Herdenken met 600.000 beeldjes

In voormalig niemandsland tussen Duitse en Britse loopgraven plaatste kunstenaar Koen van Mechelen 600.000 beeldjes, om evenzoveel WOI slachtoffers te herdenken. Het publiek maakte de beeldjes van klei.

De beeldjes van het door kunstenaar Koen Vanmechelen bedachte herdenkingsmonument van de Eerste Wereldoorlog bij Ieper Foto Rénie van der Putte

Zeshonderdduizend namen, zeshonderdduizend slachtoffers. Van de kleine Johanna Peeters gestorven in september 1914 ten gevolge van een Duits bombardement tot en met John Murray en Josef Fluthgraf, een Ierse en een Duitse soldaat, beiden gesneuveld op 11 november 1918, de laatste dag van de oorlog.

In het In Flanders Fields Museum in het West-Vlaamse Ieper, de stad die vier jaar lang het middelpunt vormde van enkele van de bloedigste veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog, worden al vier jaar lang elke dag op een groot scherm de namen geprojecteerd van de mensen die precies 100 jaar geleden op die dag in België om het leven kwamen ten gevolge van het oorlogsgeweld.

Op 30 maart 2018 zullen dat er maar liefst 132 zijn.

30 maart 2018 is ook de datum waarop in het provinciaal domein Palingbeek, een natuurgebied op vijf kilometer ten zuidoosten van het centrum van Ieper, het grote herdenkingsmonument van de Eerste Wereldoorlog officieel zal worden onthuld.

Namenlijst

„Toen we rond 2010 begonnen met nadenken over hoe we de herdenking van het einde van de Grote Oorlog het best vorm konden geven was het onvermijdelijk dat er een moment moest zijn waarop alle slachtoffers van deze verschrikkelijke oorlog herdacht zouden worden”, zeggen Piet Chielens, directeur van het Flanders Field Museum en instigator van de namenlijst, en Jan Moeyaert van kunststichting VZW kunst, de belangrijkste partner in dit project: „Omdat het museum toen al begonnen was met de namenlijst, het verzamelen van alle namen van mensen die in die vier gruwelijke oorlogsjaren op Belgisch grondgebied waren omgekomen, besloten we uiteindelijk om een kunstwerk te laten maken met deze namenlijst als uitgangspunt.”

De keuze van Chielens en Moeyaert viel uiteindelijk op Koen Vanmechelen, een kunstenaar die al sinds de jaren negentig grootschalige werken ontwikkelt waarin praktische toepassing en ideologie hand in hand gaan.

‘Nauwelijks te bevatten’

Koen Vanmechelen: „Meer dan een half miljoen namen, dat is nauwelijks te bevatten. Toen ik daar voor het eerst mee geconfronteerd werd ben ik echt geschrokken. Ik wilde een kunstwerk maken waarin al die mensen, al die zinloze slachtoffers, tot hun recht komen. En bovendien wilde ik een kunstwerk maken dat aanzet tot herdenken, tot herinnering en tot hoop, want dat waren volgens mij de drie belangrijkste elementen die zo’n kunstwerk moest uitdrukken, dat leek wel haast onmogelijk. Bovendien wilde ik vanaf het begin zoveel mogelijk, vooral jonge mensen, bij dit project betrekken. Om een generatie die deze oorlog misschien alleen kent uit de geschiedenisboeken te laten voelen wat die oorlog heeft betekend, en om hen te laten nadenken over de toekomst, een toekomst waarin zoiets niet meer mogelijk is. De ‘coming world’ moet zich blijven herinneren.

Coming world remember me. Zo heet het kunstwerk dan ook dat Koen Vanmechelen ontwierp ter herdenking van alle slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. „We hebben bewust voor een Engelstalige titel gekozen omdat dit project niet alleen gaat over Belgen en België, maar over tientallen nationaliteiten. Vooral Engelsen, Duitsers en Fransen maar ook Algerijnen, Indiërs, Canadezen, Zuid-Afrikanen en Chinezen.”

Mobiele ateliers

Het resultaat is een installatie opgebouwd uit 600.000 kleine beeldjes, één voor elk slachtoffer. En hoewel elk beeldje dezelfde basisvorm heeft – je herkent een gebogen figuur, de ruggegraat sterk geprononceerd alsof de last van de wereld erop rust – zijn ze individueel gemaakt. Dat is in de afgelopen vier jaar gebeurd in een van de (mobiele) ateliers die Vanmechelen en zijn team samen met VZW kunst in heel België hebben geopend. Daar kon iedereen, van voorbijgangers tot schoolklassen, bewoners, toeristen, jeugdgroepen, kortom iedereen, zelf zo’n beeldje vormen.

En om de individualiteit van de beeldjes nog te benadrukken werd elk ervan voorzien van een klein metalen plaatje. Plaatjes zoals militairen die in de Eerste Wereldoorlog droegen ter identificatie. Op dat plaatje staat een naam; een naam van een slachtoffer.

Vanmechelen: „Dat plaatje geeft niet alleen aan dat er in dit enorme kunstwerk een plek is waar elk slachtoffer individueel herdacht wordt, het verbindt ook de maker met het slachtoffer.

„Ik ben er nog steeds verbaasd over en ook wel een beetje trots op, dat we erin geslaagd zijn om echt zoveel beeldjes te laten maken. Blijkbaar leefde de Eerste Wereldoorlog toch nog meer dan we hadden gedacht.”

Ook Piet Chielens is positief verrast door de respons die dit project heeft opgeroepen. „We merkten dat bij het maken van de beeldjes. Maar ook bij de installatie ervan. Alle zeshonderdduizend beeldjes moesten met de hand geplaatst worden in het terrein. Dat is vrijwel geheel gebeurd door vrijwilligers.”

De installatie van Koen Vanmechelen beslaat een oppervlakte van ruim twee hectare. Chielens: „Twee bijzondere hectares want dit terrein ligt in het voormalige niemandsland. Precies tussen de Duitse en Engelse linies in. Waar nu de slachtoffers herdacht worden, daar lagen vier jaar lang de legers tegenover elkaar, op nog geen vijftig meter van elkaar. In deze strook zijn duizenden militairen gesneuveld wanneer er weer een aanval werd uitgevoerd in een poging om enkele meters terreinwinst te boeken.”

Vanmechelen: „Al die beeldjes samen vormen een nieuw leger, een leger dat een is geworden met de aarde. Samen vormen ze ook een nieuwe wereld.”

Wie het kunstwerk van boven bekijkt – en dat kan vanaf een speciaal ontworpen uitkijkpunt – ziet dat al die beeldjes samen een landkaart vormen; de landkaart van het oorspronkelijke oercontinent Pangea. Een kaart van een wereld die nog onverdeeld was. „Pangea staat voor mij voor de onderlinge verbinding die we zijn verloren en die we terug moeten vinden.” In het centrum van deze onverdeelde wereld staat een ander symbolisch element, een groot bronzen ei. Een ei dat op uitbarsten staat. Alsof de kunstenaar wil zeggen: „We staan op het verleden, maar de toekomst komt eraan.”