Kunstenaar Rob Scholte vraagt Rutte om ‘goed woordje’ ter voorkoming ontruiming

Kunstenaar Rob Scholte moet binnenkort het voormalig postkantoor in Den Helder verlaten, waarin sinds 2013 het Rob Scholte Museum is ondergebracht. Hij vraagt minister-president Mark Rutte te bemiddelen.

Kunstenaar Rob Scholte ANP/FERDY DAMMAN

Beeldend kunstenaar Rob Scholte heeft in een open brief aan minister-president Mark Rutte gevraagd of hij wil bemiddelen in zijn conflict met de Gemeente Den Helder.

Scholte moet na een uitspraak van het Hof van Justitie in Amsterdam op 13 april het voormalig postkantoor aan het Stationsplein in Den Helder verlaten, een pand waarin hij sinds tien jaar woont en waarin sinds 2013 het Rob Scholte Museum is ondergebracht. Als de kunstenaar op die dag het pand niet bezemschoon heeft opgeleverd, zal het worden ontruimd.

In zijn brief, die Scholte dinsdag op zijn site publiceerde, verzoekt hij Rutte om voor hem, zijn gezin en zijn museum „een goed woordje” te doen bij de burgemeester van Den Helder, de VVD’er Koen Schulling.

De open brief aan Mark Rutte van Rob Scholte

Scholte dringt aan op uitstel van de ontruiming. Laat de burgemeester wachten op de uitkomst van een door hem aangespannen bodemprocedure over de vraag of hij recht op huurbescherming heeft, schrijft de kunstenaar. „Dat bespaart niet alleen ons, maar ook de gemeenschap enorm veel geld vanwege de aan mij terug te betalen schade als uiteindelijk zou blijken, dat de rechter ons gelijk geeft en de ontruiming illegaal heeft plaatsgevonden.”

Volgens Scholte is het „sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen, dat een museum zonder pardon en zonder de uitkomst van rechtszaken af te wachten incluis kunstenaarsstudio en woning werd ontruimd”. Met een telefoontje aan zijn partijgenoot kan Rutte ook voorkomen, stelt Scholte, „dat de ontruiming uitloopt op een confrontatie”.

Scholte geeft de premier in zijn brief een resumé van zijn belangrijkste wapenfeiten. Dat hij Nederland twee keer vertegenwoordigde op een Biënnale, zeven jaar hoogleraar was aan de Universiteit van Kassel en een grote schildering maakte in het nagebouwde koninklijk paleis Huis Ten Bosch in het Japanse Nagasaki.