Recensie

Bescheiden Bannink bliefde geen ‘mooi-zingerij’

Als iemand hem vroeg hoe lang hij erover deed een tekst op muziek te zetten, had Harry Bannink twee antwoorden paraat. Het ene luidde: ‘Zo lang als het liedje duurt.’ Het andere: ‘Mijn hele leven.’ En in beide gevallen sprak hij de waarheid, zegt Edwin Rutten die in het kleuterprogramma De film van Ome Willem honderden Bannink-liedjes heeft gezongen: ‘Hij schreef snel, dat klopt, maar je hebt een heel leven nodig om zo snel te kunnen schrijven.’

Hoeveel liedjes Harry Bannink (1929-1999) precies heeft gecomponeerd, staat niet vast. Het moeten er enkele duizenden zijn geweest, oppert kunstjournalist Ton Ouwehand die twee (!) boeken over hem schreef. Het eerste, Niemand zo aardig als hij, verscheen vorig jaar en beschreef voornamelijk de campagne die de auteur zelf heeft gevoerd om Bannink een passend eerbewijs te bezorgen in zijn geboortestad Enschede. Mede door de sardonische toon levert dat een leesbaar relaas op. Maar over de man die – samen met toptekstschrijvers als Annie M.G. Schmidt, Willem Wilmink en Eli Asser – zo veel prachtige liedjes heeft gemaakt, vertelt het nauwelijks iets.

Het echte boek is zodoende het tweede, dat inmiddels ook is verschenen. Ouwehand opent Harry Bannink, toonzetter met de mededeling dat hij ‘helemaal niet’ van biografieën houdt. In archiefonderzoek heeft hij geen zin. Over de ouders van de hoofdpersoon hoeft hij niets te weten. En chronologie heeft ‘een remmende werking’ op hem. Hij is niet geïnteresseerd in Banninks leven, maar in ’s mans muziek.

Zo’n parmantige binnenkomer heeft iets aanstellerigs. Maar in dit geval heeft de niet-biograaf wel een punt. De summiere biografische gegevens die hij desondanks opdist, maken niet nieuwsgierig naar méér. Spanning en sensatie lijken er niet in te zitten. Dit boek cirkelt daarentegen om de hoofdpersoon heen, door een grote groep artiesten, schrijvers en musici te laten vertellen hoe ze met Bannink hebben samengewerkt – zoals velen van hen ook al deden op de Grote Harry Bannink Podcast van journalist Gijs Groenteman.

Bannink komt uit Ouwehands liefdevolle portret te voorschijn als een aimabele, correcte, bescheiden man wiens muziek boven alles bedoeld was om de tekst vleugels te geven. De woorden – en de betekenis – stonden voorop. En die houding verwachtte hij ook van degenen met wie hij werkte. Hij had een hekel aan ‘mooi-zingerij’. Gekscherend zei hij eens dat er in elke studio een bordje moest hangen met de tekst: ‘Zingen verboden.’ Al maakte hij bij al die teksten wél de allermooiste muziek.

    • Henk van Gelder