Een woud van prehistorische dorpen

Archeologie

In het Amazonegebied zijn opnieuw resten van vroege bewoning gevonden. Maar het is mager bewijs voor een complexe beschaving.

Luchtfoto van een cirkelvormig restant van bewoning (doorsnede 140 meter) op een heuveltop in het gebied rond de bovenloop van de Tapajos-rivier. Steeds vaker worden in het Amazonegebied van dit soort ‘geoglyfen’ gevonden: in het landschap zichtbare, soms haarscherpe geometrische resten van omwallingen van verlaten dorpen. Foto José Iriarte

In het zuiden van het Amazone-gebied zijn 81 precolumbiaanse dorpen gevonden, vaak omringd door wallen en grachten. Sommige dorpen hadden een diameter van 400 meter en werden verbonden door wegen. Het gebied, bij de bovenloop van de Tapajos-rivier, ligt tussen twee gebieden waar al eerder vergelijkbare resten van grootschalige bewoning zijn aangetroffen die er al was voor de komst van de Europeanen.

De Britse en Braziliaanse onderzoekers presenteren deze week hun resultaten in Nature Communications. Zij zien er een duidelijke aanwijzing in dat er in de periode 1250 tot 1500 een grote ‘Zuidelijke Amazone-beschaving’ heeft bestaan over een breedte van bijna 2.000 km.

Op basis van klimaat en landschaps- en bodemkenmerken voorspellen zij dat in het hele Tapajos-gebied van ruim 400.000 km2 (even groot als Duitsland en Nederland samen) ruim 1.300 omwalde dorpen moeten hebben gelegen, met in totaal een half miljoen inwoners. In het hele zuidelijk Amazonegebied zouden dan een miljoen mensen hebben gewoond, en dat is een lage schatting denken de onderzoekers zelf.

Lokaal gevonden keramiekscherf.

De 81 plaatsen, met in totaal 104 aarden wallen en greppels, zijn gevonden met behulp van satellietfoto’s. Op 24 plekken heeft het team onder leiding van archeoloog Jonas Gregorio de Souza (University of Exeter) vervolgens ter plaatse opgravingen gedaan. De onderzochte dorpen stammen uit de vijftiende eeuw, vlak voor de koloniale tijd.

Prehistorisch urbanisme

In totaal zijn nu al duizenden omwalde dorpen en andere archeologische vondsten in het Amazonewoud gedaan. Die onverwacht complexe en intense prehistorische bewoning gaan in tegen het oude koloniale beeld van het Amazonewoud als een soort ongeschonden paradijs. Slechts op kleine schaal zouden daar de oorspronkelijke bewoners een nogal primitief bestaan hebben kunnen opbouwen. Maar vanaf de jaren tachtig werd duidelijk dat op onverwachte plaatsen in het Amazonegebied grote hoeveelheden zwarte aarde (‘terra preta’) werden gevonden: extreem vruchtbare resten van eeuwenlange opstapeling van organisch afval van verrassend grote dorpen, vol pijlpunten en potscherven.

In de ongewone verspreiding van bepaalde voor de mens nuttige boomsoorten wordt nu een menselijke hand vermoed, zo sterk zelfs dat het Amazonegebied meer tuin dan wildernis zou zijn. Ook werden steeds vaker zogeheten ‘geoglyfen’ gevonden, zoals nu dus ook aan de bovenloop van de Tapajos: in het landschap zichtbare, soms haarscherpe geometrische resten van ronde of vierkante omwallingen van verlaten dorpen, vaak in de wat hoger gelegen gebieden.

De meest geometrische waren waarschijnlijk religieuze centra (zonder veel bewijzen van bewoning), door brede wegen verbonden met grote versterkte dorpen en kleinere onversterkte dorpen in de buurt. In lagere gebieden, die vaak overstromen, werden verhoogde akkers gevonden.

Het nieuwe beeld is dat het in de eeuwen voorafgaand aan de Spaanse en Portugese overheersing veel welvarender en dichter bevolkt was dan nu. Er wordt zelfs wel eens van prehistorisch urbanisme’ gesproken. De massale sterfte aan ziektes die de Europese kolonisten meenamen maakten een einde aan deze bloeitijd.

Overigens is nog altijd maar een miniem deel van het uitgestrekte Amazonewoud onderzocht. En treurig genoeg zijn veel bewijzen voor intensieve precolombiaanse bewoning ontdekt doordat op die plekken het woud gekapt was, om plaats te maken voor veeteelt of mijnbouw.

„Deze nieuwe regionale vondsten maken opnieuw duidelijk dat de precolombiaanse amazone-indianen een veel complexere beschaving hadden dan we vroeger dachten”, zo reageert de Amerikaanse antropoloog Anna C. Roosevelt behoedzaam op het nieuwe onderzoek. Over de verderreikende conclusies is ze kritisch. „Voor de extrapolatie van deze opgravingen naar zo’n groot gebied hebben deze onderzoekers echt te weinig aanwijzingen, vind ik.” Roosevelt doet al sinds de jaren zeventig onderzoek in het Amazonegebied en speelde een belangrijke rol bij de opgraving van een complexe precolumbiaanse samenleving op het eiland Marajo, voor de Noord-Braziliaanse kust. Een paar jaar geleden schreef zij een kritisch overzicht van overdrijvingen en misinterpretaties in het onderzoek aan de paleo-indiaanse beschavingen in het Amazonegebied.

Aarden wal

Er wordt overdreven, vindt Roosevelt: „Om zoveel nog onontdekte dorpen te veronderstellen hebben ze te weinig gegevens op de grond verzameld. Ze veronderstellen complete politieke systemen, maar de basisgegevens zijn onzeker. Niet iedere aarden wal betekent dat het om een militaire versterking gaat. Verder lijkt het erop dat ze niet heel diep gegraven hebben. Hoe weet je echt precies hoe oud dit allemaal is? De kaartjes met al die verbanden zijn prachtig, maar niet erg wetenschappelijk.”

En het computermodel, waaruit nog 1.000 onontdekte dorpen rolde, overtuigt Roosevelt ook al niet. „Als je al die factoren: klimaat, grondsoort, topografie enzovoorts, in één model zet, dan moet je heel duidelijk programmeren hoe die factoren op elkaar inwerkten en de beslissingen van de mensen toen beïnvloedden. Zo’n mechanisme zie ik hier niet. Dus dan voorspel je niks. Alleen het klimaat al: het huidige klimaat is door de ontbossing echt anders, volgens sommige berekeningen valt er in het gebied nu minder dan de helft van de regen die er in de prehistorie viel. Dan kloppen je berekeningen echt niet meer.”