68 doden bij inferno politiecellen, regering-Maduro zwijgt

Venezuela

In de overvolle kerkers van een politiebureau vielen woensdag 68 doden toen muitende gevangenen brand stichtten.

Familieleden van een gevangene in het politiebureau van de Venezolaanse stad Valencia wachten buiten op nieuws. Foto Carlos Garcia Rawlins

Bij een gevangenenoproer in de kerkers van een Venezolaans politiebureau zijn woensdag zeker 68 mensen om het leven gekomen. De meeste doden zouden zijn gevallen door rookvergiftiging: de gedetineerden staken tijdens hun revolte vermoedelijk matrassen in brand, waarna de cellen vol rook kwamen te staan. Vlak daarvoor zouden gedetineerden een bewaker van zijn dienstwapen hebben beroofd om hem in gijzeling te nemen. Onder de doden zijn ook twee vrouwen: het geweld brak uit tijdens de wekelijkse bezoekdag voor echtgenotes.

Familieleden van een gevangene in het politiebureau van de Venezolaanse stad Valencia wachten buiten op nieuws.

In het Zuid-Amerikaanse land zijn met grote regelmaat dodelijke incidenten in gevangenissen. Deze zijn zwaar overbevolkt en criminele bendes maken er de dienst uit. Zij bestieren er hun eigen samenleving waarin wapens, drugs en prostituees zonder enige moeite verkrijgbaar zijn. In deze handel draaien de corrupte en onderbetaalde cipiers volop mee. Zij bewaken soms alleen de buitenste muren van het complex.

Politiekerkers

Nu Venezuela door een diepe politieke en economische crisis gaat, verslechtert ook de situatie in de gevangenissen. Gedetineerden krijgen te weinig te eten en de penitentiaire inrichtingen worden amper nog onderhouden. Ook politiebureaus worden daarom steeds vaker aangewend als mini-gevangenissen, waar arrestanten maanden en soms wel jaren moeten wachten tot hun zaak voor de rechter komt – of tot er een plek vrijkomt in een echte gevangenis.

„Dit kan overal gebeuren, op elk moment onder vergelijkbare of ergere omstandigheden”, stelde Carlos Nieto Palma, een advocaat die zich inzet voor de rechten van gevangenen, tegen BBC Mundo. Volgens zijn organisatie Una Ventana a la Libertad (Een raam op vrijheid) zitten in het land zeker 45.000 mensen vast in politiekerkers, verdeeld over circa vijfhonderd bureaus. Deze zijn niet ingericht voor langdurige detentie. Zo zijn er soms geen luchtplaatsen en geen keukens. Gevangenen zijn in dat laatste geval afhankelijk van familieleden die eten komen brengen.

Familieleden van een gevangene in het politiebureau van de Venezolaanse stad Valencia wachten buiten op nieuws. Foto Carlos Garcia Rawlins

Regering-Maduro zwijgt

In het politiebureau van de provinciestad Valencia zouden woensdag zeker tweehonderd mensen hebben vastgezeten in een ruimte bedoeld voor veertig. Het oproer en de daaropvolgende brand braken al in de ochtend uit. Bezoekende familieleden die buiten de poorten van het politiebureau wachtten, begonnen hierop te demonstreren.

Zij drongen er vergeefs op aan dat gewonde gevangenen, die op een binnenplaats werden vastgehouden, naar een ziekenhuis zouden worden gebracht. Toen zij al duwend en stenen gooiend door een cordon van agenten probeerden binnen te dringen, werden ze door de politie met traangas uiteengejaagd, meldde de Venezolaanse krant El Nacional. Lokale journalisten die verslag probeerden te doen van de chaos klaagden ook te zijn aangevallen.

De autoriteiten van de deelstaat Carabobo kwamen pas aan het eind van de chaotische dag met de eerste officiële verklaringen over het oproer. Hierbij spraken ze eufemistisch van „een onregelmatige situatie”. Uiteindelijk maakte de nationale procureur-generaal Tarek William Saab via Twitter het officiële dodental van 68 bekend, nadat eerder op de dag in onofficiële berichten een getal van 78 was genoemd. De regering van de autoritaire president Nicolás Maduro deed er de hele dag het zwijgen toe.

De opstand in Valencia is de dodelijkste sinds een gevangenisoproer in 1994, waarbij destijds 108 gevangenen in het vuur omkwamen. In augustus vielen ook al 37 doden bij een brand in de jungledeelstaat Amazonas.

Een vrouw, getroffen door traangas, ligt op de grond nadat ze heeft geprotesteerd. Foto Miguel Gutiérrez/EPA
    • Merijn de Waal