Recensie

Banville evenaart Henry James’ Portrait

John Banville

Henry James’ The portrait of a Lady mist een vervolg, vond de Ierse auteur Banville. Dat is met liefde en respect geschreven.

Het gebeurt vaker dat een schrijver een vervolg schrijft op een klassieke roman, en nu schaart ook de Ierse schrijver John Banville zich in die traditie: zijn nieuwe roman Mevrouw Osmond is een vervolg op The Portrait of a Lady van Henry James (1843-1916). In een mooie, geheel aan hem gewijde aflevering van VPRO Boeken verdedigde Banville zijn keuze met de laconieke opmerking dat Portrait hem altijd al het eerste deel van een tweedelige roman had geleken, en omdat James dat tweede deel nooit had geschreven (hij had wel eens met het idee gespeeld), moest hij het zelf maar doen.

The Portrait of a Lady (1881) is het verhaal van de Amerikaanse Isabel Archer, die door een tante wordt meegenomen naar Engeland, van haar oom een krankzinnig groot fortuin erft en in Italië trouwt met de veel oudere Amerikaan Gilbert Osmond. In haar naïviteit verwacht Isabel veel van dat huwelijk, maar haar man blijkt op haar geld uit te zijn, en heeft een aantal cruciale zaken voor haar verborgen gehouden. Aan het eind van de roman reist ze tegen de wil van haar man naar Engeland om bij haar stervende neef te zijn.

Banville (1945) gaat door waar James eindigt: bij de geplande terugkeer van Isabel naar haar echtgenoot in Rome. Bij James wordt niet duidelijk met welke plannen Isabel terugkeert: gaat ze orde op zaken stellen of onderwerpt ze zich weer aan de kluisters van haar huwelijk? Zo’n open einde biedt mogelijkheden en Banville pakt die met beide handen aan, zonder al te opzichtig zijn eigen stempel op personages en verhaal te drukken. Je proeft het respect en de liefde die hij voor James heeft op elke pagina.

Groeiend zelfbewustzijn

Mevrouw Osmond is een verhaal over wraak en groeiend zelfbewustzijn. Isabel is niet van plan zich te schikken, maar ze is geen bliksemende godin der wrake, ze is een sterveling die improviseert en lang niet altijd de consequenties van haar daden kan overzien; maar ze is wel een tegenstander om rekening mee te houden, zoals haar echtgenoot en diens ‘huisvriendin’, de onbetrouwbare mevrouw Merle, tot hun eigen verbazing en ongenoegen ondervinden.

Net als in Portrait ontvouwt Banville’s vervolg zich door middel van uitgebreid beschreven confrontaties. Voor de lezer die zich laat meeslepen zijn die confrontaties, waarbij vaak subtiele en minder subtiele psychologische spelletjes worden gespeeld, uiterst spannend, juist door de tijd die Banville neemt om het allemaal te beschrijven. Hij hanteert hetzelfde trage tempo als James, en dat is een gelukkige keuze geweest.

De neiging om hier mooie beelden en observaties te citeren is groot

Mevrouw Osmond is een serieuze roman, geen kokette pastiche. Hoewel Banville de wereld respecteert die James in Portrait opriep, belicht hij wel aspecten van die wereld die bij James minder aandacht kregen. Zo is er een bijrol weggelegd voor een voorvechtster van vrouwenrechten, wordt er meer aandacht besteed aan de rol van het personeel dat van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat voor de hoofdpersonen in de weer is, en wordt benadrukt dat het kapitaal van Isabel ‘niet als manna uit de hemel kwam zweven’, maar over de ruggen van arbeiders en Chinese koelies is vergaard.

Dat laatste inzicht wordt verwoord door Isabels echtgenoot en komt wat geforceerd over, omdat de heer Osmond zich nooit eerder op een sociaal geweten heeft laten betrappen. Maar dat is niet meer dan een kleine kanttekening bij een verder uiterst geslaagde roman. Banville’s mooie, lange zinnen zijn zorgvuldig vertaald door Arie Storm, en doorgaans erg soepel, al kom je hier en daar een zin tegen die zo aan zijn oorsprong lijkt te hechten dat hij zich met zichtbare stroefheid heeft laten overzetten.

Enige voorkennis lijkt me wel vereist om echt van Mevrouw Osmond te kunnen genieten. De lezer die Portrait niet kent, zal zich waarschijnlijk afvragen wie al deze mensen zijn en waarom ze het elkaar zo moeilijk maken. Al zal het ook die lezer niet ontgaan dat Mevrouw Osmond erg goed geschreven is. Banville is een van de grote stilisten van deze tijd en de neiging om hier mooie beelden en observaties te citeren is groot. Meer dan James heeft hij aandacht voor de omgeving waarin alles zich afspeelt. Op een warme, bewolkte dag heeft de hemel ‘een doffe grijze glans, als het waas op geschuurd tin’. Isabels tante wordt afdoende getypeerd als een vrouw ‘die alle ziektes waar je niet aan dood ging beschouwde als aanstellerij’. Aanrollende donder wordt vergeleken met een stampvoetend kind op een verre zolder. Enzovoort. Het is, kortom, weer een genot om Banville te lezen.

Aantekeningen

Hoezeer het werk van James nog leeft, blijkt ook uit de bundel Tales from a Master’s Notebook, samengesteld door Jamesoloog Philip Horne. Horne vroeg tien schrijvers een verhaal te schrijven naar aanleiding van aantekeningen van James die door de meester zelf nooit zijn uitgewerkt. Een aardig idee, dat een bundel oplevert van (hoe kan het ook anders) wisselende kwaliteit. De beste verhalen zijn van Paul Theroux, Susie Boyt, Joseph O’Neill en Colm Tóibín – die laatste schreef ooit een roman over James, The Master, dus als iemand in deze bundel beslagen ten ijs komt, is hij het wel.

James’ aantekeningen waardoor de auteurs zich lieten inspireren zijn in het boek opgenomen, zodat de meester zelf ook nog aanwezig is. Je vraagt je wel af of de uitdaging niet groter was geweest, en het resultaat interessanter, wanneer alle auteurs was gevraagd een en dezelfde aantekening van James als basis voor hun verhaal te nemen.

    • Rob van Essen