlijnen elkaar af. De eerste loopt van 1963 tot 1985, grosso modo de NRC-jaren, de tweede van 1985 tot 1996: de Parooljaren. Per hoofdstukje springt hij steeds weer naar een ander decennium. Dat is verwarrend en haalt je doorlopend uit het verhaal.

Die opgeknipte vorm benadrukt een groter manco van het boek: het is een versnipperde verzameling met veel aanzetjes en losse eindjes. We krijgen geen grote lijn. In zijn woord van dank zegt Van der Zee dit zelf ook. Dit zijn niet zozeer zijn memoires als wel „een in fragmenten opgedeelde terugblik, geplaatst in de historische context.”

Verder valt op dat zijn tijd als correspondent veel spannender is dan zijn jaren als hoofdredacteur. Dan gaat het vooral over management, fusies, bezuinigingen en oplages. Je krijgt ook het gevoel dat Van der Zee een leuker leven had als correspondent dan als hoofdredacteur. Hij lijkt net te serieus en te brommerig onbuigzaam om op te kunnen tegen handige jongens met minder scrupules. In dit deel van het boek staan nogal wat afrekeningen met mannen die hem dwars zaten.

Het boek eindigt dramatisch voor Van der Zee. Hij vecht in 1996 voor het behoud van Het Parool als landelijke krant, terwijl uitgeversconcern PCM er een kleinere, Amsterdamse krant van wil maken. Van der Zee’s adjunct Matthijs van Nieuwkerk heeft alvast een reddingsplan geschreven, dat hij achter diens rug om aan de PCM-top stuurt – althans, volgens de lezing van Van der Zee. De hoofdredacteur wijkt en Van Nieuwkerk volgt hem op. Van der Zee citeert zijn voormalige protegé: „Van een vadermoord was geen sprake.”

Correctie: Groene-redacteur Han Lammers werd in een eerdere versie van dit artikel Hans Lammers genoemd. Dit is aangepast.