Wat je ook kunt doen als je vijftig wordt

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

De roman Het sneeuwmeisje van de Amerikaanse schrijfster Rene Denfeld is als een spannende kluwen wol die ontrafeld moet worden. De zogenaamde ‘kindvinder’ Naomi is op zoek naar twee vermiste kinderen van wie Madison Culver de roze draad in de kluwen zal zijn. Het meisje was vijf jaar oud toen ze verdween terwijl zij met haar ouders een kerstboom ging zoeken in de besneeuwde bergen van het Skookum National Forest. Na drie jaar schakelen de ouders als laatste poging Naomi in die al dertig kinderen dood of levend opspoorde. Haar werkwijze is intrigerend – zij gedraagt zich als een dier en dat maakt een verpletterende indruk op de mannen om haar heen. Zij hebben hun eigen aandeel in de kluwen. Tegelijkertijd volgen we het sneeuwmeisje dat in een blokhut woont met een jager en leeft in een onwerkelijk sprookje. Hoe dichter Naomi haar doel nadert, des te meer herinneringen komen vrij. De kindvinder zelf heeft namelijk haar vroegste jeugd gewist. Dat loopt als een rode draad door het verhaal. Een dubbele zoektocht dus. Het is een roman die leest als een zeer gedegen longread over een ontvoeringszaak. Denfeld is onderzoeksjournalist in de staat Oregon en moeder van drie adoptiekinderen.

Rene Denfeld: Het sneeuwmeisje. Oorspronkelijke titel The Child Finder. Vertaald uit het Engels door Mieke Trouw. Harper Collins, 253 blz. € 17,99

In het najaar van 2012 debuteerde de geheel onbekende dichter Giovanni della Chiusa (1969-2015) met enkele gedichten in Hollands Maandblad. De enige die hem lijkt te kennen is Arnon Grunberg die zonder zich er meteen bewust van te zijn, meteen ‘fan’ werd van de ‘zwarte romantiek’ die over de gedichten hangt, schrijft hij in het voorwoord van de postuum verschenen dichtbundel met de veelzeggende titel Een mens moet ook niet alles willen weten. De dichter verongelukte in 2015 bij een auto-ongeluk in Italië maar bijzonderheden ontbreken. De gedichten lezen als korte reisimpressies van steden (in Italië), maar ontsluiten ook een dieper gevoel zoals in het gedicht ‘Chiusa’ (stad in de Dolomieten):

Paradijs en hel
liggen ingesloten
tussen de blauwe hemel
en de witte bergrivier,
de groene weiden,
donkere bossen
tussen het klooster
en de boerderijen.

Giovanni della Chiusa: Een mens moet ook niet alles willen weten. Lebowski, 80 blz. € 17,50

Op een geheel andere manier verrast schrijver, uitgever en journalist Guus Bauer met de bijzonder uitgegeven bundel Wacht maar hoe mooi het wordt. Een op het eerste gezicht bevreemdende ervaring: verticale typografie met slechts één woord op een regel en dat pagina’s achter elkaar. Je volgt de verticale lijn naar beneden en na een bladzijde of twee ben je al gewend aan die wijze van lezen op de bijna smetteloze pagina’s waarop alleen rechts de hoofdstukken staan aangegeven – ook al weer in verticale toestand. Het is een origineel gevonden vorm om een mensenleven samen te vatten: van de kindertijd in een nieuwbouwwijk tot het overlijden van de moeder in het verpleeghuis en hoe het dan verder gaat.

Guus Bauer: Wacht maar hoe mooi het wordt. Hoogland & Van Klaveren, 101 blz. € 14,95

Het begon allemaal met de roman De buitenvrouw van Joost Zwagerman (1963-2015): overal werd volgens schrijver Rémon van Gemeren het verhaal neergezet als een verhaal over racisme en integratie. De docent Nederlands is het daar niet mee eens en besloot in Leven in een doodgeboren droom zijn persoonlijke mening over alle romans, poëzie en essays van Zwagerman. Met ‘hypothetische vergelijkingen’ tussen Zwagermans werk en zijn persoon, tracht Van Gemeren het ‘geestelijk leven’ van de auteur te beschrijven. Het is geen officiële biografie van Joost Zwagerman – benadrukt Van Gemeren – die wordt immers geschreven door journalist Maria Vlaar en verschijnt in 2020. Het boek van Van Gemeren is daar ook te persoonlijk voor; in het nawoord laat de schrijver zijn eigen kwetsbaarheid zien door te laten doorschemeren dat hij uiteindelijk een ‘mentale confrontatie’ aan wilde gaan met Zwagerman om zo meer inzicht in zichzelf te krijgen.

Rémon van Gemeren: Leven in een doodgeboren droom. De wereld van Joost Zwagerman. Prometheus, 312 blz. € 22,50

Drie jaar geleden besloot de Belgische journaliste Veerle Janssens haar leven te kantelen. Bijna vijftig, opnieuw pianoles genomen met de wens alleen composities van vrouwen te spelen. Zij vraagt een nieuwe piano voor haar vijftigste verjaardag en viert die in etappes: ‘Alle genodigden aan mijn feestdissen dit jaar, milde bijdragers aan dit grootse cadeau, krijgen letterlijk tijdens de soep en de patatten een concertje aangeboden.’ Zo begint haar muzikale jaarboek Vrouw aan de piano waarin Janssens kleine colleges geeft over bekende componistes als Fanny Mendelssohn en Clara Schumann, maar ook over minder bekende componistes zoals G. Galos en Janssens’ pianolerares en componiste Axelle Kennes.

Veerle Janssens: Vrouw aan de piano. Vrijdag, 367 blz. € 24,95

Onder zijn pseudoniem Melis Stoke schreef journalist Herman Salomonson (1891-1942), in de jaren dertig in het weekblad De Indische Verlofganger driehonderd columns over de lotgevallen van ‘Indische mensen’ in Den Haag. Vijftig columns zijn gebundeld in Indisch leven in Den Haag en geven een waardevol beeld van de Indische gemeenschap in Den Haag. In de woorden van Stoke: ‘Eigenlijk is heel ’s-Gravenhage één groot Hotel des Indes, een hotel voor Indische doortrekkers, Indische terugkerenden, verlofgangers en gepensioneerden.’ Salomonson werd in de Tweede Wereldoorlog in Den Haag opgepakt als ‘politieke gevangene’ en in 1942 in concentratiekamp Mauthausen vermoord.

Herman Salomonson: Indisch leven in den Haag, 1930-1940. Verloren, 183 blz. € 19,-.

    • Margot Poll