Recensie

Eurazië, het nieuwe geopolitieke slagveld

Geopolitiek

Waar blijft de Europese strategie tegen de nieuwe wereldorde, Eurazië? Een Portugese oud-minister reisde de wereld over.

De eerste goederentrein van China naar Engeland in januari 2017: ruim twaalfduizend kilometer in achttien dagen. Foto Chris Ratcliffe/Bloomberg

Aan het eind van zijn fascinerende boek The Dawn of Eurasia. On the Trail of the New World Order beschrijft de Portugese oud-minister voor Europese Zaken Bruno Maçães een gesprek dat hij in juli 2016 had op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn. Eerst doet Maçães, die tegenwoordig als consultant in Londen werkt, bij Duitse ambtenaren zijn

nieuwe ‘wereldorde’ uit de doeken: op de grootste landmassa op aarde smelten Europa en Azië ineen tot één groot continent, namelijk Eurazië. Maçães’ betoogt dat Europa zich hierop beter moet voorbereiden door eindelijk weer geopolitiek te denken. Rusland en China doen dat volop. China koopt strategische bedrijven en infrastructuur tot in Europa op, en is bezig met ambitieuze projecten als de nieuwe Zijderoute. Rusland vergroot zijn invloed op alle landen (en wateren) rondom de EU, en heeft een Euraziatische Economische Unie opgezet. Waar blijft de Europese strategie, wil Maçães weten?

De Duitsers antwoorden doodkalm dat Europa deze handschoen niet oppakt: ‘Onze beschaving is gebaseerd op regels. Dat is waar wij voor staan. Elders ter wereld wordt dat steeds populairder. Mensen willen niet onder willekeurige besluiten leven. Ze willen regels, en daar benijden ze Europa om.’ Dat kan zijn, zegt Maçães, maar als je Rusland en China expansionisme verwijt ‘hoe kun je daar in vredesnaam op antwoorden met een regel? Het probleem met de EU is dat ze ervan uitgaat dat er een neutraal stelsel kan bestaan van regels, terwijl de échte vraag is wiens regels er zullen prevaleren.’ Chinese regels? Russische regels? Of Europese?

The Dawn of Eurasia is een onderhoudend literair boek, een reisboek, en een erudiet, politiek boek – alles ineen. Je hoeft Maçães’ nieuwe Euraziatische visioenen niet volledig te delen, maar zijn schets van geopolitieke ontwikkelingen klopt natuurlijk: China is allang geen gesloten economie meer en wordt politiek en militair een grootmacht; Rusland is gestopt met navelstaren en breidt zijn invloed uit tot in Armenië, Kazachstan, Iran, Syrië en Libië.

Dit boek toont hoe diep oude en nieuwe grootmachten hun geopolitieke tanden al in Eurazië hebben gezet, en hoezeer dat nu Europese belangen raakt.

Er was een tijd waarin Europa de rest van de wereld zijn systeem kon opleggen. Die is voorbij. Het speelveld is wijd open. Iedereen profiteert van de globalisering, en probeert daarbinnen andere landen een loer te draaien. Maçães citeert de directeur van de Britse geheime dienst MI6: ‘Vijandige staten gebruiken de onderlinge afhankelijkheid van de globalisering om hun doel te bereiken. Met cyberaanvallen, met propaganda of met ondermijning van democratische processen.’ In het enorme gebied tussen Lissabon en Shanghai is dit proces van gelijktijdige fusie en competitie volop in werking.

Eind 2015 vertrok Maçães naar Astrachan, in Zuid-Rusland, en trok vandaar in grote lussen door Eurazië. Hij had zichzelf twee spelregels gegeven: geen vliegtuigen nemen, en niet verder vooruit plannen dan een week. Scherp, onbevangen en geestig beschrijft hij een gebied in volle transformatie. Hij praat uren met modeontwerpers op de Kaukasus om te ontdekken of hun kleren oosters of westers zijn, of helemaal niks. Hij beschrijft de rivaliteit tussen Rusland en China in Kazachstan. Hij struint rond in Yiwu in China, de grootste markt ter wereld, waar niemand verbaasd was toen Trump Amerika’s president werd: hier, bij ’s werelds grootste vlaggenleverancier, kwamen vóór de verkiezingen veel meer orders voor Trump-vlaggen binnen dan voor Clinton-vlaggen.

Maçães geeft eerlijk toe dat zijn Eurazië-theorie soms rammelt. Zo beschrijft hij een leeg en kil toeristenoord in Turkmenistan. En in West-China, in Xinjiang, wordt hij zeven keer door agenten gestopt, om dan een volle dag in een bus voor een militair checkpoint te wachten – niet erg bevorderlijk voor de promotie van ‘One Belt, One Road’.

Toch toont dit boek hoe diep oude en nieuwe grootmachten hun geopolitieke tanden al in Eurazië hebben gezet, en hoezeer dat nu Europese belangen raakt. Helaas, schrijft Maçães, ‘de Europese politieke orde is ontwikkeld in een beschermd ecosysteem. Het is nu zo ontwikkeld en complex dat het beste wat burgers nog kunnen hopen is dat de rest van de wereld hen met rust laat.’ Met dit boek toont hij, welbespraakt maar dringend, dat dit allang geen optie meer is.